ECLI:NL:OGEAC:2026:104

Gerecht in eerste aanleg van Curaçao

Datum uitspraak
13 juli 2026
Publicatiedatum
20 juli 2026
Zaaknummer
CUR202602007
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 821 RvArt. 822 lid 1 sub a RvArt. 826 lid 1 RvArt. 116 Boek 1 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot uitsluitend gebruik echtelijke woning wegens gebrek aan belang na inschrijving echtscheiding

De man verzocht bij voorlopige voorziening om het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning toe te kennen en de vrouw te bevelen de woning te verlaten. De vrouw verzocht afwijzing van dit verzoek.

Het gerecht stelde vast dat de echtscheiding tussen partijen reeds was uitgesproken en dat de inschrijving daarvan in de registers van de burgerlijke stand op zeer korte termijn zou plaatsvinden. Hierdoor zou een eventuele voorlopige voorziening haar kracht verliezen op grond van artikel 826 lid 1 Rv Pro.

Tijdens de zitting trok de man zijn verzoeken met betrekking tot het staken van de verhuur van de zolderkamer en de afgifte van sleutels in, zodat hierover niet meer werd beslist. Het verzoek tot uitsluitend gebruik van de woning werd afgewezen wegens gebrek aan belang.

De proceskosten werden gecompenseerd vanwege het familierechtelijke karakter van de procedure, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt. De beschikking werd uitgesproken door rechter A.M.M. Vingerling op 20 juli 2026.

Uitkomst: Verzoek tot uitsluitend gebruik van de echtelijke woning afgewezen wegens gebrek aan belang na inschrijving echtscheiding.

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO

Zaaknummer: CUR202602007
Beschikking van 20 juli 2026
op het verzoek van:
[de man],
gevestigd in Curaçao,
verzoeker, hierna te noemen: de man,
gemachtigde: mr. S.F. OSEPA,
tegen
[de vrouw],
wonende in Curaçao,
verweerster, hierna te noemen: de vrouw,
gemachtigde: mr. M.A. KOENDJBIHARIE.

1.Het verloop van de procedure:

1.1.
Dat blijkt uit:
  • het verzoekschrift met producties, op 11 juni 2026 bij de griffie ingediend;
  • de producties zijdens partijen;
  • de mondelinge behandeling op 13 juli 2026, waarbij aanwezig waren via videoverbinding, partijen in persoon bijgestaan door hun gemachtigde.
1.2.
Op verzoek van het gerecht hebben de gemachtigden van partijen hun pleitnotities op 13 juli 2026, na de mondelinge behandeling, ter griffie overgelegd.
1.3.
De uitspraak is bepaald op heden.

2.De feiten

2.1.
Bij beschikking van dit gerecht van 30 juni 2026 behorend bij zaaknummer CUR202600381 en CUR202601199, heeft het gerecht onder meer de echtscheiding tussen partijen uitgesproken en de beslissing op het verzoek van de vrouw om haar voor de duur van zes maanden het uitsluitend gebruik van de woning toe te kennen, aangehouden.
2.2.
Partijen zijn de ouders van de thans nog minderjarige [naam minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2015 in [geboorteplaats].
2.3.
De vrouw verblijft met de minderjarige in de echtelijke woning.
2.4.
De man heeft de echtelijke woning verlaten.

3.Het verzoek en het verweer

3.1.
De man verzoekt om bij beschikking – voor zoveel wettelijk toelaatbaar – uitvoerbaar bij voorraad de vrouw te bevelen te stoppen met de verhuur van de zolderkamer in de echtelijke woning, de sleutels daarvan bij verzoeker in te leveren en te bepalen dat verzoeker bij uitsluiting gerechtigd zal zijn tot het gebruik van de echtelijke woning, met bevel dat verweerster die woning binnen tien (10) dagen na uitspraak van uw Gerecht dient te verlaten, deze verder niet mag betreden en alle sleutels van de woning aan verzoeker afgeeft, of in goede justitie te beschikken gezien de gegeven omstandigheden. Kosten rechtens.
3.2.
De vrouw voert verweer en verzoekt afwijzing van het verzoek.

4.De beoordeling

4.1.
Op grond van artikel 821 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering van Curaçao (Rv) kan iedere echtgenoot in zaken van echtscheiding of scheiding van tafel en bed bij verzoekschrift een voorlopige voorziening vragen. Een voorlopige voorziening kan worden gevraagd tot het tijdstip waarop een zodanige voorziening, indien gegeven, ingevolge artikel 826 haar Pro kracht verliest.
4.2.
Op grond van artikel 822 lid 1 sub a Rv Pro kan de rechter bij beschikking voor de duur van het geding bepalen dat een van de echtgenoten bij uitsluiting gerechtigd zal zijn tot het gebruik van de echtelijke woning, met bevel dat de andere echtgenoot die woning dient te verlaten en deze verder niet mag betreden.
4.3.
Op grond van artikel 826 lid 1 Rv Pro verliest de voorlopige voorziening haar kracht zodra een beschikking waarbij de echtscheiding of scheiding van tafel en bed is uitgesproken, wordt ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand onderscheidenlijk het huwelijksregister, aangewezen in artikel 116 van Pro Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek, of de mogelijkheid daartoe vervalt, met dien verstande dat de voorlopige voorzieningen bedoeld in artikel 822 lid 1 sub a hun Pro kracht behouden totdat een beslissing op een verzoek tot bepaling wie de huur van de woning zal voortzetten, indien dit verzoek is gedaan, in kracht van gewijsde gaat.
4.4.
Ter zitting heeft de man zijn verzoeken met betrekking tot het staken van de verhuur van de zolderkamer en de afgifte van de sleutels ingetrokken, zodat het gerecht daarop niet meer hoeft te beslissen.
4.5.
Het verzoek van de man strekt ertoe hem bij uitsluiting gerechtigd te verklaren tot het gebruik van de echtelijke woning. Ter zitting heeft de man verklaard dat de echtscheidingsbeschikking nog diezelfde dag, althans uiterlijk de daaropvolgende dag of (naar het gerecht begrijpt) in ieder geval binnen zeer korte termijn zal worden ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand. Daarmee staat vast dat een eventueel toe te wijzen voorlopige voorziening ingevolge artikel 826 lid 1 Rv Pro reeds op het moment van het geven van deze beschikking, dan wel vlak daarna van rechtswege haar werking zal verliezen. Gelet op het voorgaande heeft de man geen belang meer bij de gevraagde voorlopige voorziening. Het verzoek zal daarom worden afgewezen.
4.6.
De proceskosten zullen vanwege het familierechtelijke karakter van de procedure worden gecompenseerd.

5.De beslissing

Het gerecht:
5.1.
wijst het verzochte af;
5.2.
compenseert de proceskosten aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.M.M. Vingerling, rechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken op 20 juli 2026.