Uitspraak
1.Aanduiding bestreden beschikking
2.Het verloop van de procedure
3.Feiten
4.Het geschil
5.De beoordeling
De beslissing
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten
Stichting Voortgezet Onderwijs Bovenwindse Eilanden (eiseres) betwistte de subsidiebeschikkingen van de Minister van Onderwijs, Cultuur, Jeugd en Sport van Sint Maarten over meerdere schooljaren. Eiseres stelde dat het lumpsum bekostigingssysteem, vastgelegd in het Landsbesluit bekostiging onderwijs (LBHam), niet voldoet aan artikel 60 van Pro de Landsverordening voortgezet onderwijs (LoVo) en onvoldoende is om de werkelijke personeels- en exploitatiekosten te dekken.
De procedure omvatte een pro-forma beroepschrift, verweerschrift, aanvullende stukken en een mondelinge behandeling. Het Gerecht oordeelde dat artikel 60 LoVo Pro niet vereist dat de vergoeding exact de werkelijke kosten dekt en dat het LBHam het lumpsum systeem formaliseert dat sinds 2010 wordt toegepast. Het Gerecht stelde dat verweerder het zorgvuldigheidsbeginsel in acht heeft genomen bij het vaststellen van het LBHam, mede op basis van evaluaties en consultaties met schoolbesturen.
Eiseres voerde aan dat het systeem onvoldoende rekening houdt met kleine klassen, hogere salarissen, praktijkonderwijs en onderhoudskosten. Het Gerecht vond dat eiseres onvoldoende onderbouwing leverde voor deze stellingen en dat verweerder een redelijke belangenafweging heeft gemaakt, mede gelet op de financiële positie van het Land. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van Stichting Voortgezet Onderwijs Bovenwindse Eilanden wordt ongegrond verklaard en de subsidiebeschikking blijft in stand.