Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:OGEAC:2025:103

Gerecht in eerste aanleg van Curaçao

Datum uitspraak
28 april 2025
Publicatiedatum
25 juni 2025
Zaaknummer
CUR202403660
Instantie
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Rechtsgeldige opzegging samenwerking en beoordeling private aanbesteding

De zaak betreft een geschil tussen Top Quality Cleaning Services N.V. en een gedaagde partij over de beëindiging van een langdurige samenwerking en de uitvoering van een private aanbestedingsprocedure.

Top Quality Cleaning stelde dat de gedaagde de overeenkomst niet tijdig had opgezegd, waardoor deze stilzwijgend was verlengd en vorderde betaling voor de verlengde periode. Daarnaast stelde Top dat de aanbestedingsprocedure onrechtmatig was verlopen en eiste heraanbesteding en schadevergoeding.

De gedaagde voerde aan dat de overeenkomst voor bepaalde tijd was opgezegd in 2015 en dat de opzegging in 2024 rechtsgeldig was met inachtneming van een opzegtermijn van twee maanden. Ook stelde zij dat de private aanbesteding correct was verlopen en dat de algemene beginselen van aanbestedingsrecht niet van toepassing waren.

Het gerecht stelde vast dat Top onvoldoende had onderbouwd dat er een lopende overeenkomst was die stilzwijgend verlengd werd en dat de opzegging van 31 mei 2024 rechtsgeldig was. Tevens oordeelde het gerecht dat de private aanbesteding niet onrechtmatig was verlopen omdat geen bijzondere omstandigheden waren gesteld die het buiten toepassing laten van gelijkheids- en transparantiebeginselen onaanvaardbaar maakten.

Daarom wees het gerecht alle vorderingen van Top af en veroordeelde Top in de proceskosten van de gedaagde.

Uitkomst: De vorderingen van Top Quality Cleaning worden afgewezen en Top wordt veroordeeld in de proceskosten.

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO

Zaaknummer: CUR202403660
Vonnis van 28 april 2025
in de zaak van
de naamloze vennootschap
TOP QUALITY CLEANING SERVICES N.V.,
gevestigd in Curaçao,
eiseres,
gemachtigde: mr. C.S.F. Marshall,
tegen
[gedaagde],
gevestigd in Curaçao,
gedaagde,
gemachtigde: mr. M.A. van den Berg.
Partijen worden hierna Top en [gedaagde] genoemd.

1.Het procesverloop

1.1.
Het procesverloop blijkt uit:
  • het verzoekschrift van 23 september 2024, met producties,
  • de conclusie van antwoord, met producties,
  • de mondelinge behandeling van 12 maart 2025,
  • de (aanvullende) pleitnotities.
1.2.
Vonnis is bepaald op vandaag.

