Eiseres, een Haïtiaanse vrouw die sinds 2002 in Curaçao verblijft en meerdere verblijfsvergunningen heeft gehad, heeft op 4 december 2023 een optieverklaring tot verkrijging van het Nederlanderschap afgelegd. De Gouverneur weigerde deze verklaring te bevestigen omdat eiseres vanaf 1 juli 2013 niet meer voldeed aan de vergunningvoorwaarden, aangezien haar werkgever naar Nederland was vertrokken en zij daardoor geen rechtmatig verblijf had.
Eiseres stelde dat de Gouverneur niet bevoegd was tot zelfstandig onderzoek naar haar verblijf en dat zij zich wel aan de voorwaarden had gehouden, onder meer door werkzaamheden voor nieuwe bewoners van het adres van haar voormalige werkgever. Het Gerecht oordeelde dat de Gouverneur wel bevoegd was tot zelfstandig onderzoek en dat het onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd. Tevens werd geoordeeld dat de voorwaarden van de verblijfsvergunningen, vastgesteld door de minister van Justitie, leidend zijn en dat eiseres niet tijdig bezwaar had gemaakt tegen deze voorwaarden.
Daarmee faalden alle beroepsgronden van eiseres. Het Gerecht bevestigde dat het verblijfsgat vanaf 1 juli 2013 betekent dat niet is voldaan aan de vereiste van vijftien jaar onafgebroken rechtmatig verblijf. Het beroep werd ongegrond verklaard en de weigering van de optieverklaring bleef in stand.