ECLI:NL:OGEAC:2026:100

Gerecht in eerste aanleg van Curaçao

Datum uitspraak
29 juni 2026
Publicatiedatum
16 juli 2026
Zaaknummer
CUR202504554
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • M.E.B. de Haseth
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7.14 Landsverordening inzake concurrentieArt. 7.15 Landsverordening inzake concurrentieArt. 7.16 Landsverordening inzake concurrentieArt. 7.17 Landsverordening inzake concurrentie
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Onbevoegdheid gerecht bij verzet tegen niet-bestaan dwangbevel bestuurlijke boete

Mangusa Supermarket B.V. werd door de Fair Trade Authority Curaçao (FTAC) een bestuurlijke boete van Cg 450.000 opgelegd wegens overtreding van de medewerkingsplicht. Na afwijzing van bezwaar door FTAC, betekende FTAC een stuk aan Mangusa dat zij als dwangbevel aanmerkte.

Mangusa stelde dat het betekende stuk geen dwangbevel was, omdat het feitelijk de beschikking betrof en niet voldeed aan de wettelijke eisen voor een dwangbevel. Hierdoor zou het verzet tegen dit stuk niet ontvankelijk zijn en het gerecht onbevoegd om kennis te nemen van het verzet.

Het gerecht oordeelde dat het betekende stuk inderdaad geen dwangbevel was en verklaarde zich daarom onbevoegd kennis te nemen van het verzet. FTAC werd veroordeeld in de proceskosten van Mangusa vanwege het onjuist aanmerken en betekenen van het stuk als dwangbevel. De veroordelingen werden uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: Gerecht verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van het verzet tegen een niet-bestaan dwangbevel en veroordeelt FTAC in proceskosten.

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO

Zaaknummer: CUR202504554
Vonnis van 29 juni 2026
in de zaak van
MANGUSA SUPERMARKET B.V.,gevestigd in Curaçao,
eiseres,
gemachtigde: mr. H.W. Braam,
tegen
DE FAIR TRADE AUTHORITY CURACAO (FTAC),
gevestigd in Curaçao,
gedaagde,
gemachtigde: mr. P.H. de Lange,
Partijen worden hierna Mangusa en FTAC genoemd.

1.Het procesverloop

1.1.
Het procesverloop blijkt uit:
  • het verzetschrift van 27 oktober 2025,
  • de conclusie van antwoord,
  • de mondelinge behandeling van 11 mei 2026,
  • de pleitnotities.
1.2.
Vonnis is bepaald op vandaag.

2.De feiten

2.1.
Bij beschikking van 13 december 2024 heeft FTAC een bestuurlijke boete van Cg 450.000 opgelegd aan Mangusa. Bij beschikking van 29 mei 2025 heeft FTAC het daartegen door Mangusa gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Deze beschikking is op 13 juni 2025 gepubliceerd in de Landscourant.
2.2.
Op 17 september 2025 heeft FTAC Mangusa een brief “invordering boete wegens overtreding van de medewerkingsplicht door Mangusa Supermarket B.V.” gestuurd, waarin kort gezegd staat dat Mangusa op grond van artikel 7.14 van de Landsverordening inzake concurrentie een bedrag van Cg 450.000 diende te betalen binnen 13 weken nadat de beschikking bekend is gemaakt, dat deze termijn op 12 september 2025 is verstreken en dat Mangusa door deze aanmaning wordt gewezen op de betalingsverplichting, en in de gelegenheid wordt gesteld om binnen 14 dagen alsnog te betalen.
2.3.
Bij deurwaardersexploot van 13 oktober 2025 heeft FTAC aan Mangusa doen betekenen de beschikking van 29 mei 2025. Op het exploot is vermeld dat daarbij wordt betekend
“een dwangbevel wegens overtreding van de medewerkingplicht van requirante, gedateerd 29 mei 2025, naar de inhoud waarvan ten deze kortheidshalve wordt verwezen.”

3.De vordering en de standpunten van partijen

3.1.
Mangusa vordert – samengevat – dat het gerecht het door FTAC aan Mangusa betekende dwangbevel opschort, dan wel schorst, totdat de rechter in de beroepsprocedure over het beroep van Mangusa zal hebben beslist.
3.2.
Mangusa legt aan het verzet het volgende ten grondslag. De beschikking van 29 mei 2025 kan niet als een dwangbevel worden aangemerkt. FTAC had een apart bevel moeten opstellen. Door dit niet te doen, is sprake van vormverzuim, zodat het “dwangbevel” geen effect jegens Mangusa sorteert.
3.3.
FTAC heeft verweer gevoerd.

4.De beoordeling

4.1.
Op grond van artikel 7.14 lid 1 van de Landsverordening inzake concurrentie (Lvic) wordt een bestuurlijke boete betaald binnen dertien weken nadat de beschikking waarbij de bestuurlijke boete is opgelegd, bekend is gemaakt.
Op grond van artikel 7.15 lid 1 kan de FTAC, bij gebreke van betaling binnen de termijn van twee weken, bedoeld in artikel 7.14, derde lid, van de natuurlijke persoon of rechtspersoon die de bestuurlijke boete is verschuldigd, de verschuldigde bestuurlijke boete, verhoogd met de krachtens artikel 7.14, tweede lid, verschuldigde rente en de op de aanmaning en invordering betrekking hebbende kosten, invorderen bij dwangbevel.
Op grond van artikel 7.16 lid 1 vermeldt het dwangbevel in ieder geval:
a. aan het hoofd het woord: dwangbevel;
b. het bedrag van de invorderbare hoofdsom;
c. de beschikking of het wettelijk voorschrift waaruit de geldschuld voortvloeit;
d. de kosten van het dwangbevel; en
e. dat het op kosten van de schuldenaar ten uitvoer kan worden gelegd.
Op grond van artikel 7.17 lid 1 staat gedurende zes weken na de dag van betekening verzet tegen het dwangbevel open bij het Gerecht in Eerste Aanleg door dagvaarding van de FTAC.
4.2.
Het aan Mangusa betekende stuk is, zoals Mangusa terecht betoogt, geen dwangbevel in de zin van de hiervoor vermelde bepalingen. Aan Mangusa is immers de beschikking van 29 mei 2025 betekend. Tegen een dwangbevel staat verzet open. Omdat van een dwangbevel geen sprake is, is het gerecht onbevoegd om van het verzet kennis te nemen.
4.3.
FTAC heeft de deurwaarder een stuk aan Mangusa laten betekenen met de aanzegging dat dit stuk een dwangbevel betrof. Nu dat stuk geen dwangbevel is, komt het voor risico van FTAC dat Mangusa daartegen een rechtsmiddel heeft aangewend. Het gerecht ziet daarin aanleiding FTAC te veroordelen in de proceskosten aan de zijde van Mangusa. Deze kosten worden tot aan deze uitspraak begroot op Cg 450 aan griffierecht, Cg 398,44 aan oproepingskosten en Cg 2.500 (2 punten in tarief 5) aan gemachtigdensalaris.
4.4.
De gevorderde wettelijke rente en de nakosten worden toegewezen op de wijze zoals hierna onder de beslissing is vermeld.
4.5.
De veroordelingen in dit vonnis worden uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Dat betekent dat zij direct ten uitvoer kunnen worden gelegd, ook als een van de partijen hoger beroep instelt.

5.De beslissing

Het gerecht:
5.1.
verklaart zich onbevoegd van het verzet kennis te nemen;
5.2.
veroordeelt FTAC in de proceskosten van Mangusa van Cg 3.348,44, te vermeerderen met Cg 250 aan nakosten zonder betekening, verhoogd met Cg 150 in geval van betekening;
5.3.
bepaalt dat de proceskosten moeten worden betaald binnen veertien dagen en dat die kosten worden verhoogd met de wettelijke rente als niet op tijd wordt betaald;
5.4.
verklaart de veroordelingen in in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.E.B. de Haseth, rechter, bijgestaan door mr. H. Semerci, griffier, en in het openbaar uitgesproken.