ECLI:NL:OGEAC:2026:27
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bevoegdheid en ontvankelijkheid bij aanhouding van plastic goederen onder invoerverbod
Belanghebbende heeft plastic goederen ten invoer aangegeven die door de douane zijn aangehouden omdat zij onder het verbod op plastic producten voor eenmalig gebruik vallen. De Inspecteur verklaarde het bezwaar van belanghebbende tegen deze aanhouding niet-ontvankelijk. Belanghebbende kwam vervolgens in beroep bij het Gerecht in eerste aanleg.
Het Gerecht stelt vast dat de Landsverordening in-, uit- en doorvoer (LIUD) verouderd is en dat de procedure bij invoer niet altijd transparant is. De aanhouding van goederen is geregeld in artikel 223 LIUD Pro en betreft een feitelijke handeling, waartegen geen bezwaar mogelijk is bij de Inspecteur. Het Gerecht oordeelt dat de Inspecteur terecht het bezwaar niet-ontvankelijk heeft verklaard.
Verder is de vraag of de goederen als verboden moeten worden aangemerkt niet aan de belastingrechter voorgelegd, omdat deze niet bevoegd is om hierover te oordelen. Het Gerecht leidt het beroepschrift daarom door naar de bestuursrechter, die wel bevoegd is om te oordelen over de toepassing van de Landsverordening verbod voor milieu schadelijke producten.
Belanghebbende stelde dat de douane niet bevoegd is om goederen onbeperkt aan te houden en dat de goederen niet voor eenmalig gebruik bestemd zijn. De Inspecteur stelde dat de douane wel bevoegd is en dat het bezwaar terecht niet-ontvankelijk is verklaard. Het Gerecht bevestigt dat de douane bevoegd is tot toezicht en aanhouding, maar dat bezwaar tegen aanhouding niet bij de Inspecteur kan worden ingediend.
De uitspraak is gegeven door rechter D.J. Jansen op 12 maart 2026. Het beroep wordt ongegrond verklaard voor zover het ziet op de ontvankelijkheid en bevoegdheid van de Inspecteur, en doorgeleid naar de bestuursrechter voor inhoudelijke beoordeling van het verbod op de goederen.
Uitkomst: Het Gerecht verklaart zich niet bevoegd en verklaart het beroep ongegrond, en leidt het beroepschrift door naar de bestuursrechter.