Feit 2:
hij op 5 april 2025 te Curaçao, een vuurwapen en munitie in de zin van de Vuurwapenverordening 1930, in de zin van de Vuurwapenverordening 1930, voorhanden heeft gehad.
Het Gerecht acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken.
Het Gerecht grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan, op de feiten en omstandigheden die in de hierna volgende bewijsmiddelen zijn vervat en redengevend zijn voor de bewezenverklaring.
Daarbij wordt opgemerkt dat ieder bewijsmiddel, ook in zijn onderdelen, slechts wordt gebruikt tot bewijs van dat bewezen verklaarde feit, of die bewezen verklaarde feiten, waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft en, voor zover het een geschrift als bedoeld in artikel 387, eerste lid, aanhef, onder e van het Wetboek van Strafvordering betreft, telkens slechts wordt gebezigd in verband met de inhoud van de andere bewijsmiddelen.
Voorts wordt opgemerkt dat in de bewijsmiddelen geen (expliciete) landsaanduiding is opgenomen, maar dat algemeen bekend is dat de in die bewijsmiddelen wel opgenomen plaatsen zijn gelegen in Curaçao.
1.
Een proces-verbaal van forensisch onderzoek naar aanleiding van schietincident te [adres] ter hoogte van [bedrijf] d.d. 28 april 2025, opgenomen op pagina 38 e.v. van het dossier (opgemaakt door verbalisanten [verbalisant 1], [verbalisant 2] en [verbalisant 3]), voor zover inhoudende, zakelijk weer gegeven:
“Op 5 april 2025 omstreeks 20:00 uur heeft zich aan de [adres] te Curaçao, ter hoogte van [bedrijf], een schietincident voorgedaan. Daarbij is het slachtoffer [benadeeldepartij] geraakt door een schot in zijn bovenlichaam. Het slachtoffer is vervolgens overgebracht naar het Curaçao Medical Center. (…) Op de plaats delict werden drie (3) hulzen, een kogel en kogelfragmenten van het kaliber 9x19 mm aangetroffen (…).”
2.
Een schriftelijk bescheid, te weten een medische verklaring van de afdeling Neurochirurgie van het Curaçao Medical Center d.d. 16 mei 2025, opgenomen op pagina 24 e.v. van het dossier, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
“Een 38-jarige man werd opgenomen op de intensive care na een schotwond in de nek en linker thorax. Hij was paraplegisch met sensibiliteitsstoornissen ter hoogte van T6 en motorische uitval vanaf C6/C7 en lager. Er was sprake van een facet- en corpusfractuur en een laminafractuur van C7, alsmede intraspinale lucht en epidurale verdoving. Daarnaast was sprake van ringvormig letsel met splinterig van het kraakbeen posterolateraal en een scheuring van circa 2 mm van de luchtpijp (…).
3.
Een aanvullend proces-verbaal van bevinding uitwerking videobeelden [bedrijf] d.d. 24 mei 2025, opgenomen op pagina 117 e.v. van het dossier (opgemaakt door verbalisant [verbalisant 4]), voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
“Op 5 april 2025, te Curaçao, is op het tijdstip 19:38:06 te zien dat het slachtoffer in de ingangsdeur van de “[bedrijf]” staat. In de verte komt een silhouet in het donker rennen richting de “[bedrijf]”, hierna aangeduid als subject (…). Subject komt dichterbij en heeft een masker voor zijn gezicht; hij is slank van postuur (…). Subject strekt zijn rechterarm uit in de richting van het slachtoffer (…). Naar alle zekerheid grenzende waarschijnlijkheid houdt subject een vuurwapen in zijn rechterhand. (…). Het slachtoffer begint naar beneden te zakken terwijl subject zijn arm blijft richten; naar alle zekerheid grenzende waarschijnlijkheid heeft subject reeds geschoten en schiet vermoedelijk opnieuw (…). Vervolgens valt het slachtoffer op de grond en subject houdt zijn arm gestrekt in zijn richting (…). Buiten bij de ingangsdeur van de [bedrijf] staat subject met een vuurwapen in zijn rechterhand, gericht op het slachtoffer binnen (…). Een gezoomde screenshot bevestigt dat het voorwerp in de hand van subject naar alle zekerheid grenzende waarschijnlijkheid een vuurwapen betreft (…). Op het tijdstip 19:38:10 is te zien dat het slachtoffer op zijn rug is gedraaid en ligt op zijn rug.”Top of FormBottom of Form
4.
