ECLI:NL:OGEAC:2026:45

Gerecht in eerste aanleg van Curaçao

Datum uitspraak
27 maart 2026
Publicatiedatum
30 maart 2026
Zaaknummer
CUR202504068
Instantie
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 11, tweede lid, onder a, LobArt. 12, eerste lid, LobArt. 24, eerste lid, Lar
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Gerecht vernietigt weigering openbaarmaking documenten SVB over indexering AOV

Eiseres verzocht de Sociale Verzekeringsbank (SVB) om openbaarmaking van diverse documenten over de rol en inspanningen van de SVB bij de indexering van de Algemene Ouderdomsverzekering (AOV). De SVB weigerde openbaarmaking op grond van intern beraad en bescherming van economische belangen. Het Gerecht oordeelt dat de SVB onvoldoende inzicht heeft gegeven in de zoekslag naar documenten en de weigering niet per document en onderdeel heeft gemotiveerd.

De SVB heeft nagelaten te beoordelen of persoonlijke beleidsopvattingen en feitelijke gegevens in de documenten gescheiden kunnen worden, terwijl de wet dit vereist. Ook het argument dat openbaarmaking het wetgevingsproces zou verstoren, wordt door het Gerecht verworpen. Het Gerecht vernietigt daarom de bestreden beschikking voor zover deze ziet op de eerste drie deelverzoeken en beveelt een nieuwe beslissing binnen zes weken.

Daarnaast veroordeelt het Gerecht de SVB tot vergoeding van het door eiseres betaalde griffierecht en proceskosten. De uitspraak is openbaar en partijen kunnen binnen zes weken hoger beroep instellen bij het Gemeenschappelijk Hof van Justitie.

Uitkomst: Het Gerecht vernietigt de weigering van de SVB tot openbaarmaking van documenten over de indexering van de AOV en beveelt een nieuwe beslissing binnen zes weken.

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO

Uitspraak

In het geding tussen:

[naam eiseres],

wonende te Curaçao,
gemachtigde: mr. D. Evertsz,
en

de Sociale Verzekeringsbank,

verweerder,
gemachtigde: mr. S.S.J. Vierbergen.
Partijen worden hierna aangeduid als eiseres en de SVB.

Inleiding

1.1
In deze uitspraak beoordeelt het Gerecht het beroep van eiseres tegen de beslissing van de SVB op haar verzoek om openbaarmaking op grond van de Landsverordening openbaarheid van bestuur (Lob).
1.2
Op 30 augustus 2025 heeft eiseres zes deelverzoeken gedaan tot openbaarmaking van diverse stukken over de rol en inspanningen van de SVB bij de indexering van de Algemene Ouderdomsverzekering (AOV).
1.3
Bij beschikking van 19 september 2025 heeft de SVB een beslissing genomen op deze deelverzoeken (de bestreden beschikking).
1.4
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen de bestreden beschikking.
1.5
De SVB heeft met een verweerschrift op het beroep gereageerd.
1.6
Het Gerecht heeft de SVB voorafgaand aan de zitting verzocht om een overzicht te verstrekken van alle documenten die de SVB beschikbaar heeft, waarbij per document dient te worden aangegeven waarom dit document niet openbaar is gemaakt.
1.7
Op 12 februari 2026 heeft de SVB met een beroep op artikel 24, eerste lid, van de Lar de volgende documenten verstrekt: een “Aanpassingsbrief aanpassingen pensioenbedragen in verband met indexering AOV/AWW”, een advies over de indexering per 1 januari 2024, een presentatie “Opties indexering AOV” van 21 augustus 2025 en elf brieven over indexering per 1 januari van de jaren 2014 tot en met 2025.
1.8
Het beroep is op 13 februari 2026 op zitting behandeld. Eiseres is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. De SVB heeft zich laten vertegenwoordigen door haar gemachtigde.

