ECLI:NL:OGEAM:2012:BY1353

Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten

Datum uitspraak
10 april 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
EJ 31/2012
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 40 Statuut Koninkrijk der Nederlanden
Verwijzingen
1 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot faillietverklaring wegens gebrek aan belang

Verzoekster heeft het Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten verzocht om verweerder in staat van faillissement te verklaren vanwege een opeisbare huurschuld en vermeende onbetaalde schuldeisers.

Verweerder erkent de schuld aan verzoekster maar ontkent dat hij meerdere schuldeisers onbetaald laat. Het Gerecht overweegt dat verweerder reeds failliet is verklaard door de arrondissementsrechtbank Utrecht, waarbij een curator is benoemd.

Op grond van het universaliteitsbeginsel, zoals vastgelegd in artikel 40 van Pro het Statuut van het Koninkrijk der Nederlanden, omvat het Nederlandse faillissement ook het vermogen van verweerder in Sint Maarten. Hierdoor valt het vermogen waarop het faillissementsbeslag rust onder het beheer van de curator in Nederland.

Het vonnis tot betaling van achterstallige huur dateert van na de faillietverklaring in Nederland en kan daarom niet worden uitgevoerd op het vermogen dat onder het faillissementsbeslag valt. Zonder nadere toelichting is niet in te zien welk belang verzoekster heeft bij het faillissementsverzoek als haar vordering niet verhaalbaar is.

Daarom wijst het Gerecht het verzoek tot faillietverklaring af wegens gebrek aan belang.

Uitkomst: Het verzoek tot faillietverklaring wordt afgewezen wegens gebrek aan belang omdat het vermogen reeds onder faillissementsbeslag valt.

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN SINT MAARTEN
Zaaknummer: EJ 31/2012
Datum: 10 april 2012
Vonnisnr.
VONNIS
In de zaak van:
de naamloze vennootschap
KREBBERS ASSOCIATES N.V.,
gevestigd te Sint Maarten,
verzoekster,
gemachtigde: mr. R.B.M. Beeris,
tegen:
[verweerder],
wonende in Sint Maarten,
verweerder,
procederende in persoon.
1. Het verloop van de procedure.
Bij op 14 februari 2012 ter griffie van het Gerecht in eerste aanleg alhier ontvangen verzoekschrift heeft verzoekster het Gerecht verzocht verweerder in staat van faillissement te verklaren.
Mondelinge behandeling van het verzoekschrift heeft plaatsgevonden in raadkamer van dit Gerecht d.d. 2 april 2012. Verzoekster is verschenen bij haar gemachtigde voornoemd. Verweerder is in persoon verschenen. Verweerder heeft een op schrift gesteld verweerschrift voorgedragen en overgelegd.
Vonnis is bepaald op heden.
2. De beoordeling van het verzoekschrift.
2.1 Verzoekster heeft het Gerecht verzocht verweerder in staat van faillissement te verklaren. Verzoekster heeft een opeisbare vordering op verweerder (huurschuld). Verder, aldus verzoekster, laat verweerder ook andere schuldeisers onbetaald terwijl verweerder eerder al in Nederland failliet is verklaard.
2.2 Verweerder erkent dat hij gelden verschuldigd is aan verzoekster. Verweerder ontkent echter dat hij meerdere schuldeisers onbetaald laat.
2.3 Het Gerecht ziet aanleiding het verzoek af te wijzen omdat verzoeker geen belang heeft bij zijn verzoek. Van een faillissement van verweerder valt voor verzoekster geen enkel positief gevolg is te verwachten. Daartoe overweegt het Gerecht het volgende.
Aan het verzoekschrift is gehecht een vonnis van de arrondissementsrechtbank Utrecht (Nederland) d.d. 27 juli 2010, inhoudende de faillietverklaring van verweerder, met benoeming tot mr. W.J. A. Lansing (advocaat te Utrecht) tot curator in dit faillissement. Ingevolge het bepaalde in artikel 40 van Pro het Statuut van het Koninkrijk der Nederlanden kunnen vonnissen door de rechter in Nederland gewezen in het gehele Koninkrijk ten uitvoer worden gelegd, met inachtneming van de wettelijke bepalingen van het land, waar de tenuitvoerlegging plaats vindt. Tot deze vonnissen zijn ook begrepen de vonnissen tot faillietverklaring (Rb Utrecht, 29 oktober 1970, NJ 1971, 35). Het Statuut gaat tussen de daarbij betrokken landen uit van het universaliteitsbeginsel. Dit betekent dat het in Nederland uitgesproken faillissement het gehele vermogen van verweerder omvat, ook het vermogen hier in Sint Maarten. De alhier aanwezige vermogensbestanddelen zullen dan ook onder het beheer en de beschikkingsmacht van de curator in het Nederlandse faillissement moeten worden gebracht.
Het vonnis in kort geding waarbij verweerder is veroordeeld om aan verzoekster achterstallige huur te betalen dateert van ná datum vonnis faillietverklaring Nederland. Dit vonnis kan <u>niet</u> ten uitvoer worden gelegd op het vermogen waarop het faillissementsbeslag rust. Gelet op het hiervoor overwogene behoort tot dit vermogen ook verweerders (eventuele) vermogen hier te lande. Zonder nadere toelichting, die in het verzoekschrift ontbreekt en ook ter terechtzitting niet is gegeven, valt niet in te zien welk belang verzoekster bij een faillissementsaanvraag heeft als zijn vordering niet verhaalbaar is op het vermogen omdat daarop reeds faillissementsbeslag rust.
2.4 Derhalve wordt beslist als volgt.
3. De beslissing.
Het Gerecht:
wijst het verzoek af.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.W.J. van Veen, rechter in het Gerecht in eerste aanleg te Sint Maarten, en uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier op 10 april 2012.