ECLI:NL:OGEAC:2026:97

Gerecht in eerste aanleg van Curaçao

Datum uitspraak
12 mei 2026
Publicatiedatum
16 juli 2026
Zaaknummer
CUR202600315
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • M.E.B. de Haseth
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7A:1615w lid 1 BWArt. 7A:1615w lid 5 BWArt. 7A:1615w lid 6 BWArt. 7A:1615o eerste lid BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontbinding arbeidsovereenkomst wegens onherstelbare verstoring arbeidsrelatie en toekenning billijke vergoeding

De werknemer trad in 2009 in dienst bij Aqualectra en kreeg in 2011 een vaste aanstelling. Sinds 2010 kampte hij met gezondheidsklachten die leidden tot langdurige arbeidsongeschiktheid. Na advies van de bedrijfsarts werd hij in 2023 geplaatst in een administratieve functie, maar hij ervoer belemmeringen door zijn gezondheid en verrichtte sinds april 2024 geen werkzaamheden meer.

Partijen voerden onderhandelingen over beëindiging van het dienstverband, maar bereikten geen akkoord. Aqualectra verzocht de ontbinding van de arbeidsovereenkomst zonder vergoeding, stellende dat de werknemer verwijtbaar handelde door niet mee te werken aan passende werkzaamheden.

Het gerecht oordeelde dat de arbeidsrelatie onherstelbaar is verstoord en dat de arbeidsovereenkomst billijkheidshalve moet eindigen. Hoewel Aqualectra voldoende inspanningen heeft geleverd, ligt de oorzaak deels in de risicosfeer van de werknemer. Daarom kent het gerecht een billijke vergoeding van 80.000 gulden toe. Aqualectra krijgt de mogelijkheid het verzoek in te trekken, met proceskostenveroordeling bij intrekking.

Uitkomst: De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden per 1 juni 2026 met toekenning van een billijke vergoeding van 80.000 gulden aan de werknemer.

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO

Zaaknummer: CUR202600315
Beschikking van 12 mei 2026
in de zaak van
de naamloze vennootschap AQUALECTRA N.V.,gevestigd in Curaçao,
verzoekster,
hierna:
Aqualectra,
gemachtigde: mr. L.N. Asjes,
tegen
[Verweerder],wonend in [woonplaats],
verweerder,
hierna:
[verweerder],
gemachtigde: mr. G.B. Steward.

1.Het procesverloop

1.1.
Het procesverloop blijkt uit:
  • het inleidend verzoekschrift met producties ingediend op 29 januari 2026;
  • de mondelinge behandeling van 17 maart 2026, waarbij partijen en hun gemachtigden zijn verschenen.
1.2.
De uitspraak is nader bepaald op vandaag.