Beoordeling door het Gerecht

2.1
Het Gerecht beoordeelt de beslissing van de SVB op het Lob-verzoek aan de hand van de beroepsgronden van eiseres.
2.2
Het Gerecht komt tot het oordeel dat het beroep gegrond is. De SVB heeft onvoldoende inzichtelijk gemaakt hoe de zoekslag naar de gevraagde documenten is verricht. Daarnaast heeft de SVB de weigering van openbaarmaking ondeugdelijk gemotiveerd, omdat per document en per zelfstandig onderdeel niet is beoordeeld of sprake is van persoonlijke beleidsopvattingen en of eventuele feitelijke gegevens daarvan kunnen worden gescheiden.
2.3
Het Gerecht legt dit oordeel hierna uit.
Van welke stukken heeft Eiseres openbaarmaking verzocht?
3. In haar Lob-verzoek heeft eiseres verzocht om de volgende stukken openbaar te maken:
I. alle documenten, correspondentie en interne adviezen inzake de inspanningen van de SVB tot wijziging van indexeringsformule;
II. door de SVB opgestelde landsverordening over de aanpassing van de indexeringsformule;
III. PowerPointpresentatie getiteld “Verkenning opties tot indexering en verhoging AOV”;
IV. correspondentie met de accountant van de SVB over de indexering en verhoging van de AOV;
V. opgave van het aantal bij de SVB ingediende verzoeken tot indexatie;
VI. een voorwaardelijk verzoek strekkende tot openbaarmaking van het jaarverslag 2024, voor zover dat nog niet is openbaar gemaakt.
Waar gaat het niet meer over in deze zaak?
4.1
Het Gerecht stelt vast dat tegen de deelbeslissingen van de SVB op de hiervoor onder IV tot en met VI genoemde verzoeken geen beroepsgronden zijn gericht. Eiseres heeft dat ter zitting ook bevestigd. Ten aanzien van deelverzoek IV heeft de SVB in de bestreden beschikking overwogen dat de gevraagde correspondentie niet bestaat, zodat dit verzoek niet kan worden toegewezen. Met betrekking tot het onder V genoemde verzoek om opgave van het aantal verzoeken heeft de SVB in de bestreden beschikking al aan dit verzoek voldaan. Ten slotte heeft de SVB meegedeeld dat het jaarverslag 2024 al openbaar is gemaakt. Nu dit deelverzoek alleen is gedaan onder de voorwaarde dat dit nog niet het geval was, moet het geacht worden niet te zijn gedaan.
4.2
Het voorgaande leidt tot de conclusie dat de bestreden beschikking voor zover die ziet op de deelbeslissingen op de verzoeken IV tot en met VI in stand kan blijven.
Wat houdt partijen nog verdeeld?
5. Het Gerecht stelt vast dat het beroep van eiseres uitsluitend is gericht tegen de beslissingen die de SVB in de bestreden beschikking heeft genomen op de deelverzoeken I tot en met III. Het Gerecht zal deze beslissingen en de daartegen gerichte beroepsgronden hierna achtereenvolgens bespreken.
Deelverzoek onder I: documenten, correspondentie en interne adviezen inzake de inspanningen van de SVB tot wijziging van indexeringsformule
6.1
In de bestreden beschikking heeft de SVB geweigerd de gevraagde documenten openbaar te maken. Aan deze weigering heeft de SVB ten grondslag gelegd dat de verzochte documenten interne adviezen betreffen die zijn opgesteld ten behoeve van intern beraad en die opvattingen, conclusies en aanbevelingen bevatten die te herleiden zijn tot specifieke personen. Op grond van artikel 12, eerste lid, van de Lob kan dergelijke informatie niet openbaar worden gemaakt. Daarnaast bevatten sommige documenten financiële en beleidsmatige analyses waarvan openbaarmaking een reëel risico oplevert voor de economische en financiële belangen van het Land. Dit vormt een zelfstandige weigeringsgrond als bedoeld in artikel 11, tweede lid, onder a, van de Lob.
6.2
Met toepassing van artikel 24, eerste lid, van de Lar heeft de SVB stukken aan het Gerecht overgelegd die volgens haar onder het verzoek vallen. Het gaat om een aanpassingsbrief inzake pensioenbedragen in verband met de indexering van de AOV/AWW, een advies over de indexering per 1 januari 2024 en elf brieven over de indexering per 1 januari van de jaren 2014 tot en met 2025.
