Uitspraak
1.Aanduiding bestreden beschikking
2.Het verloop van de procedure
3.Het geschil
4.De beoordeling
- a. zonder inachtneming van de voorschriften, gesteld bij of krachtens deze verordening;
- b. zonder bouwvergunning, tenzij artikel 10 of Pro §5 van deze verordening van toepassing is;
- c. in afwijking van het bepaalde in de bouwvergunning, behoudens nadere goedkeuring.
- 1°.de minimum hechtheid van fundering, muren, balken, vloeren en bekapping;
- 2°.de minimum hoogte van gebouwen en de wijze van berekening van de hoogte van gebouwen en vertrekken;
- 4°.de minimum afmetingen en de vormen van vertrekken en trappen en van toegangswegen van licht en lucht;
- 5°.de minimum afstand tussen beer- of zinkputten en woningen en waterputten of regenbakken;
- 6°.de wijze van watervoorziening en verwijdering van water en vuil en fecaliën en de bouw en inrichting van privaten, dit met inachtneming van §14 van deze verordening.
- 1°.dat de aanvraag, de tekening, de omschrijving of het gebouw of gebouwsgedeelte niet voldoet aan de voorschriften bij of krachtens deze verordening gegeven;
- 2°.dat het gebouw ook in verband met de toegepaste bouwwijze niet zodanige hechtheid kan geacht worden te zullen bezitten, dat het voor het leven van de bewoners of gebruikers of voor de omgeving geen gevaar oplevert;
- 3°.dat de afmetingen van vertrekken of van trappen, of het aantal of de inrichting van privaten, of het aantal toegangswegen voor licht en lucht onvoldoende te achten zijn;
- 4°.dat het gebruik van het gebouw of gebouwsgedeelte schadelijk voor de openbare gezondheid of voor de gezondheid van de gebruikers te achten is;
- 5°.dat het gebouw of gebouwsgedeelte wegens de ligging of wegens de bouwwijze de omgeving ontsieren of hinderlijk dan wel brandgevaarlijk voor de omgeving zijn zal;
- 6°.dat de weg, waaraan de woning zal komen te liggen, niet voldoet aan de eisen, welke betreffende het tracé, de breedte en de constructie daarvan, rekening houdende met de aard van de woning en de eis van begaanbaarheid van de weg voor de gouvernementsdiensten, gesteld worden;
- 7°.dat het bouwplan in strijd is met de bestemmingsvoorschriften van een ontwikkelingsplan, dan wel de voorschriften behorende bij een goedgekeurd verkavelingsplan waarin de bij de aanvraag betrokken grond is begrepen;
- 8°.dat voor het bouwplan een vergunning ingevolge de Monumentenlandsverordening is vereist en deze niet is verleend.