ECLI:NL:OGEAC:2026:109

Gerecht in eerste aanleg van Curaçao

Datum uitspraak
17 juli 2026
Publicatiedatum
24 juli 2026
Zaaknummer
CUR202600342
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 Lb MTSVArt. 4.1 Landsverordening basisverzekering ziektekostenArt. 12 RMSV
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging afwijzing tarief mobiele trombosedienst wegens ontbreken wettelijke grondslag

Lab de Med heeft beroep ingesteld tegen de afwijzing door de Sociale Verzekeringsbank (SVB) van haar verzoek om een code en tarief voor een mobiele trombosedienst. De SVB had dit verzoek eerder afgewezen en bij bezwaar gehandhaafd met de motivering dat het tarief van Cg 33,25 exclusief aan ADC was toegekend in het kader van concentratie van zorg en kostenbeheersing.

Het Gerecht oordeelt dat de SVB onvoldoende heeft gemotiveerd op welke wettelijke grondslag het tarief exclusief aan ADC wordt toegekend. De aangevoerde wettelijke bepalingen, met name artikel 2, vierde en achtste lid van het Lb MTSV, bieden geen basis voor deze exclusiviteit. Het concentratiebeleid van de SVB kan niet als wettelijke grondslag dienen.

Het Gerecht wijst erop dat Lab de Med als medewerkend laboratorium gerechtigd is tot vergoeding voor trombosetests, maar dat voor de trombosedienst geen tarief in het Lb MTSV is opgenomen. De SVB moet daarom opnieuw op het bezwaar beslissen en bij handhaving van exclusiviteit een deugdelijke wettelijke motivering geven.

De SVB wordt veroordeeld in de proceskosten van Lab de Med en moet het betaalde griffierecht vergoeden. De uitspraak kan binnen zes weken worden aangevochten bij het Gemeenschappelijk Hof van Justitie.

Uitkomst: Het beroep van Lab de Med wordt gegrond verklaard en de afwijzing van het verzoek om een tarief voor de trombosedienst wordt vernietigd.

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO

Uitspraak

in de zaak tussen:

LABORATORIO DE MEDICOS B.V.,

eiseres,
gevestigd te Curaçao,
gemachtigde: mr. A.C. van Hoof,
en

de Sociale Verzekeringsbank (SVB),

verweerster,
gemachtigde: mr. S.S.J. Vierbergen.
Partijen worden in deze uitspraak hierna Lab de Med en SVB genoemd.

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt het Gerecht het beroep van Lab de Med tegen afwijzing door de SVB van haar verzoek om een code en een tarief voor een mobiele trombosedienst.
1.1
De SVB heeft dit verzoek eerder bij beschikking van 4 april 2023 afgewezen. Deze afwijzing is bij beschikking op bezwaar van 18 december 2024 gehandhaafd. Het beroep van Lab de Med tegen de beschikking op bezwaar, bij het Gerecht geregistreerd onder zaaknummer CUR202500659, heeft geleid tot de uitspraak van het Gerecht van 10 december 2025 (ECLI:NL:OGEAC:2025:291). Daarin heeft het Gerecht het beroep gegrond verklaard, de beschikking op bezwaar vernietigd en de SVB opgedragen om opnieuw op het bezwaar van Lab de Med te beslissen.
1.2
Ter uitvoering van die uitspraak heeft de SVB bij beschikking van 22 januari 2026 opnieuw beslist op het bezwaar van Lab de Med. Daarbij heeft de SVB het bezwaar opnieuw ongegrond verklaard en de afwijzing van het verzoek met een gewijzigde motivering gehandhaafd (de bestreden beschikking).
1.3
Lab de Med heeft tegen de bestreden beschikking beroep ingesteld.
1.4
De SVB heeft met een verweerschrift op het beroep gereageerd.
1.5
Het Gerecht heeft het beroep op 27 mei 2026 ter zitting behandeld. Lab de Med heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. Van Hoof, die werd vergezeld door de heer [naam directeur], directeur van Lab de Med en de heer [naam klinisch chemicus], klinisch chemicus bij Lab de Med. De SVB heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. Vierbergen, die werd vergezeld door de heer [naam medewerker 1] en de heer [naam medewerker 2], beiden werkzaam bij de SVB.

