Uitspraak
1.Aanduiding bestreden beschikking
2.Het verloop van de procedure
3.Feiten
4.Het geschil
5.De beoordeling
De beslissing
Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten
Eiseres, met de Dominicaanse nationaliteit, had sinds januari 2016 rechtmatig verblijf op Sint Maarten met als doel verblijf bij haar echtgenoot. Haar laatste tijdelijke vergunning was geldig tot juli 2021. Zij diende in oktober 2020 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd. Verweerder wees deze aanvraag af bij beschikking van mei 2021, welke beslissing werd gehandhaafd bij beschikking op bezwaar in april 2022.
Het geschil betreft de vraag of eiseres nog voldoet aan de vergunningsvoorwaarde van feitelijk samenwonen met haar echtgenoot. Tijdens de mondelinge behandeling verklaarde eiseres dat zij sinds acht maanden niet meer bij haar echtgenoot woont en niet langer samenleeft. Het Gerecht stelt vast dat zij sinds augustus 2020 niet meer voldoet aan deze voorwaarde en daarmee handelt in strijd met de verleende vergunning.
Het Gerecht overweegt dat eiseres bij aanvraag geen vijf jaar onafgebroken rechtmatig verblijf op Sint Maarten had en dat er geen klemmende humanitaire redenen zijn om hiervan af te wijken. Het feit dat zij aan het inkomensvereiste voldoet, verandert hier niets aan. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard vanwege het ontbreken van feitelijk samenwonen en onvoldoende rechtmatig verblijf.