ECLI:NL:OGEAC:2023:56

Gerecht in eerste aanleg van Curaçao

Datum uitspraak
27 maart 2023
Publicatiedatum
28 maart 2023
Zaaknummer
CUR202002263
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:271 BWArt. 6:273 BWArt. 7:10 lid 1 BW
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Diefstal en schadeverdeling na ontbinding overeenkomst overname restaurant

Het gerecht in eerste aanleg van Curaçao heeft op 27 maart 2023 uitspraak gedaan in een civiele zaak over de ontbinding van een intentieovereenkomst tot overname van restaurant La Cantina del Patron en de daaropvolgende diefstal van roerende zaken uit het restaurant.

WiJo had de overeenkomst buitengerechtelijk ontbonden en moest de geleverde roerende zaken teruggeven. Het gerecht stelde vast dat de goederen bij aanvang van de exploitatie aanwezig waren en dat WiJo onvoldoende zorg heeft gedragen om de teruggave mogelijk te maken, onder meer door de sleutel pas twaalf dagen na ontbinding te retourneren, waardoor inbraak en diefstal konden plaatsvinden.

Tegelijkertijd werd erkend dat eisers mede schuld hadden doordat zij geen preventieve maatregelen namen tegen inbraak. Daarom werd de schadevergoedingsplicht van WiJo gesteld op 50% van de waarde van de niet teruggegeven goederen, wat neerkomt op NAf 40.125.

WiJo werd veroordeeld tot betaling van in totaal NAf 57.031,52 aan eisers, vermeerderd met wettelijke rente. De vorderingen tegen de bestuurders van WiJo werden afgewezen en de proceskosten werden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.

Uitkomst: WiJo wordt veroordeeld tot betaling van NAf 57.031,52 aan eisers wegens niet teruggegeven roerende zaken, met schade gelijkelijk verdeeld vanwege medeschuld.

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO

Zaaknummer: CUR202002263
Vonnis d.d. 27 maart 2023
inzake

1.[EISER SUB 1],

wonend in Curaçao,
2. [EISER SUB 2],
wonend in Nederland,
eisers in conventie, gedaagden in reconventie,
gemachtigde: mr. P.A. van Dort,
tegen

1.WIJO B.V.,

2. [GEDAAGDE SUB 2],

3. [GEDAAGDE SUB 3],

gevestigd en wonend in Curaçao,
gedaagden, WiJo tevens eiseres in reconventie,
gemachtigde: mr. E. Bokkes.

1.Het procesverloop

1.1.
Het procesverloop blijkt uit:
  • het tussenvonnis van 11 april 2022;
  • de aktes van partijen van 19 september 2022;
  • de antwoordaktes van partijen van 14 november 2022.
1.2.
Uitspraak is bepaald op vandaag.
1.3.
Wegens vertrek van de rechter die het tussenvonnis heeft gewezen, wordt dit vonnis gewezen door een andere rechter.

