De zaak betreft een geschil tussen verzoeker en Boss B.V. over het voortduren van een arbeidsovereenkomst en betaling van loon en overige vergoedingen. Verzoeker had een eerste arbeidsovereenkomst van zes maanden, waarna Boss een tweede overeenkomst voor twaalf maanden aanbood, die verzoeker niet ondertekende vanwege onbeantwoorde vragen. Desondanks is het gerecht van oordeel dat een nieuwe arbeidsovereenkomst van twaalf maanden stilzwijgend is aangegaan, welke op 10 april 2023 is geëindigd zonder verdere verlenging.
Het gerecht wijst de verzoeken van verzoeker af die betrekking hebben op loon en andere emolumenten vanaf 10 april 2023, omdat artikel 7:668a BWSXM niet van toepassing is. Wel blijft de mogelijkheid open voor verzoeker om alsnog aanspraak te maken op betaling van niet-betaalde overuren en vakantiedagen. Omdat de standpunten hierover onvoldoende duidelijk waren, wordt partijen gelegenheid gegeven zich hierover schriftelijk uit te laten.
De zaak wordt aangehouden voor verdere beslissing na ontvangst van deze schriftelijke uitlatingen. De mondelinge uitspraak is op 1 november 2023 gedaan door rechter Wouters en op 3 november 2023 vastgelegd.