2.De feiten

2.1. [
verweerder], thans [leeftijd] jaar, is 1 januari 2009 als “Operator” in dienst getreden van Aqualectra voor bepaalde tijd tot en met 31 december 2011.
2.2.
Sinds 2010 ervaart [verweerder] gezondheidsklachten, als gevolg waarvan hij regelmatig arbeidsongeschikt is (geweest).
2.3.
Op basis van een advies van de bedrijfsarts van Aqualectra, is [verweerder] vanwege zijn medische beperkingen de mogelijkheid geboden om mee te lopen bij twee afdelingen, met het oog op mogelijke plaatsing in de functies “Call Operator Dispatch” of “Field Technician Transport & Distribution”.
2.4.
Per 1 augustus 2011 is [verweerder] geplaatst in de functie van “Field Technician Transport & Distribution”, met een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd.
2.5.
Na periodes van medische klachten, werkplekonderzoeken en -aanpassingen, raakte [verweerder] in 2022 langdurig arbeidsongeschikt.
2.6.
Op 18 juli 2023 heeft de bedrijfsarts Arbo Consult geconcludeerd dat [verweerder] niet langer inzetbaar is voor fysiek belastende werkzaamheden en geadviseerd [verweerder] kantoor- en/of administratieve werkzaamheden te laten verrichten.
2.7.
Aqualectra heeft [verweerder] daarop administratieve werkzaamheden aangeboden binnen een nieuw project, waarmee [verweerder] per 1 oktober 2023 is aangevangen. In november 2023 is [verweerder] zes dagen arbeidsongeschikt geweest, en in januari 2024 twaalf dagen.
2.8.
In december 2023 vond een gesprek plaats tussen [verweerder] en de afdeling HR. Daarbij heeft [verweerder] te kennen gegeven niet langer werkzaam te willen zijn in het project, vanwege gezondheidsklachten die hem in het project belemmerden. Aan de hand hiervan is in februari 2024 door Arbo Consult een werkplekonderzoek uitgevoerd. Van de bevindingen heeft Arbo Consult verslag uitgebracht; de daarin opgenomen aanbevelingen zijn door Aqualectra opgevolgd.
2.9.
Op 10 april 2024 heeft [verweerder] de General Counsel & Corporate Secretary van Aqualectra een psychologische verklaring overhandigd, met het verzoek om 20 werkdagen arbeidsongeschikt verklaard te worden wegens chronische pijnklachten. Dit verzoek is ingewilligd.
2.10. [
verweerder] heeft vervolgens geen werkzaamheden meer verricht bij Aqualectra.
2.11.
Op 16 september 2024 heeft [verweerder] Aqualectra via zijn toenmalige gemachtigde bericht dat hij een aangepaste functie wenst te krijgen vanwege zijn gezondheid. [verweerder] liet tevens weten inkomensschade geleden te hebben vanwege beroepsziekte.
2.12.
Daarop is een gesprek tussen partijen gevolgd. Tijdens een vervolggesprek heeft Aqualectra een aanbod gedaan om tot een wederzijdse beëindiging van het dienstverband te komen. Op 9 december 2024 bereikten partijen een akkoord om het dienstverband te laten eindigen per 31 december 2024 onder toekenning van een vergoeding van Cg 205.000, onder enkele voorwaarden.
2.13.
Op 13 december 2024 is [verweerder] door tussenkomst van zijn toenmalige gemachtigde teruggekomen op deze overeenstemming, en heeft daarbij te kennen gegeven in te stemmen met wederzijdse beëindiging bij toekenning van een vergoeding van Cg 285.000. Dit heeft niet tot een regeling geleid. Nadien hebben nog enkele gesprekken plaatsgevonden, waarvan de laatste op 23 oktober 2025. Deze hebben niet geleid tot afspraken over beëindiging van de arbeidsovereenkomst noch tot plaatsing in een passende functie.
2.14. [
verweerder] verricht nog altijd geen werkzaamheden voor Aqualectra.

3.Het geschil

3.1.
Aqualectra verzoekt het Gerecht om bij beschikking de arbeidsovereenkomst tussen Aqualectra en [verweerder] te ontbinden zonder toekenning van een vergoeding aan [verweerder], met veroordeling van [verweerder] in de proceskosten.
3.2.
Aqualectra legt – kort samengevat - aan haar verzoek ten grondslag dat er sprake is van gewichtige redenen zijnde veranderingen in de omstandigheden waardoor de arbeidsovereenkomst billijkheidshalve op korte termijn behoort te eindigen. Deze veranderingen in de omstandigheden zijn volledig aan [verweerder] te wijten, zodat aan [verweerder] geen vergoeding toekomt, aldus Aqualectra.
3.3. [
verweerder] heeft gemotiveerd verweer gevoerd en geconcludeerd tot afwijzing van het verzoek. In het geval besloten wordt tot ontbinding over te gaan, maakt [verweerder] aanspraak op een billijke vergoeding conform artikel 7a:1615w lid 5 BW.
3.4.
Op de stellingen en verweren van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4.De beoordeling

