ECLI:NL:OGEAM:2021:90

Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten

Datum uitspraak
20 september 2021
Publicatiedatum
27 september 2021
Zaaknummer
Lar 26/2021, SXM202100420
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Artikel 3 Landsverordening Sociaal-Economische RaadArtikel 7 Landsverordening administratieve rechtspraakArtikel 40 Staatsregeling Sint MaartenHoofdstuk 5 Landsverordening administratieve rechtspraak
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep wegens ontbreken bevoegde gezagsorgaan in zaak benoeming SER-leden

Stichting Employer Council Sint Maarten heeft beroep ingesteld tegen landsbesluiten van 16 februari 2021 waarbij twee personen zijn benoemd als lid en plaatsvervangend lid van de Sociaal-Economische Raad (SER) voor een periode van drie jaar. Het beroep werd ingediend tegen de Minister van Algemene Zaken van Sint Maarten.

Tijdens de procedure heeft het Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten vastgesteld dat volgens de Landsverordening Sociaal-Economische Raad de benoeming van leden van de SER geschiedt door de Gouverneur van Sint Maarten, die het bevoegde gezag is. Hoewel de landsbesluiten mede door de Minister van Algemene Zaken zijn ondertekend, betreft dit geen bevoegde gezagsorgaan voor het voeren van het beroep.

Het Gerecht oordeelt dat het beroep niet-ontvankelijk is omdat het beroep niet is gericht tegen het juiste bestuursorgaan, namelijk de Gouverneur. Hierdoor kan het beroep niet in behandeling worden genomen. De uitspraak is gedaan door rechter J.M. Ghrib op 20 september 2021 en er staat hoger beroep open binnen zes weken na kennisgeving.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat het niet is gericht tegen het bevoegde gezag, de Gouverneur van Sint Maarten.

Uitspraak

Uitspraakdatum: 20 september 2020
Zaaknummer: SXM202100420-LAR00026/2021
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN SINT MAARTEN
UITSPRAAK
In het geding van:
STICHTING EMPLOYER COUNCIL ST. MAARTEN,
eiseres,
gevolmachtigde: de heer P. Henriquez
tegen
DE MINISTER VAN ALGEMENE ZAKEN VAN SINT MAARTEN,
gezeteld te Sint Maarten,
verweerder,
gemachtigde: mr. R.F. GIBSON jr.,

1.Aanduiding bestreden beschikking

Het landsbesluit van 16 februari 2021 waarbij [X] als lid van de SER is benoemd voor de periode van drie jaren;
Het landsbesluit van 16 februari 2021 waarbij [Y] als plaatsvervangend lid van de SER is benoemd voor de periode van drie jaren.

2.Het verloop van de procedure

2.1.
Met een op 30 maart 2021 ter griffie van het Gerecht in eerste aanleg alhier ingediend beroepschrift (met producties) heeft eiseres tegen voormelde beschikking beroep ingesteld als bedoeld in artikel 7 van Pro de Landsverordening administratieve rechtspraak (Lar).
2.2.
Op 26 mei 2021 heeft verweerder een verweerschrift ingediend.
2.3.
Mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden ter zitting van 16 augustus 2021. Eiseres is bij gemachtigde voornoemd verschenen die op schrift gestelde pleitaantekeningen heeft voorgedragen en overgelegd. Verweerder is verschenen bij diens gemachtigde.
2.4.
Uitspraak is bepaald op heden.

3.De beoordeling/ de ontvankelijkheid

3.1.
Ingevolge artikel 3, eerste lid van de Landsverordening Sociaal – Economische Raad worden de leden van de Sociaal – Economische Raad (hierna; SER) bij landsbesluit door de Gouverneur benoemd, op voordracht van de Minister van Algemene Zaken.
3.2.
Het Gerecht is van oordeel dat eiseres in haar onderhavige beroep niet kan worden ontvangen nu niet het bevoegde gezag in rechte is betrokken. Volgens de Landsverordening SER is de Gouverneur van Sint Maarten aangewezen als bevoegde gezag. Dat de landsbesluiten betreffende de benoemingen van het lid en plaatsvervangend lid van de SER tevens door verweerder zijn ondertekend, doet daaraan niet af, nu ingevolge artikel 40, eerste lid, van de Staatsregeling landsbesluiten worden ondertekend door de Gouverneur en door een of meer ministers. Het Gerecht is dan ook van oordeel dat eiseres in haar beroep niet kan worden ontvangen gezien het feit dat het onjuiste bestuursorgaan in rechte is betrokken bij de indiening van beroep.
3.3
Gelet hierop is het Gerecht van oordeel dat het beroep van eiseres niet-ontvankelijk dient te worden verklaard.

4.De beslissing

Het Gerecht:
verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.M. Ghrib, rechter in het Gerecht in eerste aanleg te Sint Maarten, en uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier op 20 september 2021.
Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open binnen zes weken na de dag van kennisgeving van deze uitspraak. Zie hoofdstuk 5 van de Landsverordening Administratieve Rechtspraak.