ECLI:NL:OGEAC:2025:42

Gerecht in eerste aanleg van Curaçao

Datum uitspraak
14 april 2025
Publicatiedatum
14 april 2025
Zaaknummer
CUR202404295
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 122 RvNederlands-Surinaams Executieverdrag 1976
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Geen zekerheidstelling proceskosten voor Surinaamse eiseres op grond van Nederlands-Surinaams Executieverdrag

In deze zaak vordert Datasur, een onderneming gevestigd in Suriname, betaling van USD 144.143,33 van EOM N.V. gevestigd in Curaçao. EOM stelt een incidentele vordering in tot zekerheidstelling voor proceskosten op grond van artikel 122 Wetboek Pro van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv), omdat Datasur niet in Curaçao is gevestigd.

Het gerecht beoordeelt dat sinds 1 december 2024 het Nederlands-Surinaams Executieverdrag van 1976 ook voor Curaçao geldt. Dit verdrag maakt het mogelijk dat een proceskostenveroordeling in Suriname ten uitvoer kan worden gelegd. Artikel 122 lid 2 sub b Rv Pro bepaalt dat in een dergelijk geval geen zekerheid hoeft te worden gesteld.

Daarom wijst het gerecht de vordering tot zekerheidstelling af en veroordeelt EOM in de proceskosten van het incident. In de hoofdzaak wordt de zaak verwezen naar de rolzitting voor verdere behandeling. Het vonnis is op 14 april 2025 in het openbaar uitgesproken door rechter P.E. de Kort.

Uitkomst: De vordering tot zekerheidstelling voor proceskosten wordt afgewezen omdat het executieverdrag uitvoering in Suriname mogelijk maakt.

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO

Zaaknummer: CUR202404295
Vonnis in het incident van 14 april 2025
in de zaak van
CARIBBEAN COMMUNICATION SERVICES N.V.,
handelend onder de naam Datasur,
gevestigd te Wanica, Suriname,
eiseres in de hoofdzaak, verweerster in het incident,
gemachtigde: mr. S.N. Zahedi,
tegen
EOM N.V.,
gevestigd in Curaçao,
gedaagde in de hoofdzaak, eiseres in het incident,
gemachtigde: mr. S.K. Snel.
Partijen worden hierna Datasur en EOM genoemd.
Inleiding
Eiseres in de hoofdzaak is niet in Curaçao gevestigd, maar in Suriname. Gedaagde in de hoofdzaak heeft daarom een incidentele vordering tot het stellen van zekerheid voor proceskosten (cautio) ingesteld. Sinds 1 december 2024 geldt ook voor Curaçao het Nederlands-Surinaams Executieverdrag van 1976. Een eventuele proceskostenveroordeling in dit geding zal op grond van dat verdrag in Suriname ten uitvoer kunnen worden gelegd. Art. 122 lid 2 sub b Rv Pro bepaalt dat in een dergelijk geval geen verplichting bestaat tot het stellen van zekerheid. De vordering tot zekerheidstelling is dan ook niet toewijsbaar.

1.Het procesverloop

1.1.
Het procesverloop in de hoofdzaak en in het incident blijkt uit:
  • het verzoekschrift in de hoofdzaak van 14 november 2024,
  • de incidentele conclusie tot zekerheidstelling voor proceskosten (cautio),
  • de conclusie van antwoord in het incident.
1.2.
Vonnis in het incident is bepaald op vandaag.

2.De vordering in de hoofdzaak

In de hoofdzaak vordert Datasur veroordeling van EOM tot betaling van USD 144.143,33, met nevenvorderingen. Datasur legt aan die vordering ten grondslag dat EOM is tekortgeschoten in haar verplichtingen uit hoofde van een tussen partijen gesloten overeenkomst op grond waarvan EOM koelsystemen aan Datasur zou leveren.

3.De vordering in het incident

3.1.
EOM vordert in het incident dat Datasur wordt veroordeeld tot het stellen van zekerheid voor de proceskosten en mogelijke schadevergoeding op grond van artikel 122 Wetboek Pro van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv), en wel door storting van een door het gerecht te bepalen bedrag op de derdengeldenrekening van de advocaat van Datasur.
3.2.
Datasur stelt dat zekerheidstelling niet nodig is, daar zij een gerenommeerde onderneming is met aanzienlijke activa ook in Curaçao.

4.De beoordeling in het incident

4.1.
Datasur is gevestigd in Suriname.
4.2.
Op grond van het bepaalde in art. 122 lid 1 Rv Pro is een partij zonder woonplaats of gewone verblijfplaats in Curaçao die bij een Curaçaose rechter een vordering instelt verplicht op vordering van de wederpartij zekerheid te stellen voor de proceskosten en de schadevergoeding tot betaling waarvan zij zou kunnen worden veroordeeld.
4.3.
Op grond van art. 122 lid 2 onder Pro b Rv bestaat die verplichting niet indien een veroordeling tot betaling van de proceskosten op grond van een verdrag ten uitvoer zal kunnen worden gelegd ter plaatse waar degene van wie zekerheid gevorderd wordt, zijn woonplaats of gewone verblijfplaats heeft.
4.4.
Op grond van de artikelen 1 en 10 van de
Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Suriname betreffende de wederzijdse erkenning en de tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen en authentieke akten in burgerlijke zakenvan 27 augustus 1976 (Trb. 1976, 144) kan een eventuele veroordeling tot betaling van proceskosten ook ten uitvoer worden gelegd in Suriname. Voor Curaçao, Aruba en Sint Maarten heeft dit verdrag medegelding gekregen op 1 december 2024 (Trb. 2024, 141). Voor Bonaire, Sint Eustatius en Saba gold het verdrag al.
4.5.
Hier doet zich dus de uitzondering op de verplichting tot zekerheidstelling voor bedoeld in art. 122 lid 2 onder Pro b Rv. De incidentele vordering kan daarom niet worden toegewezen. EOM zal worden veroordeeld in de kosten van het incident.

5.De beoordeling in de hoofdzaak

In de hoofdzaak zal worden beslist dat EOM een conclusie van antwoord zal kunnen indienen, peremptoir (P2).

6.De beslissing

Het gerecht:
in het incident tot zekerheidstelling
6.1.
wijst de vordering af;
6.2.
veroordeelt EOM in de proceskosten, aan de zijde van Datasur begroot op Cg 2.000 voor salaris gemachtigde;
6.3.
verklaart de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad;
in de hoofdzaak
6.4.
verwijst de zaak naar de rolzitting van maandag 12 mei 2025 voor conclusie van antwoord, P2;
6.5.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. P.E. de Kort, rechter, en op 14 april 2025 in het openbaar uitgesproken.