Beoordeling door het Gerecht

2.1
Het Gerecht beoordeelt de bestreden beschikking aan de hand van de beroepsgronden van Lab de Med.
2.2
Het Gerecht komt tot het oordeel dat het beroep van Lab de Med gegrond is.
In de nieuwe beslissing op bezwaar is onvoldoende gemotiveerd waarom het tarief Cg 33,25 onder code 70192 voor de verrichting trombosedienst uitsluitend beschikbaar is gesteld aan ADC en niet aan Lab de Med.
2.3
Hierna legt het Gerecht uit hoe hij tot dit oordeel is gekomen en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Wat is relevant om te weten in deze zaak?
3.1
Het Gerecht verwijst allereerst naar zijn uitspraak van 10 december 2025.
3.2
In die uitspraak heeft het Gerecht in de kern overwogen dat de bevoegdheid van de SVB om een instelling als medewerkende uit te nodigen niet zover strekt dat de SVB een beperking kan aanbrengen in het pakket van diensten of verrichtingen van een medewerkend laboratorium. Artikel 2 van Pro de Regeling Medewerking aan de Sociale Verzekeringen 1960 (RMSV) biedt daarom geen wettelijke grondslag om het verzoek van Lab de Med af te wijzen. Het Gerecht heeft de SVB opgedragen opnieuw te motiveren op welke wettelijke grondslag de afwijzing van het verzoek berust.
3.3
Tegen deze uitspraak zijn geen rechtsmiddelen aangewend, zodat deze in rechte vaststaat.
3.4
In de huidige procedure is pas duidelijk is geworden dat onderscheid moet worden gemaakt tussen een trombosetest enerzijds en een trombosedienst anderzijds.
3.4.1
Een trombosetest meet de stollingswaarde in het bloed van een patiënt. In de bijlage bij het Lb MTSV is daarvoor onder de rubriek "Laboratorium" met code 70197 een tarief van Cg 8,55 opgenomen. In de bestreden beschikking heeft de SVB zich op het standpunt gesteld dat ieder laboratorium, en dus ook Lab de Med, een trombosetest kan declareren. Dat is ter zitting namens de SVB bevestigd. Lab de Med heeft betwist dat zij een trombosetest daadwerkelijk kan declareren, omdat dit in het declaratiesysteem feitelijk niet mogelijk is. De SVB heeft ter zitting toegezegd dit te zullen onderzoeken. Het Gerecht stelt vast dat uit de bestreden beschikking volgt dat Lab de Med een trombosetest moet kunnen declareren. Dat dit nu feitelijk nog niet mogelijk is, betreft een uitvoeringskwestie die in deze procedure niet ter beoordeling voorligt.
3.4.2
De trombosedienst waarvoor Lab de Med een code en tarief verzoekt, omvat meer dan uitsluitend het uitvoeren van een trombosetest. Ter zitting is toegelicht dat daarbij niet alleen de stollingswaarde van het bloed wordt vastgesteld, maar ook de testresultaten worden beoordeeld, de patiënt wordt gemonitord en de antistollingsmedicatie zo nodig wordt afgestemd. Voor een trombosedienst bevat de bijlage bij het Lb MTSV geen tarief. De SVB heeft toegelicht dat in 2016 op verzoek van ADC voor de verrichting “PT-test en INR voor trombosedienst” een tarief van Cg 33,25 onder code 70192 is vastgesteld. Deze verrichting kan uitsluitend door ADC worden gedeclareerd.
Waarom mag Lab de Med niet het tarief voor een trombosedienst declareren?
4. De SVB heeft aan de afwijzing van het verzoek van Lab de Med om een code en een tarief voor een trombosedienst de volgende motivering ten grondslag gelegd.
4.1
De SVB is op grond van artikel 4.1 van de Landsverordening basisverzekering ziektekosten (BVZ) belast met de uitvoering van de BVZ. Daarmee is de SVB verantwoordelijk voor een doelmatige, rechtmatige en financieel duurzame uitvoering van het wettelijk verzekerde zorgpakket. Uit de memorie van toelichting bij de BVZ volgt dat met de invoering van de BVZ is beoogd het zorgstelsel te uniformeren, doelmatiger te organiseren, versnippering van het zorgaanbod te voorkomen en de kosten van de zorg te beheersen. Deze uitgangspunten zijn volgens de SVB leidend bij de beoordeling van verzoeken die zien op uitbreiding of differentiatie van het zorgaanbod.
4.2
De SVB stelt zich op het standpunt dat op Curaçao al een trombosedienst operationeel is, ondergebracht bij ADC, het voormalig landslaboratorium. Het toelaten van een tweede trombosedienst zou leiden tot duplicatie van zorgcapaciteit, fragmentatie van een gecentraliseerde voorziening en aantasting van de doelmatigheid en kostenbeheersing van de trombosezorg. Het beschikbaar stellen van een tarief voor een tweede trombosedienst zou daarom haaks staan op de doelstellingen van de BVZ.
4.3