2.De feiten

2.1.
Tussen partijen bestond sinds in ieder geval 2013 een samenwerking, waarbij Top schoonmaakwerkzaamheden aan [gedaagde] leverde in de vorm van arbeidskrachten die door Top bij [gedaagde] te werk werden gesteld.
2.2.
Bij offerte van Top van 15 januari 2015, door [gedaagde] ondertekend op
16 januari 2015, zijn partijen – voor zover van belang – het volgende overeengekomen (hierna: de Overeenkomst):
“(…)
We suggest, for the services involved in our company’s ongoing program of seeking products and services suitable for the needs of “[gedaagde]” an Monthly fee of ANG 2381.60 (…) for an initial period of six months. At the end of that period, the results of our company can be assessed an the decision taken as to a renewal of the arrangement.
At the end of that period, the results of our company can be assessed and the customer may decide to continue or discontinue our services. Continuation means that the contract will automatically be extended with the same period. In case of discontinuation a period of two months in advanced noticed is applicable. The customer should inform Top Professional Cleaning in writing about their decision to discontinue the agreement 2 months prior to the expiration of the period.
(…)”
2.3.
Bij brief van 4 februari 2015 heeft [gedaagde] het volgende aan Top geschreven, voor zover van belang:
“(…)
Middels dit schrijven willen wij het contract met uw organisatie voor het verzorgen van “daily janitorial activities” d.d. 15 januari 2015, opzeggen. Wij verzoeken u vriendelijk, met inachtneming van de contractuele opzegtermijn van twee maanden het contract per 3 april 2015, te beëindigen.
(…)”
2.4.
Bij brief van 9 november 2022 heeft Top het volgende aan [gedaagde] geschreven, voor zover van belang:
“(…)
We hebben kennisgenomen van uw brief van 31 oktober jl. (…) waarin u ons informeert dat de [gedaagde] in het kader van kostenbesparing per 1 december 2022 het aantal uren van de door ons ingezette medewerkers wenst te verminderen.
Alhoewel wij begrip hebben voor het besluit van de [gedaagde]-directie, moet ik u melden dat wij conform de geldende arbeidswetgeving bij het aanbrengen van verandering in de werkuren van onze medewerkers, rekening moeten houden met een termijn van 2 maanden. (…) Vandaar dat wij contractueel een opzeggingsperiode van 2 maanden hanteren.
Rekeninghoudende met het bovenstaande is vermindering per 1 december 2022 voor ons niet haalbaar en zal deze gesteld moeten worden op 1 januari 2023 zodat wij van onze kant onze wettelijke verplichtingen kunnen voldoen.
(…)”
2.5.
Bij Terms of Reference van 18 april 2024 (hierna: ToR) heeft [gedaagde] geïnteresseerden uitgenodigd een inschrijving te doen voor schoonmaakonderhoud en glas-/raambewassing, teneinde met een partij voor maximaal twee jaar te contracteren die in staat is invulling te geven aan de eisen en wensen in deze offerteaanvraag (hierna: de aanbestedingsprocedure).
2.6.
Bij e-mails van 26 april 2024 en 4 mei 2024 heeft Top bij [gedaagde] geklaagd over de aanbestedingsprocedure.
2.7.
Bij brief van 27 mei 2024 heeft [gedaagde] Top geïnformeerd dat de opdracht op basis van de selectiecriteria niet op haar is gevallen.
2.8.
Bij brief van 31 mei 2024 aan Top heeft [gedaagde] de samenwerking tussen partijen opgezegd per 1 augustus 2024.
2.9.
Op 15 augustus 2024 heeft Top een bedrag van NAf (thans en hierna: Cg) 11.636,33 aan [gedaagde] gefactureerd.

3.De vordering

3.1.
Top vordert – samengevat – dat het gerecht:
Primair
I. bepaalt dat [gedaagde] de Overeenkomst niet op tijd heeft opgezegd, waardoor deze is verlengd tot 16 januari 2025;
II. [gedaagde] veroordeelt tot betaling aan Top van Cg 11.636,33 voor de maanden augustus 2024 tot en met (16) januari 2025;
III. voor recht verklaart dat [gedaagde] heeft gehandeld in strijd met de bepalingen van ToR;
IV. [gedaagde] beveelt tot her-aanbesteding van de opdracht schoonmaakonderhoud en glas-/raambewassing;
Subsidiair
V. bepaalt dat [gedaagde] in strijd heeft gehandeld met de bepalingen van ToR;
VI. [gedaagde] veroordeelt tot betaling aan Top van zes maandelijkse betalingen van Cg 11.636,33;
een en ander met veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten.

