ECLI:NL:OGEAM:2022:72
Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Voortzetting vreemdelingenbewaring met het oog op verwijdering rechtmatig en proportioneel
Verzoekster, een Haïtiaanse vrouw, werd op de luchthaven van Sint Maarten aangehouden wegens het bezit van valse documenten, waaronder een vals paspoort en een valse Italiaanse verblijfsvergunning. Na haar aanhouding is zij in vreemdelingenbewaring gesteld met het oog op verwijdering. Verzoekster heeft een voorlopige voorziening gevraagd om haar vrijlating en schorsing van de bewaring en verwijderingsbeschikking, stellende dat zij uit Haïti is gevlucht vanwege traumatische ervaringen en dat familie garant wil staan.
De minister van Justitie heeft verweer gevoerd dat verzoekster bewust met valse documenten reisde en geen recht heeft op verblijf, daarbij twijfelend aan haar verhaal over de vlucht en trauma. Het Gerecht heeft vastgesteld dat verzoekster illegaal verblijft en dat haar verhaal over de vlucht niet aannemelijk is, mede gezien tegenstrijdigheden in haar verklaringen en het bezit van valse documenten.
Het Gerecht heeft overwogen dat verwijzing naar het folterverdrag onvoldoende is onderbouwd en dat er geen aannemelijk risico is op schending van artikel 3 EVRM Pro. Gezien deze feiten acht het Gerecht de voortzetting van de bewaring rechtmatig en proportioneel, en wijst het verzoek af. Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek tot schorsing van de vreemdelingenbewaring wordt afgewezen en de bewaring wordt voortgezet.