Volgens de SVB vindt het voor ADC gehonoreerde tarief van Cg 33,25 zijn grondslag in artikel 2, achtste lid, van het Lb MTSV. Op grond van die bepaling kan de SVB, na overleg met de controlerend geneesheer, een tarief honoreren voor een medisch noodzakelijke verrichting waarvoor nog geen wettelijk tarief is vastgesteld. In samenhang met artikel 2, vierde lid, Lb MTSV geldt dat de SVB een voorafgaande machtiging kan vereisen voor verrichtingen en daarbij kan differentiëren in de toepassing. De verrichting met tarief Cg 33,25 is door de SVB bewust en gemotiveerd exclusief gekoppeld aan de trombosedienst van ADC en maakt integraal onderdeel uit van het concentratiebeleid van de SVB.
Waarom is Lab de Med het daarmee oneens en wat vindt het Gerecht daarvan?
5. Lab de Med voert aan dat een wettelijke grondslag ontbreekt om het tarief van Cg 33,25 uitsluitend beschikbaar te stellen aan ADC.
6. Deze beroepsgrond slaagt. Het Gerecht overweegt daartoe als volgt.
6.1
Op grond van artikel 12, eerste lid, van de RMSV vindt de honorering van de diensten van een medewerkende plaats in overeenkomst met het Lb MTSV. De door de SVB aangevoerde uitgangspunten van concentratie van zorg, doelmatigheid en kostenbeheersing kunnen uitsluitend een rol spelen voor zover de wet de SVB bij de uitoefening van een bevoegdheid beoordelingsruimte laat. Voor zover de SVB bij de beslissing een instelling al dan niet als medewerkende uit te nodigen over een discretionaire bevoegdheid beschikt, kunnen deze uitgangspunten daarbij worden betrokken. In dit geval is Lab de Med echter al als medewerkend laboratorium aangemerkt. Vanaf dat moment dient de vraag of een verrichting voor vergoeding in aanmerking komt te worden beantwoord aan de hand van het wettelijke stelsel van de RMSV en het LMTS. Dat stelsel biedt geen aanknopingspunt voor het oordeel dat de SVB op grond van een beleid gericht op concentratie van zorg onderscheid mag maken tussen medewerkende laboratoria.
6.2
Niet (langer) in geschil is dat Lab de Med als medewerkend laboratorium een trombosetest kan verrichten en daarvoor op grond van het Lb MTSV aanspraak heeft op de daarvoor geldende vergoeding. Voor een trombosedienst bevat de bijlage bij het Lb MTSV echter geen tarief. Anders dan de SVB betoogt, vormt artikel 2, achtste lid, van het Lb MTSV geen wettelijke grondslag om een voor die verrichting gehonoreerd tarief uitsluitend aan ADC beschikbaar te stellen. Deze bepaling biedt de SVB de bevoegdheid om, indien een medisch noodzakelijke verrichting moet plaatsvinden die niet in het tarief is begrepen, te bepalen welk tarief voor die verrichting wordt gehonoreerd. In de tekst van de bepaling is geen aanknopingspunt te vinden voor het oordeel dat de SVB op grond hiervan een tarief uitsluitend aan één specifieke medewerkende instelling kan toekennen. Ook artikel 2, vierde lid, van het Lb MTSV biedt daarvoor geen grondslag. Daarin staat dat de SVB voor onder andere verrichtingen te allen tijde een machtiging vooraf kan vereisen. Uit de begripsbepalingen in artikel 1 van Pro het Lb MTSV volgt dat de machtiging een voorafgaande accordering van een verrichting door de controlerend geneesheer is. De controlerend geneesheer is een geneeskundige in dienst van de SVB die namens de directeur van de SVB controle uitoefende op alle medische aangelegenheden die verband houden met de medewerking aan de uitvoering van de Landsverordening Ziekteverzekering en de Landsverordening Ongevallenverzekering. De bevoegdheid om voor bepaalde verrichtingen een voorafgaande machtiging te verlangen, ziet dus op de aard van de verrichting en het geven van toestemming daarvoor vooraf door de controlerend geneesheer en geeft niet de bevoegdheid aan de SVB om een tarief uitsluitend voor één medewerkende beschikbaar te stellen.
6.3
Op basis van de nu beschikbare gegevens gaat het Gerecht ervan uit dat zowel Lab de Med als ADC als medewerkende laboratoria zijn aangemerkt. Gesteld noch gebleken is dat ADC de trombosedienst verricht in een andere hoedanigheid dan die van medewerkend laboratorium. Het voorgaande leidt tot de conclusie dat de SVB in de nieuwe beslissing op bezwaar geen toereikende wettelijke grondslag heeft aangewezen voor het uitsluitend aan ADC beschikbaar stellen van een tarief en een code voor een trombosedienst. De bestreden beschikking, waarbij het verzoek van Lab de Med om een code en tarief voor een trombosedienst toe te kennen is afgewezen, berust daarom op een ondeugdelijke motivering.