4.De beoordeling

Opzegging samenwerking
4.1.
Top legt aan haar vorderingen ten grondslag dat tussen partijen steeds sprake is geweest is van overeenkomsten voor bepaalde tijd voor de duur van zes maanden, die steeds stilzwijgend zijn verlengd. Voor een beëindiging is daarom een schriftelijke kennisgeving vereist ten minste twee maanden vóór het einde van de lopende contractperiode. Gelet op de Overeenkomst was de deadline voor de schriftelijke kennisgeving van de beëindiging derhalve 16 mei 2024. Nu Top de kennisgeving van [gedaagde] op 31 mei 2024 – 15 dagen te laat – heeft ontvangen, leidt dit tot een automatische verlenging van de Overeenkomst. Top heeft daarom de maandelijkse factuur van Cg 11.636,33 aan [gedaagde] verzonden die gehouden is tot betaling van dit bedrag tot de beëindiging van de stilzwijgend verlengde termijn.
4.2. [
gedaagde] voert daartegen aan dat zij slechts de Overeenkomst voor bepaalde tijd is aangegaan, welke overeenkomst zij bij brief van 4 februari 2015 heeft opgezegd. Partijen zijn geen andere overeenkomsten voor bepaalde tijd aangegaan. Top heeft altijd geoffreerd voor onbepaalde tijd en heeft daarbij steeds een opzegtermijn van twee maanden gehanteerd. Dit volgt bijvoorbeeld uit de brief van Top van
9 november 2022, waarbij een contractuele opzegtermijn van twee maanden is gehanteerd zonder dat is gerefereerd aan een datum waartegen dient te worden opgezegd. Van een beëindigingsdatum waartegen moest worden opgezegd, was derhalve geen sprake. Aldus heeft [gedaagde] bij brief van 31 mei 2024 de diensten van Top rechtsgeldig opgezegd tegen een opzegtermijn van twee maanden.
4.3.
Het gerecht stelt vast dat Top, ter onderbouwing van haar stelling dat [gedaagde] gehouden was tenminste twee maanden vóór het einde van de lopende contractperiode op te zeggen, heeft verwezen naar de Overeenkomst. [gedaagde] heeft onweersproken aangevoerd dat zij deze overeenkomst bij brief van 4 februari 2025 reeds heeft opgezegd. Gelet hierop en nu Top geen andere overeenkomsten (voor bepaalde tijd) heeft overgelegd waaruit volgt dat [gedaagde] gehouden was twee maanden van te voren tegen een bepaalde datum op te zeggen, is het gerecht van oordeel dat Top de grondslag van haar vorderingen onvoldoende heeft onderbouwd. Dit brengt mee dat niet is komen vast te staan dat [gedaagde] bij brief van 31 mei 2024, met inachtneming van een opzegtermijn van twee maanden, de samenwerking tussen partijen niet rechtsgeldig per 1 augustus 2024 heeft opgezegd. De hiermee samenhangende vorderingen van Top zullen dan ook worden afgewezen.
Aanbestedingsprocedure
4.4.
Top stelt voorts dat zij bezwaar heeft gemaakt tegen de schending van ToR door [gedaagde]. Zo heeft [gedaagde] cruciale informatie over de inzet en urenverdeling van Top tijdens de rondleiding mondeling verstrekt aan de aanbieders, terwijl ToR voorschrijft dat alle communicatie uitsluitend schriftelijk en gelijkelijk aan alle aanbieders moet worden verstrekt. Daarnaast heeft [gedaagde] aanvullende beoordelingscriteria gehanteerd die niet in ToR zijn opgenomen, waardoor de aanbieders niet vanaf het begin wisten op welke wijze hun offertes beoordeeld zouden worden. Ook de werkwijze waarbij aanbieders op verschillende dagen zijn toegelaten, heeft geleid tot het risico dat niet alle aanbieders over exact dezelfde informatie beschikten. Top is door de onrechtmatige werkwijze van [gedaagde] benadeeld, omdat anders een reële kans bestond dat zij de opdracht zou verwerven, aldus steeds Top.
4.5. [