Een proces-verbaal van bevinding uitwerking videobeelden d.d. 11 april 2025, opgenomen op pagina 86 e.v. van het dossier (opgemaakt door verbalisant [verbalisant 4]), voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
“Afbeelding 1A is op het tijdstip 19.18:19 te zien dat een witgelakte [automerk/model] op de Gosieweg aankwam rijden (…) richting Brievengat. Op afbeelding 2A is te zien dat de [automerk/model] linksaf sloeg en het parkeerterrein van Botica Novo opreed (…). Op afbeelding 3C en 3D is te zien dat de [automerk/model] terugrijdt richting de Gosieweg voorbij Gosie [bedrijf] (…) richting Brievengat. Op afbeelding 4A–4C is te zien dat de [automerk/model] opnieuw op het parkeerterrein van Botica Novo rijdt (…) en parkeert. Op afbeelding 5A-1 is te zien dat de achterzijde nummerplaat van voornoemde [automerk/model] [kentekennummer] is. Op afbeelding 5B is te zien dat de [automerk/model] achteroprijdt nadat het ongeveer 10 minuten daar bleef geparkeerd (…). Op afbeelding 5L is de [automerk/model] te zien op de [adres]. (…) Op afbeelding 5M is op het tijdstip 19.38:24 te zien dat de rechterzijde portier openging. (…) Op afbeelding 5N is op het tijdstip 19.38:25 te zien dat in de verte silhouet van een persoon naast de rechterzijde van bedoelde auto te zien is. Vermoedelijk is dit het moment dat de dader uit de auto stapte. (…) Op afbeelding 5O en 5P is op het tijdstip 19.38:33 te zien dat een manspersoon bij de ingang van de [bedrijf] staat. Op het gezoomde screenshot is te zien dat het silhouet bij de ingang zich bevond en dat een persoon in een geel shirt, namelijk het slachtoffer, beweegt. Op afbeelding 5Q is te zien dat de remverlichting aanging en tevens is te zien dat er een silhouet bij de rechterzijde van bedoelde [automerk/model] staat. Dit is naar alle waarschijnlijkheid na het schietincident waar het subject terugrent naar de [automerk/model] die op hem staat te wachten. Op afbeelding 5R is op het tijdstip 19.38:50 te zien dat de vluchtauto, [automerk/model], wegrijdt.”
5.
Een proces-verbaal van aangifte door [benadeeldepartij] d.d. 20 mei 2025, opgenomen op pagina 15 e.v. van het dossier (opgemaakt door verbalisanten [verbalisant 5] en [verbalisant 6], voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven-:
“Ik liep naar de ingangsdeur van de zaak en terwijl ik daar stond, zag ik een manspersoon naar de zaak rennen. Op een afstand van ongeveer twee auto’s tussen hem en mij zag ik dat bedoeld persoon een witkleurig stoffen masker over zijn gezicht trok. Het lukte mij te zien dat, voordat hij zijn gezicht met het masker bedekte, dat het om iemand ging met een lichte huidskleur.
Alhoewel de schutter zijn gezicht met een wit stoffen masker bedekt had, kon ik hem herkennen als de man bijgenaamd [verdachte] van [wijk]. Ik herkende hem gelijk aan zijn lichaamsbouw en lichaamshouding en bewegingen. Ik moet verklaren dat ik [verdachte] heel goed ken en heel veel gezien heb, dus ik herken hem gelijk, sterker nog, [verdachte] heeft een opvallend zeer slank postuur en de persoon die ik op die videobeelden had gezien en die op mij aan het schieten was, kwam zeker overeen met [verdachte] uit [wijk].”
6.
Een proces-verbaal van fotoconfrontatie van de aangever [benadeeldepartij] met de verdachte [verdachte] d.d. 21 mei 2025, opgenomen op pagina 289 e.v. van het dossier (opgemaakt door verbalisanten [verbalisant 5] en [verbalisant 7]), voor zover inhoudende:
“Op de foto genummerd met het cijfer 8 is de afbeelding opgenomen van de verdachte: [verdachte] bijgenaamd ([verdachte]), geboren op [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1983 en wonende aan de [adres].
