Uitspraak
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO
STICHTING EXPLOITATIE WILHELMINA TEHUIS,
1.Het procesverloop
- het verzoekschrift van 19 januari 2024,
- de eis in reconventie,
- de mondelinge behandeling en de pleitnotities van 23 januari 2024.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
In deze zaak vordert verhuurder ontruiming van het gehuurde en betaling van een aanzienlijke huurachterstand. Huurster beroept zich op opschorting van de huur vanwege gebreken aan het appartement, waaronder een verstopping in de gootsteen en wateroverlast op de porch. Tevens vordert zij in reconventie herstel van deze gebreken, huurprijsvermindering en terugbetaling van kosten voor betekening van een eerder vonnis.
De rechtbank oordeelt dat het beroep op opschorting faalt omdat de gebreken niet zodanig zijn dat zij opschorting rechtvaardigen. Onderhoud aan de binnenzijde van het gehuurde is volgens de huurovereenkomst voor rekening van huurster, en de verhuurder heeft gemotiveerd betwist dat de verstopping aan de buitenzijde ligt. De wateroverlast op de porch is onvoldoende onderbouwd als ernstig gebrek, en de verhuurder heeft maatregelen genomen om mogelijke lekkage te verhelpen.
De huurachterstand van NAf 6.650,50 tot en met december 2023 is onbetwist en moet worden voldaan. Huurster wordt veroordeeld tot ontruiming van het appartement uiterlijk 1 april 2024, met een redelijke termijn gezien haar leeftijd. De vordering tot huurprijsvermindering en herstel van gebreken wordt afgewezen. Wel wordt de vordering tot terugbetaling van kosten voor de betekening van het eerdere vonnis toegewezen omdat die onnodig was. Huurster wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Huurster wordt veroordeeld tot ontruiming en betaling van huurachterstand; haar opschorting en herstelvorderingen worden afgewezen.