Uitspraak
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO
,wonende op [woonplaats],
eiser,
gemachtigde: mr. L.F. Delfgauw,
1.[Gedaagde 1],
,
gedaagden.
1.Het procesverloop
- het verzoekschrift van 7 mei 2026 en de producties 1 t/m 13,
- de akte aanvulling eis van 21 mei 2026,
- de pleitnotitie van mr. Delfgaauw,
- de spreekaantekeningen van [gedaagden] en de ter zitting bekeken foto’s,
- de mondelinge behandeling van 25 mei 2026.
2.De feiten
3.De vordering en de standpunten van partijen
4.De beoordeling
[gedaagden] betwist dat de scheidingsmuur zich op het perceel van [eiser] bevindt. Het afgebroken gedeelte van de scheidingsmuur staat volgens de metingen van het Kadaster op het perceel van [gedaagden], zo heeft [gedaagden] ter zitting onder verwijzing naar een overgelegde foto gesteld. Wat betreft de door [eiser] gestelde scheuren en barsten in de muur, stelt [gedaagden], onder verwijzing naar overgelegde foto’s, dat deze al aanwezig waren voordat met de bouwwerkzaamheden werd begonnen.
Tussen partijen is daarmee in geschil de vraag op wiens perceel de muur is gelegen, wie daarvan eigenaar is en of de gestelde schade door de bouwwerkzaamheden is veroorzaakt. De gemotiveerde betwisting door [gedaagden] van de stellingen van [eiser] zou in een bodemprocedure leiden tot een bewijsopdracht, maar voor bewijslevering is in kort geding echter geen plaats. Ook deze vorderingen worden daarom afgewezen.