gedaagde] betwist dat zij niet correct zou hebben gehandeld. Volgens haar is ToR te kwalificeren als een onderhandse aanbesteding die geheel naar eigen inzicht van [gedaagde] is vormgegeven. Zij was wettelijk bezien niet gehouden tot de aanbesteding. ToR refereert dan ook niet aan het Landsbesluit aanbestedingsregels. Top heeft op de offerteaanvraag gereageerd en is het kennelijk niet eens met de wijze waarop daar in de praktijk uitvoering aan is gegeven, maar de aanbestedingsprocedure is volgens [gedaagde] correct verlopen. De informatie die [gedaagde] met andere aanbieders heeft gedeeld was al bekend bij Top en het stond haar vrij om op een andere wijze haar concurrentiepositie aan te scherpen. De informatieverstrekking was volstrekt toelaatbaar en nu Top aan dezelfde beoordelingscriteria is onderworpen als de andere aanbieders, valt volgens [gedaagde] niet in te zien hoe Top daardoor is benadeeld.
4.6.
Het gerecht overweegt dat het onderhavige geval een private aanbesteding betreft, waardoor het nationale aanbestedingsrecht voor overheidsaanbestedingen niet van toepassing is. De precontractuele verhouding tussen Top en [gedaagde] in het kader van de aanbestedingsprocedure wordt beheerst door de redelijkheid en billijkheid. Bij de beantwoording van de vraag of de maatstaven van redelijkheid en billijkheid meebrengen dat ook een private aanbesteder de aanbestedingsrechtelijke beginselen van gelijkheid en transparantie in acht dient te nemen, staat centraal of de (potentiële) aanbieders aan de aanbesteding redelijkerwijs de verwachting kunnen ontlenen dat de aanbesteder die beginselen in acht zal nemen. Daarbij heeft te gelden dat uit het beginsel van contractsvrijheid tussen private partijen voortvloeit dat het partijen in een aanbesteding in beginsel vrijstaat om in de aanbestedingsvoorwaarden de toepasselijkheid van het gelijkheidsbeginsel en het transparantiebeginsel uit te sluiten, zij het dat een beroep op een zodanige uitsluiting in verband met de bijzondere omstandigheden van het betrokken geval naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar kan zijn (vgl. het arrest van de Hoge Raad van 3 mei 2013, ECLI:NL:HR:2013:BZ2900).
4.7.
In het licht van voormelde maatstaf geldt als uitgangspunt dat [gedaagde] als private aanbesteder alle vrijheid van handelen heeft. Dit brengt mee dat de algemene beginselen van het aanbestedingsrecht, zoals het gelijkheidsbeginsel en transparantiebeginsel, niet zonder meer van toepassing zijn. Top heeft geen bijzondere omstandigheden gesteld die zouden kunnen meebrengen dat het buiten toepassing laten van die regels naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is, bijvoorbeeld omdat zij aan de aanbestedingsprocedure redelijkerwijs de verwachting kon ontlenen dat [gedaagde] die beginselen in acht zou nemen. [gedaagde] heeft verder gemotiveerd betwist dat zij in strijd met ToR heeft gehandeld, althans dat Top daardoor is benadeeld nu zij gelet op de jarenlange samenwerking tussen partijen ook over de gedeelde informatie beschikte en is onderworpen aan dezelfde beoordelingscriteria als de andere aanbieders. Dit leidt ertoe dat de hiermee samenhangende vorderingen van Top evenmin voor toewijzing in aanmerking komen.
Conclusie
4.8.
De slotsom is dat de vorderingen van Top worden afgewezen.
Proceskosten
4.9.
Omdat Top (grotendeels) in het ongelijk wordt gesteld, wordt zij veroordeeld in de proceskosten. De kosten van [gedaagde] worden tot aan deze uitspraak begroot op Cg 2.000 aan gemachtigdensalaris.

5.De beslissing

Het gerecht:
5.1.
wijst de vorderingen af;
5.2.
veroordeelt Top in de proceskosten van [gedaagde] van Cg 2.000;
Dit vonnis is gewezen door mr. K.A.M. Lasten, rechter, bijgestaan door
mr. H. Akbuz, griffier, en in het openbaar uitgesproken.