Uitspraak
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN SINT MAARTEN
1.Verloop van de procedure
2.De feiten
3.Het geschil
[gedaagde
]probeert [eiser] opzettelijk in diskrediet te brengen en zijn eer en goede naam aan te tasten. Ook uit hij via social media bedreigingen en scheldt hij [eiser] bijna dagelijks de huid vol. Dit ondanks het feit dat hij via de deurwaarder een sommatiebrief heeft ontvangen om zich te onthouden van uitlatingen die als laster, smaad dan wel als onrechtmatig en onnodig grievend worden beschouwd. Toewijzing van de vorderingen is volgens [eiser] nodig om een staking van de uitlatingen te bewerkstelligen. [eiser] stelt dat ook voor een openbaar bestuurder als publiek persoon geldt dat een rechter aan de vrijheid van meningsuiting beperkingen opleggen. De uitlatingen van [gedaagde] zijn allesbehalve zijn eigen waardeoordelen. [gedaagde] is ervan overtuigd dat alles wat hij over [eiser] zegt gebaseerd is op feiten. De uitlatingen van [gedaagde] ontberen echter voldoende feitelijke grondslag en zijn derhalve onrechtmatig. [eiser] betoogt dat hij door de onrechtmatige uitingen van [gedaagde] zowel privé als Minister aanzienlijke schade leidt.
3.4. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.
4.De beoordeling
NAf 3.000,00 +