Uitspraak
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO
eiseres in kort geding, verweerster in het voorwaardelijk ontbindingsverzoek,
gemachtigde: mr. A. Barendregt,
gedaagde in kort geding, verzoekster in het voorwaardelijk ontbindingsverzoek,
gemachtigde: mr. B.J.F. Stuart.
1.Het procesverloop
In beide zaken
- het inleidend verzoekschrift van [werkneemster] ingediend op 14 april 2026;
- het verweerschrift, tevens zelfstandig verzoek, van [werkgever];
- de behandeling ter zitting van 6 mei 2026, alwaar partijen, [werkgever] vertegenwoordigd door haar aandeelhouders/bestuurder, zijn verschenen, vergezeld van de gemachtigden;
- de pleitnota van mr. Barendregt.
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
- de korte duur van het dienstverband;
- de aannemelijk geachte kans dat [werkneemster], mede gelet op haar leeftijd en werkervaring, snel elders werk kan vinden;
- de omstandigheid dat [werkneemster] sinds 25 februari 2026 niet meer voor [werkgever] heeft gewerkt en tot de datum van de ontbinding niet meer voor [werkgever] zal hoeven te werken;
- de omstandigheid dat [werkgever] een kleine onderneming is;
- de omstandigheid dat de verwijdering tussen partijen aan beide partijen is toe te schrijven, aan [werkgever] doordat zij na het gesprek en [werkneemster]s brief van 25 februari niet heeft gepoogd het volgens haar ontstane misverstand weg te nemen en aan [werkneemster] doordat zij zich niet heeft willen neerleggen (en in dat verband de nul-urenbepaling in de strijd heeft geworpen) bij de niet onredelijke eis van [werkgever] dat zij per 1 juli 2026 weer op het werk zou zijn.