Eiseres was op 19 juni 2024 betrokken bij een aanrijding waarvoor gedaagde aansprakelijkheid erkende. Eiseres vorderde in kort geding een aanvullend voorschot op letselschade en vergoeding van buitengerechtelijke kosten.
Gedaagde betwistte de hoogte van de schade en het causaal verband met de huidige klachten van eiseres, onderbouwd door een medisch rapport dat een medische eindtoestand zonder blijvende beperkingen concludeerde. Eiseres kon onvoldoende bewijs leveren dat zij nog arbeidsongeschikt was door het ongeval en gaf aan nog bezig te zijn met het verzamelen van bewijs voor haar inkomstenverlies.
Het gerecht oordeelde dat de vordering niet voldoende vaststond om in kort geding toe te wijzen, mede gezien het risico dat eiseres het voorschot niet kan terugbetalen als zij in de bodemprocedure in het ongelijk wordt gesteld. De vordering werd afgewezen en de proceskosten werden gecompenseerd, waarbij partijen ieder hun eigen kosten dragen.