7. Eiseres voert aan dat de bestreden beschikking onvoldoende zorgvuldig is voorbereid en ondeugdelijk is gemotiveerd. Zij wijst er in de eerste plaats op dat een inventarisatielijst ontbreekt, waardoor niet inzichtelijk is welke documenten onder de reikwijdte van het verzoek vallen en op welke gronden openbaarmaking per document is geweigerd. Daarnaast heeft de SVB volgens eiseres onvoldoende onderbouwd dat de betreffende documenten zijn opgesteld ten behoeve van intern beraad en dat zij persoonlijke beleidsopvattingen bevatten die te herleiden zijn tot personen of instellingen. Evenmin is inzichtelijk gemaakt waarom het niet mogelijk zou zijn de informatie in geanonimiseerde of anderszins niet tot personen herleidbare vorm te verstrekken. Voor zover al een dergelijke toets zou zijn verricht, blijkt uit de motivering niet op welke wijze dat is gebeurd. Ook is niet gebleken dat de SVB per zelfstandig onderdeel van de documenten heeft beoordeeld of sprake is van persoonlijke beleidsopvattingen. Indien en voor zover de documenten feitelijke informatie bevatten, had moeten worden beoordeeld of deze zodanig is verweven met beleidsopvattingen dat scheiding mogelijk is. Ten slotte stelt eiseres dat het enkele beroep op de bescherming van economische en financiële belangen van het Land geen toereikende motivering vormt voor weigering van openbaarmaking.
8. Deze beroepsgrond slaagt. Het Gerecht motiveert dit als volgt.
8.1
Het Gerecht stelt voorop dat een bestuursorgaan voldoende inzichtelijk moet maken hoe de zoekslag naar de gevraagde documenten is verricht. Deze zoekslag moet zorgvuldig zijn. Het bestuursorgaan kan de zorgvuldigheid van de zoekslag onder meer waarborgen door concreet te vermelden welke systemen zijn geraadpleegd, welke zoektermen zijn gehanteerd, welke vragen aan de als relevant aangemerkte personen zijn voorgelegd en welke selectie vervolgens is gemaakt in de door die personen aangedragen documenten. Zie bijvoorbeeld de uitspraak van 31 januari 2024 van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, gepubliceerd op rechtspraak.nl onder ECLI:NL:RVS:2024:367.
8.2
Namens de SVB is ter zitting desgevraagd toegelicht dat de gemachtigde bij collega’s van de juridische afdeling heeft nagevraagd welke documenten de SVB onder zich heeft met betrekking tot deelverzoek 1. Op basis daarvan zijn de hiervoor genoemde documenten naar voren gekomen. Voor zover de gemachtigde bekend is, betreft dit alle documenten die bij de SVB berusten. Naar het oordeel van het Gerecht voldoet de door de SVB gemaakte zoekslag niet aan de hiervoor onder 8.1 genoemde vereisten. De SVB heeft namelijk niet inzichtelijk gemaakt welke zoektermen zijn gehanteerd en welke vragen aan de relevant aangemerkte personen zijn voorgelegd. Al om deze reden kan de beslissing van de SVB op deelverzoek 1 niet in stand blijven.
9.1
Het Gerecht is, na kennisneming van de uitsluitend aan het Gerecht overgelegde stukken, van oordeel dat de SVB ten onrechte heeft geweigerd de hiervoor genoemde documenten integraal niet openbaar te maken. Daartoe is het volgende van belang.
9.2
Ingevolge artikel 12, eerste lid, van de Lob wordt in geval van een verzoek om informatie uit documenten die zijn opgesteld ten behoeve van intern beraad, geen informatie verstrekt over tot personen herleidbare beleidsopvattingen. Onder intern beraad wordt verstaan het beraad over een bestuurlijke aangelegenheid binnen een bestuursorgaan dan wel binnen een kring van bestuursorganen in het kader van de gezamenlijke verantwoordelijkheid voor die aangelegenheid. Onder een tot personen herleidbare beleidsopvatting wordt verstaan een opvatting, voorstel, aanbeveling of conclusie van een of meer personen over een bestuurlijke aangelegenheid, alsmede de daartoe door hen aangevoerde argumenten.
9.3
Artikel 12, eerste lid, van de Lob biedt daarmee een grondslag om informatie te weigeren voor zover deze persoonlijke beleidsopvattingen bevat. Feitelijke gegevens vallen daar niet onder en kunnen daarom niet op die grond worden geweigerd. Dat is anders indien deze gegevens zodanig met de beleidsopvattingen zijn verweven dat scheiding niet mogelijk is. Het bestuursorgaan dient daarom per zelfstandig onderdeel van een document te beoordelen of sprake is van persoonlijke beleidsopvattingen en, indien daarin feitelijke gegevens zijn opgenomen, of deze daarvan kunnen worden gescheiden. Indien scheiding niet mogelijk is, mag het betreffende onderdeel in beginsel worden geweigerd. Indien scheiding mogelijk is, kan openbaarmaking van onderdelen door middel van weglakking worden geweigerd.
9.4
Naar het oordeel van het Gerecht bevatten de desbetreffende documenten niet uitsluitend beleidsopvattingen, maar ook feitelijke gegevens. De SVB heeft nagelaten om per zelfstandig onderdeel te beoordelen of sprake is van persoonlijke beleidsopvattingen en of eventuele feitelijke gegevens daarvan kunnen worden gescheiden.

