De werknemer trad op 17 januari 2022 in dienst bij Sandals Curaçao als Loyalty & Travel Manager zonder schriftelijke arbeidsovereenkomst, waarna op 16 januari 2024 een schriftelijke arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd werd gesloten. De werknemer stelde dat zij vanaf 2022 een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd had, ondersteund door brieven en getuigenverklaringen, terwijl Sandals betwistte dat er een vaste aanstelling was en stelde dat de arbeidsovereenkomst op 16 januari 2025 van rechtswege eindigde.
Het gerecht oordeelde dat de arbeidsovereenkomst vanaf 2022 als voor onbepaalde tijd moest worden beschouwd en dat de zogenoemde Ragetlie-regel van toepassing was, waardoor het dienstverband niet van rechtswege eindigde zonder voorafgaande opzegging. Sandals had geen opzegging gegeven, waardoor de arbeidsovereenkomst nog steeds van kracht is.
De werknemer verzocht om ontbinding wegens dringende redenen, maar dit verzoek werd afgewezen omdat er geen dringende reden was die voortzetting van de arbeidsovereenkomst onredelijk maakte. Wel werd de arbeidsovereenkomst ontbonden wegens gewijzigde omstandigheden met ingang van 1 juli 2025. Sandals werd veroordeeld tot doorbetaling van loon vanaf 17 januari 2025 tot de ontbinding, en tot betaling van een billijke vergoeding van Cg 15.000 bruto.
De werknemer kreeg toestemming om kosteloos te procederen en Sandals werd veroordeeld in de proceskosten. Het gerecht stelde Sandals in de gelegenheid het zelfstandig tegenverzoek tot ontbinding in te trekken.