ECLI:NL:OGEAC:2026:115

Gerecht in eerste aanleg van Curaçao

Datum uitspraak
4 mei 2026
Publicatiedatum
27 juli 2026
Zaaknummer
CUR202501660
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • M.E.B. de Haseth
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vordering achterstallige huur en incassokosten door Curaçao Ports Authority tegen Souvenir Hut

Curaçao Ports Authority (CPA) vordert betaling van achterstallige huur van Souvenir Hut op basis van een huurovereenkomst van 30 september 2020, met huurtermijnen vanaf 1 oktober 2020 tot 31 juli 2022. Souvenir Hut heeft vanaf het begin geen huur betaald en stelt dat huur pas verschuldigd was nadat de kiosk operationeel was, vanwege vertragingen en persoonlijke omstandigheden van haar directeur.

Souvenir Hut baseert haar verweer op een e-mail van 16 september 2020 waarin zij meent dat CPA instemde met uitstel van betaling. Het gerecht oordeelt dat deze afspraak niet is vastgelegd in de huurovereenkomst en dat geen bewijs is geleverd van een opschortende voorwaarde. De rechtbank wijst het verweer af en veroordeelt Souvenir Hut tot betaling van de hoofdsom, vermeerderd met contractuele rente.

De buitengerechtelijke incassokosten worden gematigd tot Cg 1.500,- en Souvenir Hut wordt veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en kan direct worden tenuitvoer gelegd.

Uitkomst: Souvenir Hut wordt veroordeeld tot betaling van achterstallige huur, rente, incassokosten en proceskosten aan Curaçao Ports Authority.

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO

Zaaknummer: CUR202501660
Vonnis van 4 mei 2026
in de zaak van
de naamloze vennootschap
CURAÇAO PORTS AUTHORITY N.V.,gevestigd in Curaçao,
eiseres,
hierna:
CPA,
gemachtigden: mrs. M.F. Murray en J.G.F.G. Blomont,
tegen
SOUVENIR HUT N.V.,
gevestigd in Curaçao,
gedaagde,
hierna:
Souvenir Hut,
gemachtigde: mr. R.A. Gonet,

1.Het procesverloop

1.1.
Het procesverloop blijkt uit:
  • het verzoekschrift van 21 mei 2025,
  • de conclusie van antwoord,
  • de aanvullende producties van gedaagde van 27 februari 2026,
  • de mondelinge behandeling van 3 maart 2026,
  • de pleitnotities van beide partijen.
1.2.
Vonnis is bepaald op vandaag.

2.Waar deze procedure over gaat

2.1.
In deze procedure vordert CPA achterstallige huur van Souvenir Hut. Die vordering is gebaseerd op een huurovereenkomst die partijen op 30 september 2020 hebben ondertekend. Deze huur ging in op 1 oktober 2020 en eindigende na een verlenging op 31 juli 2022.
2.2.
Souvenir Hut was een huurprijs verschuldigd van Cg 100,- per cruise call en Cg 100,- aan maandelijkse security fee, in beide gevallen exclusief omzetbelasting.
In de overeenkomst staat dat de maandelijkse huurprijs uiterlijk op de vijfde respectievelijk (na verlenging) de zevende dag van iedere kalendermaand diende te worden voldaan.
2.3.
Souvenir Hut heeft van meet af aan geen betaling aan CPA verricht. Dat was aanleiding voor CPA om het gerecht te verzoeken Souvenir Hut te veroordelen tot het betalen van Cg 14.224,28 aan achterstallige huur, te vermeerderen met de eveneens overeengekomen rente van 1,5% per maand met ingang van de dag van verschuldigdheid tot de dag der algehele voldoening. Daarnaast vraagt CPA om veroordeling van Souvenir Hut tot vergoeding van Cg 2.117,14 aan buitengerechtelijke incassokosten en de (na)kosten van deze
procedure, alsook de daarover verschuldigde wettelijke rente in het geval betaling
daarvan binnen veertien dagen na het ten deze te wijzen vonnis uitblijft.