Ontbinding
4.1.
Uitgangspunt bij de beoordeling van het ontbindingsverzoek is dat de werkgever ingevolge artikel 7A:1615w lid 1 BW te allen tijde bevoegd is zich wegens gewichtige redenen tot de rechter te wenden met het schriftelijk verzoek de arbeidsovereenkomst te ontbinden. Als gewichtige redenen worden beschouwd omstandigheden, welke een dringende reden, als bedoeld in artikel 7A:1615o eerste lid BW zouden hebben opgeleverd, alsook veranderingen in de omstandigheden welke van dien aard zijn, dat de dienstbetrekking billijkheidshalve dadelijk of na korte tijd behoort te eindigen.
4.2.
Aqualectra legt aan haar verzoek ten grondslag dat er sprake is van veranderingen in de omstandigheden. Deze veranderde omstandigheden zijn volgens Aqualectra dat [verweerder] zich schuldig heeft gemaakt aan gedragingen waardoor de arbeidsrelatie tussen partijen onherstelbaar is verstoord. [verweerder] is vanwege medische beperkingen ongeschikt geraakt om zijn eigen functie uit te voeren, en ondanks inspanningen van de zijde van Aqualectra, verricht [verweerder] nog altijd geen andere, passende werkzaamheden. [verweerder] werkt hier niet aan mee, en inmiddels verricht [verweerder] al ruim twee jaar geen werkzaamheden meer voor Aqualectra, aldus Aqualectra.
4.3. [
verweerder] voert daartegenover aan dat hij steeds bereid is geweest passende werkzaamheden te verrichten, dat zijn bereidheid daartoe onverminderd groot is, maar dat Aqualectra hem niet in de gelegenheid heeft gesteld om daadwerkelijk te herintegreren in een passende functie.
4.4.
Het gerecht overweegt als volgt. Gedurende ruim twee jaar is het partijen niet gelukt om [verweerder] aan de slag te krijgen in een passende functie binnen Aqualectra. Partijen zijn in een impasse geraakt, waarbij zij elkaar over en weer verwijten dat het zover is gekomen. Het gerecht volgt Aqualectra in het standpunt dat onder deze omstandigheden sprake is van veranderingen in de omstandigheden die van dien aard zijn dat de arbeidsovereenkomst billijkheidshalve dadelijk of na korte tijd behoort te eindigen. Dit ligt ook in lijn met de onderhandelingen die partijen gedurende de periode van september tot en met december 2024 hebben gevoerd tot beëindiging van de arbeidsovereenkomst tussen beiden.
De arbeidsovereenkomst behoort dan ook op korte termijn te eindigen. Het verzoek van Aqualectra wordt in zoverre daarom toegewezen.
Billijke vergoeding
4.5.
Vervolgens staat ter beoordeling de vraag of met het oog op de omstandigheden van het geval het billijk voorkomt dat aan [verweerder] op grond van artikel 7A:1615w lid 5 BW een vergoeding wordt toegekend, en zo ja, wat de hoogte van die vergoeding zal moeten zijn.
4.6.
Aqualectra stelt zich op het standpunt dat aan [verweerder] geen ontbindingsvergoeding dient te worden toegekend. In verband hiermee heeft Aqualectra gesteld dat de gewijzigde omstandigheden volledig te wijten zijn aan [verweerder], nu hij zich niet als goed werknemer heeft gedragen en verwijtbaar heeft gehandeld door de overeengekomen en nadien aangeboden passende werkzaamheden niet te willen uitvoeren. Verder moet ook rekening worden gehouden met de omstandigheid dat [verweerder] al twee jaar loon en emolumenten uitbetaald krijgt, zonder daar tegenover arbeid te verrichten, aldus Aqualectra.
4.7. [
verweerder] betwist enige verwijtbaarheid van zijn kant, en voert aan dat rekening moet worden gehouden met de omstandigheden dat hij steeds een loyale werknemer is geweest, die zich heeft laten bijscholen om in een passende functie geplaatst te kunnen worden, en ook met zijn persoonlijke omstandigheden, te weten dat hij kostwinner is van een gezin met twee kleine kinderen, en hypothecaire geldlening heeft.
4.8.
Bij het bepalen van een billijke vergoeding houdt het gerecht onder meer rekening met de leeftijd van [verweerder], de duur van zijn dienstverband, zijn vooruitzichten op de arbeidsmarkt, de hoogte van zijn salaris en de mate van verwijtbaarheid van partijen in het licht van de omstandigheden van het geval.
4.9.
Met betrekking tot de mate van verwijtbaarheid in het licht van de omstandigheden van het geval overweegt het gerecht als volgt. Naar het oordeel van het gerecht heeft Aqualectra zich voldoende ingezet om [verweerder] te begeleiden naar een passende functie. Zo heeft naar aanleiding van het advies van de bedrijfsarts van 18 juli 2023 plaatsing van [verweerder] in een administratieve functie plaatsgevonden (zie 2.6. en 2.7.) en heeft Aqualectra, nadat [verweerder] melding had gemaakt van gezondheidsklachten in deze functie, de aanbevelingen van een verricht werkplekonderzoek opgevolgd (2.8.). Weliswaar stelt [verweerder] in deze procedure dat hij geen administratieve functie wenst te bekleden, omdat hij dat niet passend acht, gelet op zijn opleiding en ervaring, maar dat leidt het gerecht niet tot een ander oordeel. Een administratieve functie ligt in lijn met het advies van de bedrijfsarts van 18 juli 2023, en overigens ook met de adviezen van de door [verweerder] zelf ingeschakelde arbodienst Optima. Voor zover [verweerder] heeft aangevoerd dat Aqualectra nader onderzoek had moeten doen naar de mogelijkheid dat andere functies als passend kunnen worden aangemerkt, overweegt het gerecht dat daartoe onder voormelde omstandigheden geen aanleiding bestond, mede in aanmerking genomen de door Aqualectra onweersproken stelling dat [verweerder] de vervolgadviezen van Optima niet meer haar heeft gedeeld.
4.10.
Daartegenover staat dat van de zijde van Aqualectra ook onduidelijkheid is gecreëerd door [verweerder] in april 2024 bijzonder verlof te verlenen, zonder dat [verweerder] arbeidsongeschikt was verklaard, en dus ook zonder tussenkomst van de bedrijfsarts, en zonder hieraan vervolgens voortvarend opvolging te geven, zelfs niet nadat geruime tijd later de beëindigingsonderhandelingen vast waren gelopen.
4.11.
Gelet op de hiervoor vermelde omstandigheden is het gerecht van oordeel dat de oorzaak van de ontbinding in enige mate is gelegen in de risicosfeer van [verweerder]. Het gerecht acht een vergoeding van Cg 80.000 bruto passend en billijk.
4.12.
Nu aan de ontbinding van de arbeidsovereenkomst een vergoeding wordt verbonden, zal Aqualectra, gelet op het bepaalde in artikel 7A:1615w lid 6 BW, in de gelegenheid worden gesteld om het verzoek in te trekken binnen de hierna te melden termijn.
4.13.
Indien Aqualectra haar ontbindingsverzoek intrekt zal zij worden veroordeeld in de proceskosten aan de zijde van [verweerder], die tot aan deze uitspraak worden begroot op Cg 1.500 aan gemachtigdensalaris. Als Aqualectra haar ontbindingsverzoek niet intrekt, brengt de uitkomst van deze procedure met zich dat de proceskosten zullen worden gecompenseerd tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