Wij, verbalisanten, vroegen aan de aangever [benadeeldepartij], of hij de verdachte/schutter zou kunnen herkennen en zo ja, aan zou kunnen wijzen op de fotosheet. (…) Zonder te aarzelen wees de aangever [benadeeldepartij], ons verbalisanten de verdachte onder foto nummer 8 en verklaarde het volgende:
“Ik herken de man onder fotonummer 8 als de voor mij bekende man bijgenaamd “[verdachte]” en die woonachtig is in [wijk]. Hij is dezelfde man bijgenaamd “[verdachte]” die bij de “[bedrijf] ” gelegen te Gosieweg op mij zonder enige reden of aanleiding daartoe had geschoten en het is dezelfde “[verdachte]” over wie ik in mijn afgelegde verklaring sprak. Ik herken hem aan zijn gezicht op die foto, omdat ik (…) “[verdachte]” heel goed ken omdat ik hem heel veel had gezien.”
7.
Een proces-verbaal getuigenverhoor bij de rechter-commissaris van getuige [benadeeldepartij] d.d. 12 november 2025 (los proces-verbaal), voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
“Ik herken de persoon die het schietincident heeft gepleegd als [verdachte], de zoon van de eigenaar van de bar. Dat is de bar in [wijk] waar ik vaak naar toe ging. Het klopt, dat bar een mooi woord voor bordeel is. Ik ging naar dezelfde dame. Zij heet [persoon 1].
[verdachte] is blank, lang en heel slank, met een opvallende lichaamsbouw en een manier van lopen die direct herkenbaar is. Zijn huidskleur is lichter dan die van mij en hij is veel magerder. Zijn silhouet, lengte, slanke postuur en manier van bewegen kwamen mij bekend voor, omdat ik hem vaak in de bar en daarbuiten heb gezien.
In een periode van 6 maanden ben ik daar vaak geweest. Ongeveer 3 a 4 keer per week gedurende een periode van 6 maanden. De laatste 6 maanden ben ik daar vaak geweest.
Op het moment van het schietincident stond ik buiten bij het bedrijf. Ik zag de schutter aankomen; hij was zijn masker aan het goed zetten. Hij liep gebukt langs de auto’s, kwam aanrennen en trok een pistool. Zijn rechterarm was gestrekt in mijn richting. Ik herken hem niet alleen aan zijn postuur en lichte huidskleur, maar ook aan zijn loopje. Het gebukt lopen, het aanrennen en daarna weer rechtop lopen voordat hij het pistool trok, kwam overeen met hoe ik hem eerder had zien lopen in de bar. Zijn silhouet, lichaamsbouw en manier van bewegen bevestigen dat hij degene was die op mij schoot.”
8.
Een proces-verbaal verhoor bedreigde getuige L5 bij de rechter-commissaris, opgenomen op pagina 292 e.v. van het dossier, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
“Op de video van het incident herkende ik dat het de broer was, het gaat om de broer van de man van [persoon 1]. Zij zijn een tweeling. (…) Ik kon het zien (…) aan zijn slanke postuur. Ik heb de beelden ongeveer twee tot drie keer gezien. Ik zag het gelijk. Het is geen aanname, zo is het gebeurd. Ik heb het niet mis. Hij is niet te verwarren met iemand anders. Ik weet zeker dat ik hem herkend heb. Wat hem voor mij herkenbaar maakte, was zijn zeer slanke bouw, de manier waarop hij bewoog (…).”
9.
Een proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 1] d.d. 24 april 2025, opgenomen op pagina 39 e.v. van het dossier (opgemaakt door verbalisant [verbalisant 8]), voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
“Vraag: is het slachtoffer genaamd [benadeeldepartij] bijgenaamd “[benadeeldepartij]” (het Gerecht begrijpt: [benadeeldepartij]) bekend voor jou?
Antwoord: Ja, ik ken die persoon als een klant van mij. Ik prostitueer in de wijk [wijk].
Vraag: had je een liefdesrelatie met hem?
Antwoord: Nee. Ik heb mijn vriend [persoon 2]. Hij zit vast in verband met een schietincident. Ik heb gehoord dat de broer van mijn vriend, bijgenaamd [verdachte], als verdachte is aangehouden.”
10.
Een proces-verbaal van bevinding gesprek met “[persoon 3]” d.d. 28 april 2025, opgenomen op pagina 12 e.v. van het dossier (opgemaakt door verbalisanten [verbalisant 9] en [verbalisant 4]), voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
“[persoon 3] heeft de videobeelden van het incident bekeken. Na het bekijken van de beelden herkende [persoon 3] een persoon aan diens postuur en gedragingen, waarbij hij onmiddellijk dacht aan een zekere [verdachte] van [wijk]. (…) In de periode na het bekijken van de beelden heeft [persoon 3] navraag gedaan naar hetgeen hierover op straat werd verteld. Hieruit begreep hij dat [verdachte] het slachtoffer had neergeschoten in opdracht van diens broer [persoon 2].[persoon 2], die opgesloten is, zou een relatie onderhouden met [persoon 1], die het slachtoffer regelmatig bezocht. [persoon 3] verklaarde verder dat [persoon 2] uit jaloezie opdracht zou hebben gegeven aan zijn broer [verdachte] om het slachtoffer van het leven te beroven.
