ECLI:NL:OGEAM:2023:16

Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten

Datum uitspraak
20 maart 2023
Publicatiedatum
5 april 2023
Zaaknummer
SXM202200354- Lar 81/2022
Instantie
Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7 Landsverordening administratieve rechtspraak
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing beroep tegen weigering tijdelijke verblijfsvergunning humanitair doel Sint Maarten

Eiseres, staatsburger van de Dominicaanse Republiek, had van 2012 tot 2013 een vergunning tot tijdelijk verblijf voor arbeid in loondienst op Sint Maarten. Na het verlopen van deze vergunning en het ontbreken van een tewerkstellingsvergunning, werd haar aanvraag in 2014 afgewezen. In 2019 diende zij een aanvraag in voor een tijdelijke verblijfsvergunning met als doel humanitair, welke eveneens werd afgewezen.

Eiseres stelde beroep in tegen deze afwijzing. Het Gerecht oordeelde dat de eerdere vergunning voor arbeid in loondienst uit 2012 niet relevant is voor de beoordeling van de humanitaire aanvraag. Tevens werd geoordeeld dat het feit dat eiseres zes jaar wachtte met het indienen van haar aanvraag niet onrechtmatig verblijf rechtvaardigt en voor haar eigen risico is.

Verder bleek niet dat terugkeer naar haar land van herkomst onmogelijk is, en de duur van de procedure kan niet leiden tot toekenning van een verblijfsvergunning. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de afwijzing van de aanvraag bevestigd.

Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar aanvraag voor een tijdelijke verblijfsvergunning met humanitair doel is ongegrond verklaard.

Uitspraak

Uitspraakdatum: 20 maart 2023
Zaaknummer: SXM202200354-LAR00081/2022
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN SINT MAARTEN
UITSPRAAK
In het geding van:
[eiseres],
eiseres,
gemachtigde: dhr. E.I. MADURO,
tegen
DE MINISTER VAN JUSTITIE VAN SINT MAARTEN,
gezeteld te Sint Maarten,
verweerder,
gemachtigde: mr. A.O. MULLER,

1.Aanduiding bestreden beschikking

De beschikking van verweerder van 4 februari 2022 waarbij het bezwaarschrift van eiseres tegen de afwijzing van haar aanvraag om een vergunning tot tijdelijk verblijf met als verblijfsdoel humanitair is afgewezen.

2.Het verloop van de procedure

2.1.
Met een op 18 maart 2022 ter griffie van het Gerecht in eerste aanleg alhier ingediend beroepschrift (met producties) heeft eiseres tegen voormelde beschikking beroep ingesteld als bedoeld in artikel 7 van Pro de Landsverordening administratieve rechtspraak (Lar).
2.2.
Op 31 januari 2023 heeft verweerder een verweerschrift (met producties) ingediend.
2.3.
Mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden ter zitting van 13 februari 2023. Eiseres is verschenen bij gemachtigde. Verweerder is verschenen bij diens gemachtigde.
2.4.
Uitspraak is bepaald op heden.

3.Feiten

3.1.
Eiseres is geboren op [geboortedatum] en is staatsburger van de Dominicaanse Republiek.
3.2.
Eiseres heeft in 2012 tot 11 december 2013 een v.t.t.v. toegekend gekregen voor arbeid in loondienst. De door haar ingediende aanvraag op 14 maart 2014 is afgewezen omdat zij geen tewerkstellingsvergunning kon overleggen.
3.3.
Op 10 juli 2019 heeft eiseres onderhavige aanvraag ingediend voor een v.t.t.v. met als doel humanitair. Hierop heeft verweerder afwijzend beschikt.
3.4.
Het bezwaarschrift van eiseres is door verweerder bij beschikking van 4 februari 2022 ongegrond verklaard.

4.Het geschil

4.1.
Eiseres heeft het Gerecht verzocht het beroep gegrond te verklaren, de beschikking waarvan beroep te vernietigen en verweerder op te dragen een nieuwe beschikking te nemen met inachtneming van de in deze beschikking te geven uitspraak.
4.2.
Verweerder heeft gemotiveerd verweer gevoerd en concludeert tot ongegrondverklaring van het beroep.
4.3.
Op de standpunten van partijen wordt voor het overige hierna zo nodig nader ingegaan.
5.
De beoordeling
5.1.
In het beroepschrift verwijst de gemachtigde van eiseres naar haar verblijfshistorie in die zin dat zij “tijdens en na de stopzetting van de Brooks Tower Akkoord veroorloofd was om op Sint Maarten te blijven en te werken zulks totdat de Minister de hervatting van de behandeling van aanvragen en verlenging zou aankondigen hetwelk pas in het jaar 2012 plaatsvond”.
Het Gerecht is van oordeel dat de vergunning verlenging voor arbeid in loondienst aan eiseres in 2012 niet betrokken kan worden in de beoordeling of zij in aanmerking komt voor een vergunning met als doel humanitair. Immers, na 2013 beschikte eiseres niet meer over een tewerkstellingsvergunning en is haar aanvraag afgewezen.
5.2.
Eiseres heeft sedert 2013 zes jaar gewacht met het indienen van onderhavige aanvraag. Eiseres heeft aangevoerd noch onderbouwd dat zij gedurende die periode niet in staat was om een aanvraag in te dienen om haar verblijf te regulariseren. Voor zover de gemachtigde betoogt dat deze zes jaren onrechtmatig verblijf in de beoordeling betrokken dienen te worden kan hij niet worden gevolgd. Met verweerder is het Gerecht van oordeel dat het onrechtmatige verblijf van eiseres voor haar risico komt.
5.3.
Niet gebleken is dat eiseres niet kan terugkeren naar haar land van herkomst. De enkele stelling daartoe is onvoldoende.
5.4.
Voorts is het Gerecht van oordeel dat de duur van een procedure niet kan leiden tot toekenning van een verblijfsvergunning. De beroepsgrond faalt.
5.5.
Het voorgaande leidt tot de slotsom dat het beroep ongegrond is.
6.
De beslissing
Het Gerecht:
verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.M. Ghrib, rechter in het Gerecht in eerste aanleg te Sint Maarten, en uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier op 20 maart 2023.
Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open binnen zes weken na de dag van kennisgeving van deze uitspraak. Zie hoofdstuk 5 van de Landsverordening Administratieve Rechtspraak.