ECLI:NL:OGEAM:2023:43
Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verwijderingsbeschikking en ongewenstverklaring Sint Maarten
Eiser, geboren in de Dominicaanse Republiek en houder van de Dominicaanse nationaliteit, werd op 5 februari 2022 staande gehouden wegens het ontbreken van een geldige verblijfstitel in Sint Maarten. Hij werd dezelfde dag in vreemdelingenbewaring geplaatst en kreeg een verwijderingsbeschikking opgelegd met een terugkeerverbod van drie jaar.
Eiser stelde beroep in tegen deze beschikking en voerde aan dat hij al lange tijd in Sint Maarten verbleef, twee minderjarige Nederlandse kinderen had en dat verwijdering in strijd zou zijn met zijn gezinsleven zoals beschermd door artikel 8 EVRM Pro. Hij betoogde dat hij rechtmatig verblijf had tot 2010 en dat hij volledig geïntegreerd was in de samenleving.
Het Gerecht stelde vast dat eiser ten tijde van de verwijderingsbeschikking geen rechtmatig verblijf had en dat er geen lopende verblijfsaanvraag was. Het gezinsleven was opgebouwd tijdens een periode van onrechtmatig verblijf, waardoor verwijdering geen inbreuk op het gezinsleven vormt. Er waren geen bijzondere omstandigheden die een ander oordeel rechtvaardigden.
Het Gerecht concludeerde dat verweerder de bevoegdheid tot verwijdering en ongewenstverklaring op redelijke gronden had uitgeoefend. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open binnen zes weken.
Uitkomst: Het beroep tegen de verwijderingsbeschikking en ongewenstverklaring wordt ongegrond verklaard.