5.De beslissing

Het gerecht:
5.1.
stelt partijen in kennis van haar voornemen de tussen partijen bestaande arbeidsovereenkomst met ingang van 1 juni 2026 te ontbinden wegens veranderingen in de omstandigheden, onder toekenning van na te melden billijke vergoeding aan [verweerder] ten laste van Aqualectra;
5.2.
stelt Aqualectra in de gelegenheid om schriftelijk, uiterlijk 28 juni 2026, het verzoek in te trekken en daarvan mededeling te doen aan de griffier van het gerecht;
5.3.
veroordeelt Aqualectra voor zover zij haar verzoek intrekt, in de proceskosten, die aan de zijde van [verweerder] tot op heden worden begroot op Cg 1.500 aan gemachtigdensalaris;
en, voor het geval dat Aqualectra niet uiterlijk 28 mei 2026 tot intrekking van het ontbindingsverzoek overgaat:
5.4.
ontbindt de tussen Aqualectra en [verweerder] bestaande arbeidsovereenkomst met ingang van 1 juni 2026;
5.5.
kent ter zake van de ontbinding aan [verweerder] ten laste van Aqualectra een vergoeding toe van Cg 80.000 bruto, waarop een eventueel toe te kennen cessantia-uitkering in mindering strekt;
5.6.
compenseert de proceskosten tussen partijen in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt;
5.7.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
5.8.
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gewezen door mr. M.E.B. de Haseth, rechter, bijgestaan door mr. S.K.V. Jansen, griffier, en op 12 mei 2026 in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.