3.De beoordeling

3.1.
Souvenir Hut bestrijdt dat de huurtermijnen opeisbaar zijn geworden, omdat zij met CPA zou zijn overeengekomen dat pas huur betaald hoefde te worden nadat de kiosk voor verkoop gereed was gekomen. Deze marktkraam heeft namelijk een ongunstige ligging, waardoor extra tijd nodig was om aanpassingen te verrichten. Een en ander is nog verder uitgelopen door vertraging die bij de verbouwing is ontstaan en ontwikkelingen in de persoonlijke levenssfeer van haar directeur, [directeur 1].
3.2.
Ter onderbouwing van haar verweer heeft Souvenir Hut zich beroepen op een door haar op 16 september 2020 verzonden e-mail, waarop zij geen afwijzende reactie van CPA heeft ontvangen. Souvenir Hut stelt dat zij hieruit heeft mogen afleiden dat CPA instemde met uitstel van betaling van de huur.
3.3.
Naar het gerecht begrijpt, staat op zichzelf niet ter discussie dat partijen in beginsel over de opeisbaarheid van de huurtermijnen hebben afgesproken wat daarover in de twee opvolgende huurovereenkomsten is bepaald. Het gerecht vat het verweer van Souvenir Hut in ten aanzien van die opeisbaarheid op als een beroep op opschorting: de huur zou pas op de vijfde of zevende dag van elke kalenderdag opeisbaar worden vanaf het moment dat de kiosk kon worden geëxploiteerd (wat tot 1 augustus 2022 nooit het geval is geweest). Het ligt dan op de weg van Souvenir Hut, die zich erop beroept dat deze voorwaarde aan de opeisbaarheid van huurtermijnen in de weg staat, om het bestaan van die voorwaarde te bewijzen.
3.4.
Deze voorwaarde is niet al komen vast te staan met de verwijzing naar de korte mededeling van [directeur] in een mail van 16 september 2020 aan een medewerkster van CPA dat “E palabrashon tabata pa nos a kuminsa payment ora habri e kiosk pa sales”. Deze mondelinge afspraak wordt namelijk niet alleen ontkend, de mededeling erover is voorafgaand aan de ondertekening van de eerste huurovereenkomst gedaan, maar komt in die overeenkomst niet terug. Kort voor die ondertekening, op 29 september 2020, heeft [directeur] op verzoek van CPA nog gereageerd op de concepttekst ervan, die naar het gerecht begrijpt gelijk is aan de getekende versie. Hij schreef toen dat die tekst er goed uitzag, en maakte geen voorbehoud ten aanzien van de opeisbaarheid van huurtermijnen. Ondanks diverse betalingsherinneringen en sommaties heeft Souvenir Hut daarna, tot aan deze procedure, ook geen beroep op enige opschortende voorwaarde gedaan.
3.5.
Omdat geen bewijs is aangeboden van het verweer dat met een vertegenwoordiger van CPA (mondeling) een opschortende voorwaarde is overeengekomen, moet dat verweer dus worden verworpen. Omdat tegen deze vorderingen verder geen verweren zijn aangevoerd, leidt dat tot toewijzing van de hoofdsom, vermeerderd met de contractuele rente vanaf de opeisbaarheid (vervaltermijnen) van de afzonderlijke facturen.
3.6.
De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten komen het gerecht bovenmatig voor en worden daarom gematigd tot 1,5 punt van het conform het Procesreglement 2023 toepasselijke liquidatietarief. Dit komt neer op een bedrag van Cg 1.500, -.
3.7.
Omdat Souvenir Hut in het ongelijk wordt gesteld, wordt zij veroordeeld in de proceskosten. De kosten van CPA worden tot aan deze uitspraak begroot op Cg 750, - aan griffierecht, Cg 346,50 aan oproepingskosten en Cg 2.000, - aan gemachtigdensalaris (2 punt/tarief 5). De nakosten worden toegewezen als in de
beslissing staat vermeld.
3.8.
De veroordelingen in deze uitspraak gaan meteen in en kunnen ook ten
uitvoer worden gelegd als een van de partijen deze beslissing voorlegt aan het Hof.

4.De beslissing

Het gerecht:
4.1.
veroordeelt Souvenir Hut tot betaling van Cg 14.224,28 aan CPA, te vermeerderen met de contractuele rente van 1,5% per maand met ingang van de dag van de opeisbaarheid van elke afzonderlijke huurtermijn tot aan de dag der algehele voldoening;
4.2.
veroordeelt Souvenir Hut tot betaling van Cg 1.500, - aan buitengerechtelijke incassokosten;
4.3.
veroordeelt Souvenir Hut in de proceskosten van CPA van Cg 3.096,50, te vermeerderen met Cg 250, - aan nakosten zonder betekening, verhoogd met Cg 150, - in geval van betekening;
4.4.
bepaalt dat de proceskosten moeten worden betaald binnen veertien dagen en dat die kosten worden verhoogd met de wettelijke rente als niet op tijd wordt betaald;
4.5.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
4.6.
wijst af wat verder is gevorderd.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.E.B. de Haseth, rechter, bijgestaan door mr. S.K.V. Jansen, griffier, en in het openbaar uitgesproken.