ECLI:NL:OGEAM:2011:BQ8960
Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Toewijzing verzoek tot onmiddellijke invrijheidsstelling op grond van gelijkheidsbeginsel
Verzoeker, veroordeeld tot 33 maanden gevangenisstraf met een vroegste datum voor voorwaardelijke invrijheidsstelling op 26 februari 2011, diende een verzoek in tot onmiddellijke invrijheidsstelling op 15 februari 2011. De Minister van Justitie had eerder geweigerd verzoeker voorwaardelijk in vrijheid te stellen vanwege eerdere veroordelingen en het aantreffen van verdovende middelen tijdens detentie.
Tijdens de behandeling in raadkamer werd door verzoeker een beroep gedaan op het gelijkheidsbeginsel, waarbij werd aangevoerd dat vergelijkbare veroordeelden wel voorwaardelijk in vrijheid waren gesteld. Dit beroep werd door de officier van justitie en de Minister van Justitie niet weersproken.
Het Gerecht oordeelde dat de Minister van Justitie in redelijkheid niet tot zijn beslissing had kunnen komen en dat het belang van een goede strafrechtsbedeling de onmiddellijke invrijheidsstelling dringend noodzakelijk maakte. Het verzoek werd daarom toegewezen, waarbij het Land Sint Maarten werd bevolen verzoeker onmiddellijk in vrijheid te stellen.
De beschikking werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard en een dwangsom werd niet opgelegd, uitgaande van naleving door het Land Sint Maarten.
Uitkomst: Het verzoek tot onmiddellijke invrijheidsstelling wordt toegewezen en verzoeker wordt onmiddellijk in vrijheid gesteld.