Uitspraak
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN SINT MAARTEN
1.Verloop van de procedure
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
NAf 3.000,00 +
Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten
De moeder van eiseres is op 13 oktober 2020 overleden na een zware hartaanval en meerdere medische depots binnen korte tijd. Eiseres vermoedt onzorgvuldig medisch handelen en wil het medisch dossier van haar moeder inzien om een tuchtklacht voor te bereiden, aangezien een autopsie niet meer mogelijk is.
Eiseres vordert in kort geding dat de Stichting voor de Promotie en Begeleiding van de Geestelijke Gezondheidszorg op Sint Maarten (MHF) het volledige medische dossier verstrekt. MHF beroept zich op het medisch beroepsgeheim en stelt dat de machtiging van de moeder alleen betrekking heeft op het dossier bij de huisarts. Tevens voert MHF aan dat de Nederlandse artikelen 7:458a en 7:458b BW niet van toepassing zijn in Sint Maarten.
Het Gerecht overweegt dat ondanks het ontbreken van de Nederlandse wettelijke doorbrekingsgrond in Sint Maarten, op basis van het concordantiebeginsel jurisprudentie omtrent artikel 7:457 BW Pro geldt. Eiseres heeft een zwaarwegend belang bij inzage, gelet op het vermoeden van medische fouten en het ontbreken van een autopsie. Het medisch beroepsgeheim wordt doorbroken omdat het belang van eiseres zwaarder weegt.
De vordering wordt toegewezen, met een dwangsom bij niet-naleving en veroordeling van MHF in de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: MHF wordt veroordeeld tot afgifte van het volledige medisch dossier aan eiseres binnen veertien dagen onder dreiging van een dwangsom.