Uitspraak
1.Aanduiding bestreden beschikking
2.Het verloop van de procedure
3.Feiten
Het geschil
De beoordeling
De beslissing
Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten
Eiser, een Dominicaanse nationaliteit, werd op 5 februari 2022 staande gehouden en dezelfde dag in vreemdelingenbewaring geplaatst wegens het ontbreken van een geldige verblijfstitel op Sint Maarten. Het Gerecht oordeelde op 1 maart 2022 dat de inbewaringstelling onrechtmatig was en schorste de maatregel, waarna eiser werd vrijgelaten met een meldplicht.
In de bodemprocedure stelde eiser beroep in tegen de bewaring en vorderde een schadevergoeding van NAf 500 per dag. Verweerder voerde verweer en stelde het beroep ongegrond. Het Gerecht stelde vast dat verweerder de eigen richtlijnen en de wettelijk voorgeschreven procedure niet strikt had gevolgd, met name door onzorgvuldige vermelding van tijdstippen en het ontbreken van een proces-verbaal van horen voorafgaand aan de maatregel.
Het Gerecht oordeelde dat deze ernstige gebreken de maatregel van bewaring onrechtmatig maakten en dat verweerder geen zwaarwegende belangen had die dit konden rechtvaardigen. Daarom werd het beroep gegrond verklaard. Voor de schadevergoeding sloot het Gerecht aan bij jurisprudentie van het Hof van Justitie en kende NAf 80 per dag toe voor 24 dagen, totaal NAf 1.920. Daarnaast werden proceskosten en griffierecht aan eiser toegekend.
De uitspraak werd gedaan door rechter J.M. Ghrib op 31 juli 2023 en is openbaar. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open binnen zes weken.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van vreemdelingenbewaring wordt gegrond verklaard en eiser krijgt een schadevergoeding van NAf 1.920 toegekend.