ECLI:NL:OGEAM:2010:BQ8958
Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek elektronisch toezicht wegens bezit verdovende middelen en recidive
Verzoeker, veroordeeld tot 33 maanden gevangenisstraf wegens overtreding van de Opiumlandsverordening 1960, verzocht om verlof onder elektronisch toezicht voorafgaand aan zijn voorwaardelijke invrijheidstelling. De Minister van Justitie had dit verzoek reeds afwijzend beslist op grond van het bezit van marihuana tijdens detentie en eerdere veroordelingen voor soortgelijke feiten.
Het Gerecht oordeelde dat het verzoek ontvankelijk was en dat de Minister een ruime beleidsvrijheid heeft bij de beoordeling van dergelijke verzoeken. Het ontbreken van een hernieuwd adviestraject na vernietiging van een eerdere ministeriële beschikking werd niet als rechtsgrond gezien om het besluit te vernietigen.
Gezien het feit dat verzoeker tijdens detentie in het bezit was van verdovende middelen en de kans op recidive groot wordt geacht, achtte het Gerecht de afwijzing van het verzoek redelijk en proportioneel. Persoonlijke omstandigheden van verzoeker, zoals de zorg voor een oudere moeder, wogen niet zwaarder dan het belang van een goede strafrechtsbedeling.
Daarom werd het verzoek om elektronisch toezicht afgewezen en werd de ministeriële beschikking van 22 oktober 2010 gehandhaafd.
Uitkomst: Het verzoek om elektronisch toezicht wordt afgewezen vanwege bezit van verdovende middelen tijdens detentie en groot recidiverisico.