Deelverzoek onder 2: door de SVB opgestelde landsverordening;

10. De SVB heeft dit deelverzoek afgewezen omdat de gevraagde documenten zijn opgesteld ten behoeve van intern beraad, beleidsopvattingen bevatten die te herleiden zijn tot personen en instellingen, en omdat openbaarmaking het wetgevingsproces kan verstoren en kan leiden tot misverstanden bij toekomstige regelgeving.
11. Eiseres voert in beroep aan dat de door de SVB opgestelde conceptlandsverordening ten onrechte niet openbaar is gemaakt. Documenten die zijn opgesteld in het kader van het wetgevingsproces vallen volgens eiseres onder de reikwijdte van de Lob en dienen daarom openbaar te worden gemaakt.
12. Het Gerecht is, na kennisneming van de uitsluitend aan het Gerecht overgelegde conceptlandsverordening, van oordeel dat de SVB ten onrechte heeft geweigerd dit document integraal niet openbaar te maken. Het standpunt van de SVB dat openbaarmaking het wetgevingsproces kan verstoren en kan leiden tot misverstanden bij de totstandkoming van toekomstige regelgeving, vindt geen grondslag in de limitatief-imperatieve weigeringsgronden van de Lob en kan de weigering daarom niet dragen. Daarnaast ontbreekt, net als bij de beoordeling van deelverzoek 1, een beoordeling per zelfstandig onderdeel van het document of sprake is van persoonlijke beleidsopvattingen en of eventuele feitelijke gegevens daarvan kunnen worden gescheiden. Het Gerecht zal daarom ook de beslissing op deelverzoek 2 vernietigen.
Deelverzoek onder 3: PowerPointpresentatie getiteld “Verkenning opties tot indexering en verhoging AOV”
13. De SVB heeft aan de weigering om de voornoemde presentatie openbaar te maken ten grondslag gelegd dat deze is opgesteld in het kader van een interne werksessie tussen de SVB en een aantal ministeries over mogelijke opties voor de indexering van de AOV. Volgens de SVB betreft het daarmee een document dat is opgesteld ten behoeve van intern beraad als bedoeld in artikel 12, eerste lid, van de Lob. De presentatie bevat volgens de SVB beleidsopvattingen, waaronder scenarioverkenningen, conclusies en aanbevelingen van medewerkers, inclusief de daarbij gehanteerde argumenten. Omdat deze opvattingen te herleiden zijn tot specifieke personen of functionarissen binnen de SVB, is openbaarmaking volgens de SVB uitgesloten.
14. Eiseres voert in beroep aan dat de SVB ten onrechte de openbaarmaking van de presentatie in haar geheel heeft geweigerd. Volgens eiseres bestaat een presentatie doorgaans uit verschillende elementen en vallen alleen die onderdelen die persoonlijke beleidsopvattingen bevatten onder artikel 12 van Pro de Lob. Een beoordeling per onderdeel ontbreekt.
15. Deze beroepsgrond slaagt. Na kennisneming van de uitsluitend aan het Gerecht overgelegde presentatie stelt het Gerecht vast dat dit document niet uitsluitend persoonlijke beleidsopvattingen bevat, maar ook feitelijke gegevens. Onder verwijzing naar hetgeen hiervoor is overwogen, is het Gerecht van oordeel dat de SVB ten onrechte heeft nagelaten om per zelfstandig onderdeel te beoordelen of sprake is van persoonlijke beleidsopvattingen en of eventuele feitelijke gegevens daarvan kunnen worden gescheiden. Het Gerecht zal ook dit onderdeel van de bestreden beschikking vernietigen.

