ECLI:NL:OGEAM:2021:120

Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten

Datum uitspraak
5 november 2021
Publicatiedatum
2 december 2021
Zaaknummer
SXM202101259-KG 171/2021
Instantie
Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Kort geding
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3:296 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vordering tot nakoming van vaststellingsovereenkomst en betaling door Melbon Enterprises

Melbon Enterprises is eigenaar van een perceel in Sint Maarten en heeft een appartement verkocht aan eiseres, maar levering is uitgebleven. Partijen sloten een vaststellingsovereenkomst waarbij Melbon US $30.000 in drie termijnen zou betalen, waarvan slechts US $2.000 is voldaan.

Eiseres vordert nakoming van de overeenkomst en betaling van het resterende bedrag van US $28.000 plus buitengerechtelijke incassokosten. Melbon erkent de schuld maar stelt niet in staat te zijn tot betaling.

Het gerecht oordeelt dat de betalingsproblemen van Melbon geen grond vormen om de vordering af te wijzen en wijst de vordering toe. Ook de incassokosten worden toegewezen. Melbon wordt veroordeeld tot betaling van het bedrag, incassokosten en proceskosten, alles te vermeerderen met wettelijke rente. Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: Melbon wordt veroordeeld tot betaling van US $28.000, incassokosten en proceskosten met rente, uitvoerbaar bij voorraad.

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN SINT MAARTEN

Zaaknummer: SXM2021-1259 KG 171/2021
Vonnis in kort geding van 5 november 2021
inzake
[eiseres],
wonende in Sint Maarten,
-eiseres-,
gemachtigde: mr. C.J. Koster,
tegen
MELBON ENTERPRISES N.V., h.o.d.n. ‘CARBON ACQUISITION GROUP’,
gevestigd in Sint Maarten,
-gedaagde-,
procederende in persoon.
Eiseres zal hierna ook ‘[eiseres]’ en gedaagde ook ‘Melbon’ worden genoemd.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
Op 8 oktober 2021 heeft [eiseres] ter griffie van dit Gerecht het kort geding verzoekschrift met producties ingediend. Op 22 oktober 2021 heeft de mondelinge behandeling van het kort geding plaatsgevonden. [eiseres], haar gemachtigde en [gedaagde], statutair bestuurder van Melbon zijn verschenen. De gemachtigde heeft overeenkomstig zijn aantekeningen gepleit die hij voorts aan het Gerecht heeft overgelegd.
1.2.
Op heden is het vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
Melbon is eigenaar van een perceel grond in Cole Bay in Sint Maarten kadastraal omschreven SXM CB 071/2017 groot 23.250 m2 (hierna ook: ‘het Perceel’).
2.2.
Het Perceel is belast met een recht van hypotheek ten gunste van First Caribbean International Bank (Cayman) Ltd. tot zekerheid van de terugbetaling van het bedrag van US $ 7.500.000,00 inclusief rente en kosten.
2.3.
Melbon ontwikkelt op het Perceel ‘
Carbon Grove’, een ‘gated community project’ en zij bouwt op het Perceel appartementen.
2.4. [
eiseres] heeft op grond van een schriftelijke koopovereenkomst een appartement van Melbon gekocht. Levering is uitgebleven.
2.5.
Partijen hebben op 1 maart 2021 een vaststellingsovereenkomst gesloten op grond waarvan Melbon het totaalbedrag van US $ 30.000,00 aan [eiseres] dient te betalen in drie opeenvolgende maandelijkse termijnen van elk US $ 10.000,00: de eerste termijn uiterlijk op 5 maart 2021 te betalen.
2.6.
Op de schuld van US $ 30.000,00 heeft Melbon het bedrag van US $ 2.000,00 aan [eiseres] betaald.

3.Het geschil

3.1. [
eiseres] vordert voor zover van belang en zakelijk weergegeven dat het Gerecht bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis Melbon veroordeelt om het bedrag van US $ 28.000,00 te betalen en de buitengerechtelijke incassokosten van NAf 3.750,00, te vermeerderen met rente en kosten.
3.2.
Aan de vordering legt [eiseres] de stelling ten grondslag dat Melbon de vaststellingsovereenkomst dient na te komen. Nu Melbon dat tot op heden niet heeft gedaan, heeft [eiseres] recht en belang bij de rechtsvordering tot nakoming van deze overeenkomst.
3.3.
Melbon wil graag nakomen, maar is hiertoe niet in staat, aldus Melbon.

4.De beoordeling

4.1.
Het Gerecht stelt voorop dat [eiseres] haar vordering op nakoming van de overeenkomst baseert: een partij die jegens een ander verplicht is iets te geven of te doen, wordt op vordering van die ander daartoe door de rechter veroordeeld (vergelijk artikel 3:296 BW Pro).
4.2.
Nu Melbon de vordering van US $ 28.000,00 van [eiseres] erkent, zal het Gerecht deze vordering hierna toewijzen. Immers, de omstandigheid dat Melbon in betalingsproblemen verkeert, is geen grond om de vordering af te wijzen. Ook een belangenafweging kan niet meebrengen dat de vordering ondanks de vaststelling dient te worden afgewezen: Melbon heeft immers geen hiertoe strekkende belangen aangedragen.
4.3.
De buitengerechtelijke incassokosten heeft Melbon onbestreden gelaten en zullen worden begroot op 1,5 x het toepasselijke liquidatietarief van NAf 1.500,00.
4.4.
De vordering zal dan ook op na te melden wijze worden toegewezen.
4.5.
Als de in het ongelijk te stellen partij zal Melbon in de proceskosten worden veroordeeld die tot op heden aan de zijde van [eiseres] kunnen worden begroot op:
-vastrecht NAf 450,00
-kosten exploit NAf 240,50
-salaris gemachtigde NAf 1.500,00
totaal NAf 2.190,50
4.6.
Het vonnis zal uitvoerbaar bij voorraad worden verklaard.

5.De beslissing

Het Gerecht in kort geding:
5.1.
veroordeelt Melbon om het bedrag van US $ 28.000,00 aan [eiseres] te betalen te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 5 mei 2021 tot aan de dag der algehele voldoening;
5.2.
veroordeelt Melbon om de buitengerechtelijke incassokosten van NAf 2.250,00 aan [eiseres] te betalen te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 14 dagen na heden indien en voor zover alsdan niet aan deze veroordeling is voldaan;
5.3.
veroordeelt Melbon in de kosten van het geding die tot op heden aan de zijde van [eiseres] kunnen worden begroot op NAf 2.190,50 te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 14 dagen na heden, indien en voor zover deze kosten alsdan onbetaald zijn gelaten;
5.4.
verklaart het vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
5.5.
wijst af het meer of anders gevorderde.
Dit vonnis is gewezen door mr. C.T.M. Luijks, rechter, en op 5 november 2021 uitgesproken ter openbare terechtzitting in aanwezigheid van de griffier.