ECLI:NL:OGEAM:2021:86
Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen fictieve weigering wedertewerkstelling politieagent
Klager verzocht op 4 januari 2020 om correctie van zijn financiële rechtspositie en wedertewerkstelling als politieagent bij de Minister van Justitie van Sint Maarten. Nadat geen beslissing werd genomen, diende klager op 7 januari 2021 een bezwaarschrift in tegen de fictieve weigering van besluitvorming. Het gerecht oordeelde dat het bezwaar tegen de Gouverneur niet-ontvankelijk was omdat het verzoek niet van hem afkomstig was.
De kern van de zaak betrof de vraag of het bezwaar tegen de fictieve weigering tijdig was ingediend. Volgens de Regeling ambtenarenrechtspraak moet een bezwaar tegen een weigering om te beslissen binnen dertig dagen na de geachte weigering worden ingediend. Het gerecht stelde vast dat de termijn voor het nemen van een beslissing in dit geval overschreden was, maar dat klager pas na twaalf maanden bezwaar had ingesteld.
Gezien de eenvoud van het verzoek en de bekendheid van het bestuursorgaan met de materie, achtte het gerecht de termijn van twaalf maanden onredelijk lang. Daarom werd het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard. De uitspraak werd gedaan door rechter J.M. Ghrib op 27 augustus 2021 en is vatbaar voor hoger beroep.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de fictieve weigering is niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening.