ECLI:NL:OGEAC:2025:90

Gerecht in eerste aanleg van Curaçao

Datum uitspraak
16 juni 2025
Publicatiedatum
17 juni 2025
Zaaknummer
CUR202501769
Instantie
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 34 PaspoortwetArt. 1:253a BWArt. 79 lid 2 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vervangende toestemming voor vernieuwing paspoort minderjarige in belang van het kind

De moeder heeft een verzoek ingediend om vervangende toestemming te verkrijgen voor de vernieuwing van het paspoort van haar minderjarige kind, aangezien de vader, met wie zij gezamenlijk het gezag uitoefent, zijn medewerking weigerde. De minderjarige woont met de moeder in Curaçao, terwijl de vader in Nederland woont. Het paspoort van de minderjarige was verlopen en vernieuwing was dringend noodzakelijk.

De vader gaf aan geen toestemming te geven vanwege persoonlijke conflicten en het ontbreken van contact met de kinderen, maar stelde geen principieel bezwaar te hebben tegen de paspoortvernieuwing en liet de beslissing aan de rechter over. Het gerecht oordeelde dat het belang van de minderjarige voorop staat en dat de vader zijn medewerking in redelijkheid niet had mogen weigeren.

Op grond van de Paspoortwet en het Burgerlijk Wetboek verleende het gerecht vervangende toestemming voor de paspoortvernieuwing en veroordeelde de vader in de proceskosten. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: Het gerecht verleent vervangende toestemming voor de paspoortvernieuwing van de minderjarige en veroordeelt de vader in de proceskosten.

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO

Zaaknummer: CUR202501769
Vonnis in kort geding van 16 juni 2025
in de zaak van
[EISERES],
te Curaçao,
eiseres, hierna: de moeder,
gemachtigde: mr. A.S.M. Blonk,
tegen
[GEDAAGDE],
te Vlijmen, Nederland,
gedaagde, hierna: de vader,
procederend in persoon.

1.Het procesverloop

Op 28 mei 2025 heeft de moeder een verzoekschrift in kort geding ingediend.
De vader heeft bij e-mailbericht van 6 juni 2025 op het verzoekschrift gereageerd.
Het kort geding is ter zitting van heden behandeld. De moeder is ter zitting verschenen, vergezeld van haar gemachtigde. De vader was niet aanwezig.
Gelet op het bepaalde in art. 79 lid 2 Rv Pro is tegen de vader geen verstek verleend.

2.De feiten

Partijen zijn de ouders van […], geboren op […] te […], Nederland, hierna ‘de minderjarige’. Zij hebben gezamenlijk het gezag over de minderjarige. De moeder woont sinds enkele jaren met de minderjarige in Curaçao. De vader woont in Nederland.
Het (Nederlandse) paspoort van de minderjarige is op 4 juni 2025 verlopen. De moeder heeft tevergeefs aan de vader gevraagd eraan mee te werken dat het paspoort vernieuwd wordt.

3.De vordering van de moeder

De vordering van de moeder in dit kort geding strekt ertoe dat het gerecht vervangende toestemming verleent voor de vernieuwing van het paspoort.

4.De reactie van de vader

Van de vader is het volgende bericht ontvangen:
“Ik wil hierbij het volgende duidelijk maken:
· Ik heb nooit toestemming gegeven voor de emigratie van mijn kinderen naar Curaçao.
· Ik ben inmiddels al bijna drie jaar volledig buitengesloten van hun leven. Mijn ex-partner heeft het contact tussen mij en de kinderen geblokkeerd, en ook de kinderen zelf willen geen contact meer.
· Ondanks herhaaldelijke pogingen van mijn kant tot contact en betrokkenheid, is er geen enkele ruimte geweest voor overleg of gezamenlijk ouderschap.
Tegen deze achtergrond ontving ik, na jaren van stilzwijgen, een korte dwingende e-mail met instructies om ‘even’ mijn handtekening te zetten voor een nieuw paspoort.
Ik ben niet bereid op die manier behandeld te worden en zal daaraan niet meewerken.
Ik wil echter benadrukken dat ik op zichzelf geen bezwaar heb tegen de verlenging van het paspoort. Gezien de omstandigheden laat ik de beslissing over aan de rechtbank.
Verder ben ik niet van plan deze situatie juridisch aan te vechten, maar wil mijn positie wel helder en zorgvuldig hebben verwoord.
Hopelijk u hiermee voldoende geïnformeerd te hebben.”

5.De beoordeling

5.1.
Ingevolge art. 34 lid 1 Paspoortwet Pro dient bij een aanvraag voor een paspoort ten behoeve van een minderjarige, een verklaring van toestemming te worden overgelegd van iedere persoon die het gezag uitoefent. Art. 34 lid 2 Paspoortwet Pro bepaalt dat, indien bij gezamenlijke gezagsuitoefening een van de personen die het gezag uitoefenen weigert zo’n verklaring af te geven, deze op verzoek van de andere persoon die het gezag uitoefent, kan worden vervangen door een verklaring van de bevoegde rechter, die alvorens te beslissen een vergelijk tussen de beide personen beproeft. Ingevolge art. 34 lid 5 Paspoortwet Pro geeft de rechter onder meer in de in het tweede lid bedoelde gevallen een zodanige beslissing als hem in het belang van het kind wenselijk voorkomt.
5.2.
Art. 1:253a BW bepaalt dat geschillen omtrent de gezamenlijke uitoefening van het gezag aan de rechter kunnen worden voorgelegd.
5.3.
Het gerecht is bevoegd omdat de minderjarige en de moeder in Curaçao hun woonplaats hebben.
5.4.
Tussen partijen is niet in geschil dat het paspoort van de minderjarige vernieuwd moet worden en dat daarbij een spoedeisend belang bestaat. Het geschil beperkt zich ertoe dat de vader op de door hem genoemde gronden zijn medewerking niet wenst te verlenen en de moeder naar de rechter verwijst.
5.5.
Het gerecht acht het in het belang van de minderjarige dat hij over een paspoort beschikt. De vervangende toestemming zal worden verleend zoals hierna omschreven.
5.6.
De vader had zijn medewerking aan het vernieuwen van het paspoort van de minderjarige in redelijkheid niet mogen onthouden. Deze procedure was niet nodig geweest. De daardoor veroorzaakte proceskosten dienen voor rekening van de vader te komen.

6.De beslissing in kort geding

Het gerecht:
6.1.
vervangt de verklaring van toestemming van de vader voor het aanvragen van een paspoort ten behoeve van de minderjarige […], door die van het gerecht;
6.2.
veroordeelt de vader in de kosten van dit kort geding, aan de zijde van de moeder begroot op Cg 450 aan griffierecht en Cg 1.000 voor salaris gemachtigde;
6.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
6.4.
wijst af het meer of anders gevorderde.
Dit vonnis is gewezen door mr. P.E. de Kort, rechter, en in het openbaar uitgesproken op 16 juni 2025.