De Landelijke Vereniging Medische Professionals in Dienstverband Curaçao vorderde een verklaring voor recht dat de indexering van salarissen, loontreden en variabele beloning van medisch specialisten bij het CMC niet beperkt worden door de Landsverordening Normering Topinkomens (LNT) gedurende de overgangsperiode. De LNT stelt een maximum aan bezoldiging van topfunctionarissen en bevat een overgangsregeling waarbij overeengekomen bezoldigingen boven het maximum gedurende twee jaar worden toegestaan, waarna deze in drie jaar moeten worden afgebouwd.
Het CMC voerde aan dat de LNT de doorvoering van loonindexering, loontreden en variabele beloning beperkt wanneer deze leiden tot overschrijding van de norm. Het gerecht oordeelde dat de LNT inderdaad in de weg staat aan het doorvoeren van deze looncomponenten als ze de norm overschrijden, mede vanwege de maatschappelijke doelstelling van de wet om bovenmatige bezoldigingen te voorkomen.
De vereniging stelde dat de beperking in strijd is met het eigendomsrecht, maar het gerecht vond dat de wet een proportionele inmenging vormt in het algemeen belang. Ook het argument van willekeur werd verworpen omdat de uitkering aan specialisten die binnen de norm blijven voortvloeit uit contractuele bepalingen en de LNT.
De vordering werd afgewezen en de vereniging werd veroordeeld in de proceskosten. De uitspraak is uitvoerbaar bij voorraad.