ECLI:NL:OGEAM:2012:BX5511
Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering Westin tot vrijstelling logeergastenbelasting wegens onvoldoende toezegging
Westin vordert dat het Land Sint Maarten wordt veroordeeld tot het niet heffen van logeergastenbelasting op grond van een vermeende toezegging in een 'letter of comfort' van het Bestuurscollege uit 2005. Westin stelt dat het Land onrechtmatig heeft gehandeld door deze toezegging niet na te komen en vordert schadevergoeding.
De brief van het Bestuurscollege uit maart 2005 bevatte een intentieverklaring over een toekomstige wijziging van de Eilandsverordening logeergastenbelasting, waarbij een mogelijke vrijstelling voor vijf jaar werd genoemd, mits aan bepaalde voorwaarden werd voldaan. Het Gerecht oordeelt dat deze brief slechts een verwachting en inschatting uitdrukt en geen concrete, ondubbelzinnige toezegging vormt waarop Westin gerechtvaardigd vertrouwen kon baseren.
De rechtbank wijst de vordering af omdat Westin op eigen risico vooruitliep op de wijziging van de verordening die uiteindelijk niet heeft plaatsgevonden. Tevens is de brief voorzien van een algemeen voorbehoud dat alle vergunningen onder voorbehoud van bestaande wet- en regelgeving zijn. Westin wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering van Westin tot vrijstelling van logeergastenbelasting wordt afgewezen wegens onvoldoende concrete toezegging door het Bestuurscollege.