Conclusie en gevolgen

7. De beroepsgrond dat een wettelijke grondslag ontbreekt om het tarief van Cg 33,25 uitsluitend beschikbaar te stellen aan ADC slaagt. Het Gerecht zal de bestreden beschikking daarom vernietigen. Dat betekent dat de SVB opnieuw op het bezwaar van Lab de Med moet beslissen, met in achtneming van hetgeen in deze uitspraak is overwogen. Daarbij zal de SVB, indien zij het tarief en de bijbehorende code uitsluitend aan ADC beschikbaar wil blijven stellen, moeten motiveren op welke wettelijke grondslag dat berust. Uit deze uitspraak volgt dat die grondslag ook niet kan zijn gelegen in het beginsel van concentratie van zorg of in artikel 2, vierde of achtste lid, van het Lb MTSV. Het Gerecht ziet gelet op de aard van de discussie tussen partijen op dit moment nog geen aanleiding om de SVB op te dragen het tarief van Cg 33,25 voor een trombosedienst ook aan Lab de Med beschikbaar te stellen. De SVB moet nog een laatste kans krijgen om, mocht zij bij haar afwijzing blijven, deze deugdelijk te onderbouwen. Mogelijk is ook dat de SVB na lezing van deze uitspraak aanleiding ziet om het verzoek alsnog toe te wijzen en/of in nader overleg te treden met Lab de Med over een oplossing van het geschil. Het Gerecht stelt voor het nemen van deze nieuwe beslissing een termijn van zes weken na verzending van deze uitspraak aan partijen.
8. Omdat het Gerecht het beroep gegrond zal verklaren, ziet hij aanleiding om de SVB te veroordelen in de proceskosten van Lab de Med. Het Gerecht begroot die kosten op Cg 1.400,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, 1 punt voor het bijwonen van de zitting, met een waarde per punt van Cg 700,-). Daarnaast ziet het Gerecht aanleiding te bepalen dat de SVB het door Lab de Med betaalde griffierecht van Cg 50,- aan haar vergoedt.

Beslissing

Het Gerecht:
  • verklaarthet beroep gegrond;
  • vernietigtde bestreden beschikking;
  • draagtdat de SVB op om binnen een termijn van zes weken na verzending van deze uitspraak een nieuwe beschikking op bezwaar te nemen, met inachtneming van deze uitspraak;
  • veroordeeltde SVB in de proceskosten van Lab de Med tot een bedrag van Cg 1.400;
  • bepaaltdat de SVB het door Lab de Med betaalde griffierecht van Cg 50,- aan haar vergoedt.
Aldus vastgesteld door mrs. S. Lanshage, voorzitter, J. Sybesma en P. Klik, leden, en in het openbaar uitgesproken op 17 juli 2026, in tegenwoordigheid van mr. H. van der Schaft, griffier.

Informatie over hoger beroep

Tegen deze uitspraak kunnen alle partijen hoger beroep instellen bij het Gemeenschappelijk Hof van Justitie.
Het hoger beroepschrift moet worden ingediend
binnen zes wekenna de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Het hoger beroep moet worden ingediend bij het Gerecht dat de uitspraak heeft gedaan.
De indiener van het hoger beroep moet in ieder geval:
  • het hoger beroepschrift indienen in tweevoud;
  • een afschrift van deze uitspraak bijvoegen;
  • vermelden waarom hij het niet eens is met de uitspraak (hoger beroepsgronden).
Partijen kunnen gebruik maken van de mogelijkheid om binnen de gegeven hoger beroepstermijn te volstaan met een pro-forma hoger beroepschrift. Dit betekent dat de hoger beroepsgronden op een later moment kunnen worden ingediend.