ECLI:NL:OGEAC:2024:9

Gerecht in eerste aanleg van Curaçao

Datum uitspraak
29 januari 2024
Publicatiedatum
31 januari 2024
Zaaknummer
CUR202303976
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Kort geding
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 555 RvArt. 557 RvArt. 444 lid 2 Rv
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontruiming woning door dochter na langdurige familieproblemen en kindermishandeling

De moeder heeft een kort geding aangespannen tegen haar dochter om deze te doen ontruimen uit de gezamenlijke woning te Curaçao, waarin ook vier minderjarige kinderen en een nieuwe vriend van de dochter verblijven. De dochter is niet verschenen en heeft geen verweer gevoerd, waardoor verstek is verleend.

De moeder woont sinds 1972 in de woning, oorspronkelijk een koopwoning maar door betalingsproblemen een huurwoning geworden. De dochter is rond 2015 bij haar ingetrokken. De moeder heeft een lange lijst van politieaangiftes ingediend tegen de dochter en haar partner vanwege kindermishandeling, bedreiging, diefstal en vernieling. De situatie is onhoudbaar geworden.

De moeder heeft verklaard dat de Voogdijraad betrokken is bij de zorg voor de kinderen en dat zij bereid is de zorg voor twee meisjes op zich te nemen indien de dochter en de Voogdijraad daarmee instemmen. De dochter heeft eerder een eigen woning aangeboden gekregen maar deze niet betrokken.

Het gerecht stelt vast dat de moeder als huurster de rechthebbende is en dat de dochter zonder haar toestemming niet in de woning kan verblijven. De vordering wordt toegewezen met een ruime ontruimingstermijn tot 31 maart 2024, rekening houdend met het belang van de kinderen. Tevens wordt het vonnis ter kennisgeving aan de Voogdijraad gestuurd. De moeder krijgt kosteloze rechtsbijstand en partijen dragen eigen proceskosten.

Uitkomst: De dochter wordt veroordeeld de woning uiterlijk 31 maart 2024 te ontruimen met ruime ontruimingstermijn in het belang van de minderjarige kinderen.

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO

Zaaknummer: CUR202303976
Vonnis in kort geding van 29 januari 2024 [na herstel]
in de zaak van
[EISERES](hierna ook: ‘de moeder’),
te Curaçao,
eiseres,
gemachtigde: mr. S.I. Da Costa Gomez,
tegen
[GEDAAGDE](hierna ook: ‘de dochter’),
te Curaçao,
gedaagde,
niet verschenen.

1.Het procesverloop

1.1.
Op 12 december 2023 heeft de moeder een verzoekschrift in kort geding ingediend.
1.2.
De mondelinge behandeling van het kort geding heeft plaatsgehad op 26 januari 2024.
1.3.
De dochter is, hoewel goed en bij in persoon uitgereikt deurwaardersexploot opgeroepen, niet verschenen. Tegen de dochter is verstek verleend. Uitspraak is bepaald op vandaag.

2.De vordering

De moeder vordert, samengevat, de ontruiming door de dochter van de woning aan de [adres] waarin de moeder, de dochter, vier minderjarige kinderen en een (nieuwe) vriend van de dochter wonen.
Van de dochter is geen reactie ontvangen en zij is niet ter zitting verschenen. Zij heeft dus ook geen verweer gevoerd.

3.De beoordeling

3.1.
De moeder baseert haar vordering op het volgende. De moeder (geboren in 1951) is de moeder van de dochter (geboren in 1993). De moeder woont sinds ongeveer 1972 in de [adres] in Nieuw Muizenberg. Zij woonde daar aanvankelijk samen met haar (vorige week overleden) toenmalige echtgenoot. Het betrof een koopwoning van FKP, maar wegens betalingsproblemen is het een huurwoning geworden. Volgens een brief van FKP uit maart 2022 is er een grote huurachterstand. De dochter is in ongeveer 2015 weer bij de moeder ingetrokken. Zij woont daar met haar vier minderjarige kinderen [kind 1] (2012), [kind 2] (2014), [kind 3] (2018) en [kind 4] (2022) en haar (nieuwe) vriend. De situatie is volgens de moeder steeds zeer problematisch geweest, en is nu onhoudbaar. De moeder verwijst naar een lange lijst van door de moeder bij de politie gedane aangiftes en meldingen met betrekking tot wangedrag van de dochter en haar partner(s). Het gaat om meldingen van kindermishandeling, bedreiging, diefstal, vernieling.
3.2.
De vordering van de moeder zal worden toegewezen. De dochter heeft de vordering en de door de moeder gestelde feiten niet weersproken. Het gerecht neemt daarbij tot uitgangspunt dat alleen de moeder – als huurster – de rechthebbende is met betrekking tot de woning en dat de dochter zonder de instemming van de moeder daarin niet kan verblijven. Dat de situatie onhoudbaar is heeft de moeder overtuigend uiteengezet.
3.3.
De moeder heeft ter zitting desgevraagd gezegd dat ook de Voogdijraad bemoeienis heeft de kinderen van de dochter. De moeder heeft gezegd dat, als de dochter en de Voogdijraad daarmee instemmen, zij de zorg voor de twee meisjes op zich zou kunnen nemen en dat deze in dat geval bij haar kunnen blijven wonen. Volgens de moeder heeft de dochter eerder een eigen woning aangeboden gekregen, maar is zij de sleutel niet gaan ophalen.
3.4.
Met het oog op het belang van de kinderen zal aan de dochter een ruimere ontruimingstermijn worden gegund dan gevorderd. Ook zal bepaald worden dat een afschrift van dit vonnis ter kennisgeving aan de Voogdijraad wordt gestuurd.
3.5.
De moeder heeft recht op kosteloze rechtsbijstand. Omdat partijen familie zijn, volgt geen veroordeling in de proceskosten.

4.De beslissing in kort geding

Het gerecht:
4.1.
verleent eiseres toestemming kosteloos te procederen;
4.2.
veroordeelt de dochter de woning [adres] te Curaçao uiterlijk op 31 maart 2024 te ontruimen met alle personen en zaken die zich van de kant van gedaagde in en om die woning bevinden;
4.3.
verstaat dat de deurwaarder, door wie de gedwongen ontruiming zal dienen te geschieden als de dochter in gebreke blijft met de ontruiming, op grond van de wet- en regelgeving (artikel 555 e.v. Rv) bevoegd is de sterke arm van politie en justitie in te roepen, en verleent alvast toestemming voor de vertegenwoordiging als bedoeld in artikel 557 en Pro 444 lid 2 Rv;
4.4.
verzoekt de griffier een scan dit vonnis ter kennisgeving per e-mail aan de Voogdijraad te sturen;
4.5.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
4.6.
wijst af wat verder is gevorderd;
4.7.
compenseert de proceskosten in die zin dat partijen de eigen kosten dragen.
Dit vonnis is gewezen door mr. P.E. de Kort, rechter, en in het openbaar uitgesproken.