Conclusie en gevolgen

16. Het beroep is gegrond. Het Gerecht zal de bestreden beschikking vernietigen voor zover daarin is beslist op onderdeel I tot en met III van het Lob-verzoek van eiseres. De SVB dient een nieuw besluit te nemen op die onderdelen van het Lob-verzoek van eiseres, met in achtneming van hetgeen hierover in deze uitspraak is overwogen. Het Gerecht stelt hiervoor een termijn van zes weken vast.
17. Omdat het beroep gegrond is, moet de SVB het door eiseres betaalde griffierecht van Cg 150,- aan eiseres vergoeden. Eiseres krijgt ook een vergoeding van haar proceskosten. Deze vergoeding bedraagt Cg 1.400,- omdat de gemachtigde van eiseres een beroepschrift heeft ingediend en aan de zitting heeft deelgenomen (1 punt voor het beroepschrift, 1 punt voor de zitting, waarde per punt Cg 700,-).

Beslissing

Het Gerecht:
  • verklaarthet beroep gegrond;
  • vernietigtde bestreden beschikkingen voor zover daarin op onderdelen I tot en met III van het Lob-verzoek van eiseres is beslist;
  • bepaaltdat de SVB in zoverre opnieuw moet beslissen op het Lob-verzoek, met inachtneming van deze uitspraak en binnen zes weken na verzending van deze uitspraak aan partijen;
  • veroordeeltde SVB tot betaling aan eiseres van haar proceskosten tot een bedrag van Cg 1.400;
  • bepaaltdat de SVB het door eiseres betaalde griffierecht van Cg 150,- aan haar vergoedt.
Aldus vastgesteld door mr drs. S. Lanshage, rechter, en in het openbaar uitgesproken op 27 maart 2026, in tegenwoordigheid van mr. H. van der Schaft, griffier.

Informatie over hoger beroep

Tegen deze uitspraak kunnen alle partijen hoger beroep instellen bij het Gemeenschappelijk Hof van Justitie.
Het hoger beroepschrift moet worden ingediend
binnen zes wekenna de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Het hoger beroep moet worden ingediend bij het Gerecht dat de uitspraak heeft gedaan.
De indiener van het hoger beroep moet in ieder geval:
  • het hoger beroepschrift indienen in tweevoud;
  • een afschrift van deze uitspraak bijvoegen;
  • vermelden waarom hij het niet eens is met de uitspraak (hoger beroepsgronden).
Partijen kunnen gebruik maken van de mogelijkheid om binnen de gegeven hoger beroepstermijn te volstaan met een pro-forma hoger beroepschrift. Dit betekent dat de hoger beroepsgronden op een later moment kunnen worden ingediend.
Voor het instellen van het hoger beroep is griffierecht verschuldigd.