Eiser is sinds 1 januari 2009 in dienst bij PSS als chauffeur en werd in november 2019 arbeidsongeschikt door een verkeersongeval. PSS betaalde aanvankelijk het volledige loon, daarna 80%, vervolgens 50%, en stopte na november 2020 met loonbetalingen. Eiser vordert betaling van achterstallig loon, vakantiegeld, doorbetaling loon vanaf 23 augustus 2021 toen hij arbeidsgeschikt werd, en nakoming van administratieve verplichtingen zoals loonkaarten en aanmelding bij SZV.
Het gerecht oordeelt dat PSS haar verplichting tot loonbetaling tijdens ziekte ruimschoots heeft voldaan en wijst de vordering tot achterstallig loon over de ziekteperiode af. Wel wordt PSS veroordeeld tot betaling van vakantiegeld en doorbetaling van het loon vanaf 23 augustus 2021 totdat de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig eindigt. Tevens wordt PSS bevolen loonkaarten van 2015 tot 2020 te verstrekken en eiser aan te melden bij SZV met een dwangsom bij niet-naleving.
De incidentele vordering van PSS tot oproeping van NAGICO in vrijwaring wordt afgewezen wegens niet-tijdige aankondiging en ongeschiktheid in kort geding. PSS wordt veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.