11.
Een proces-verbaal van bevinding uitlezing mobiele telefoon verdachte [verdachte] d.d. 14 september 2025, opgenomen op pagina 187 e.v. van het dossier, voor zover inhoudende:
“Op donderdag 24 april 2025 werd de verdachte [verdachte] aangehouden. Tijdens de aanhouding werd er een witkleurige mobiele telefoon van het merk IPhone voorzien van een groene hoes en met IMEl-nummer [nummer] voor verder onderzoek in beslag genomen. (…)
Als “device user” zag ik staan: “Boom”. Als user type zag ik staan: Owner. In de applicatie WhatsApp zag ik het telefoonnummer [telefoonnummer] eveneens gekoppeld staan als “owner”.
Onder het kopje “user accounts” zag ik de volgende namen staan:
-
Email-[email](…)
[persoon 4]
Whatsappgesprek tussen [telefoonnummer](owner) en [telefoonnummer]([persoon 4]). Ik zag dat het Whatsapp gesprek gaat over het kopen van een vuurwapen. Ik zag dat het Whatsapp gesprek met [persoon 4] begint op 15 maart 2025. Het gesprek verliep als volgt:
[persoon 4] 3/15/2025 3:09:01 PM stembericht: Lagami sa ki ora bo ta wak mi tin e sen pe hombu nan wak e lachi (Laat me weten wanneer je me zal ophalen. Ik heb het geld zodat die mannen een lade kunnen bekijken).
Opmerking verbalisant: “ Lachi” is versluierd taalgebruik voor patroonhouder.
[verdachte] 3/18/2025 5:11:17 PM stembericht: Tende no, lastei ba bisami ta tin un B??? na 2 mil. E koi tei? (Luister dan, laatst had je tegen mij gezegd dat er een “ B” was voor tweeduizend. Is die ding er?)
[persoon 4] 3/18/2025 5:28:14 PM stembericht: ko nai a bai kaba, mi ruman. Un pari hombu nai tin ta piddi 2800 (Die dingen zijn al weg, mijn broer. Er zijn een paar mannen die 2800 vragen).
[verdachte] 3/18/2025 5:30:52 PM stembericht: okay okay, manda un pic pa mi, pa mi wak un brother a puntra mi un koi, mi ta manda pic pe of un kos sibo tine noh (oke oke, stuur mij een foto, om te kijken. Een broer heeft mij iets gevraagd. Ik zal foto voor hem sturen of iets als je het hebt).
Opmerking verbalisant: Tijdens een lopend onderzoek bij het Bureau Roofovervallen Bestrijding staat vermelde man onder de naam [persoon 4] bekend als wapenhandelaar. Tijdens het gesprek de dato 18 maart 2025 om 05.11 uur PM kan “ B” versluierd taalgebruik zijn voor een vuurwapen van het merk “ Baretta”.
Vervolgens stuurde [persoon 4] foto’s van vuurwapens naar [verdachte].
[telefoonnummer] 07:06:10 pm uur: [verdachte] wey ([verdachte] man)
[telefoonnummer] 07:06:10 pm uur: Qlq (Hoe gaat het)
[telefoonnummer] 07:11:48 pm uur: Yo necesito hablar de como resolvamos el pago, (…) me excusa yo quiero quise hable como se va hacer eso e lo de la merca y el hierro. (…) porfa digame qlq va pasar que estoy necesitando el efe. (Ik moet praten over hoe we de betaling gaan regelen, (…). vergeef me, maar ik wil dat we praten over hoe we dit gaan aanpakken, zowel wat betreft de spullen als het ijzer. (…) Alsjeblieft, vertel me wat er gaat gebeuren, want ik heb dringend geld nodig.)
[telefoonnummer] 07:33:40 pm uur stem bericht: (…) quiero que mes habla a mí de quien tiene que pagarme el arma usted of [persoon 2]? (…) ik wil dat je me duidelijk vertelt wie mij moet betalen voor het wapen, jij of [presoon 2]? (…).