Uitspraak
1.Aanduiding bestreden beschikking
2.Het verloop van de procedure
3.Feiten en standpunten
- Eiser is de zoon van (vader) (hierna: de vader).
- Eiser is geboren op (geboortedatum) en heeft de Jamaicaanse nationaliteit.
- Op 27 januari 2016 is door of namens eiser een vergunning tot tijdelijk verblijf (v.t.t.v.) aangevraagd, voor verblijf bij zijn ouders. Deze vergunning is verleend en was geldig tot 27 januari 2018.
- In de verleende vergunning voor verblijf bij ouders, heeft verweerder als voorwaarden opgenomen dat eiser niet werkt, dat hij een geldige ziektekostenverzekering heeft, dat hij over voldoende geldelijke middelen beschikt en dat hij bij zijn ouders inwoont.
- Op 13 november 2017 heeft eiser, toen meerderjarig, een aanvraag om verlenging van de v.t.t.v. ingediend. Verweerder heeft deze aanvraag afgewezen bij beschikking van 26 februari 2018, waartegen eiser op 28 februari 2018 een bezwaarschrift heeft ingediend. Bij het thans bestreden besluit heeft verweerder dit bezwaar ongegrond verklaard.
4.Beoordeling
5.De beslissing
- verklaart het beroep gegrond
- vernietigt het bestreden besluit
- draagt verweerder op binnen vier weken na heden een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak
- bepaalt dat het land Sint Maarten aan eiser zal betalen een bedrag van NAf 1.400,- en een bedrag van NAf 150,--.