2.De verdere beoordeling

2.1.
Bij het tussenvonnis van 11 april 2022 is geoordeeld dat WiJo de intentieovereenkomst met betrekking tot de overname van restaurant La Cantina del Patron van 25 juni 2019 met succes buitengerechtelijk heeft ontbonden. Voorts is geoordeeld dat [eisers] na verrekening van de ongedaanmakingsverbintenissen per saldo NAf 16.906,52 te vorderen hebben. Ten aanzien van de vordering in reconventie is geoordeeld dat die moet worden afgewezen. In hetgeen in de vervolgens genomen aktes is opgemerkt, ziet het gerecht geen aanleiding van deze bindende eindbeslissingen terug te komen.
2.2.
Met betrekking tot de vordering van [eisers] tot betaling van NAf 106.250 terzake uit het restaurant ontvreemde roerende zaken zijn in het tussenvonnis door partijen te beantwoorden vragen geformuleerd. Op basis van die beantwoording zal als volgt worden geoordeeld en beslist.
2.3. [
Eisers] hebben met verwijzing naar een proces-verbaal van beslaglegging door de Ontvanger van 29 maart 2019 nader onderbouwd dat de door hen als vermist opgegeven roerende zaken in het restaurant aanwezig waren toen de exploitatie per 1 mei 2019 door [gedaagden sub 2 en 3] werd overgenomen. In het licht daarvan acht het gerecht de betwisting door WiJo c.s. dat die zaken bij aanvang van de exploitatie aanwezig waren onvoldoende. Aangenomen moet bovendien worden dat WiJo c.s. beschikken over foto’s van het restaurant gemaakt in de periode van hun exploitatie daarvan. Het had op hun weg gelegen dergelijke foto’s in het geding te brengen om hun verweer dat de zaken op 1 mei 2019 niet aanwezig waren te substantiëren. Dit te meer nu het goeddeels gaat om grote objecten - tientallen stoelen, tientallen tafels en een aantal koelkasten - die niet over het hoofd kunnen worden gezien en waarvan de afwezigheid op foto’s eenvoudig vast te stellen zou zijn. Het gerecht neemt dan ook tot uitgangspunt dat de goederen op de door [eisers] als productie 18 overgelegde lijst aanwezig waren toen de exploitatie van het restaurant per 1 mei 2019 werd overgenomen. Dit geldt alleen niet voor de geleende klimaatkast en koffiemachine, waarvan niet langer in geschil is dat die door de eigenaren zijn teruggenomen.
2.4.
Voorts gaat het gerecht uit van de in bedoelde lijst opgenomen waardes van de goederen, met een totaal van NAf 80.250. WiJo c.s. hebben weliswaar gesteld dat deze waardes te hoog zijn, maar hebben niet gezegd wat volgens hen dan wel de juiste waardes zouden zijn (anders dan dat de waarde nihil was, wat zo kort na de overname niet juist kan zijn). De opgegeven waardes (NAf 5 per bord of glas en NAf 150 per barkruk, bijvoorbeeld) komen het gerecht niet opgeklopt voor. In de overgelegde (jaar)stukken en in de tussen partijen overeengekomen overnamesom van NAf 450.000 voor het restaurant (exclusief voorraden) ziet het gerecht evenmin een indicatie dat [eisers] de waardes van de goederen hebben overdreven.
2.5.
Ten slotte gaat het gerecht voorbij aan de betwisting eerder in dit geding door WiJo c.s. dat de goederen opgenomen op de lijst niet meer aanwezig waren toen op 28 oktober 2019 de sleutel aan [eisers] werd geretourneerd. WiJo c.s. hebben de stellingen van [eisers] op dit punt onvoldoende gemotiveerd betwist. Uit de door WiJo c.s. bij hun akte overgelegde whatsappcorrespondentie met de beheerder van het pand blijkt bovendien dat er op 15 en 16 oktober 2019 is ingebroken en dat spullen zijn meegenomen (“
Hoor net dat ze vandaag de boel allemaal aan het leeghalen zijn. Boven ook”). De appberichten bevatten ook foto’s van onder meer een opengebroken deur en een leeggehaalde kast. WiJo heeft geen foto’s overgelegd waaruit blijkt dat de volgens [eisers] ontbrekende goederen na de inbraken nog aanwezig waren.
2.6.
Ingevolge artikel 7:10 lid 1 BW Pro waren de roerende zaken na de aflevering en de overname van de exploitatie door WiJo voor risico van WiJo. Nadat WiJo de intentieovereenkomst buitengerechtelijk had ontbonden, moest WiJo op grond van artikel 6:271 BW Pro de door [eisers] geleverde prestaties ongedaan maken en moest zij er dus rekening mee houden dat zij de van [eisers] gekochte zaken aan [eisers] moest teruggeven. Ingevolge artikel 6:273 BW Pro was WiJo verplicht er als een zorgvuldig schuldenaar voor zorg te dragen dat de teruggave mogelijk zou zijn. Aan die zorgplicht heeft zij onvoldoende voldaan. Zij heeft de sleutel pas twaalf dagen na de ontbinding geretourneerd, in welke periode het restaurant geen elektriciteit had, gesloten was, en in welke periode blijkens genoemde whatsappcorrespondentie werd ingebroken. WiJo heeft onverklaard gelaten waarom zij de sleutel (en daarmee de macht over en de verantwoordelijkheid voor de roerende zaken) niet al direct aan [eisers] heeft overgedragen. Hier staat tegenover dat, zoals bij het tussenvonnis is overwogen, de afsluiting door Aqualectra aan [eisers] was te wijten, en ook [eisers] niet vooruitlopend op of direct na de ontbinding maatregelen hebben genomen om inbraak en diefstal te voorkomen. Het gerecht ziet hierin aanleiding de schadevergoedingsplicht van WiJo terzake de niet teruggegeven roerende zaken wegens medeschuld van [eisers] te stellen op 50% van de waarde van die zaken, dus op NAf 40.125.
2.7.
Het voorgaande brengt mee dat WiJo in conventie zal worden veroordeeld tot betaling aan [eisers] van NAf 16.906,52 en NAf 40.125. De gevorderde wettelijke rente zal worden toegewezen met ingang van de datum van indiening van het verzoekschrift.
2.8.
Er is (zoals ook overwogen onder 4.9 van het tussenvonnis) geen grond om naast WiJo ook [gedaagde sub 2 en/of gedaagde sub 3] te veroordelen tot betaling. WiJo is de contractuele wederpartij van [eisers] en de omstandigheden van het geval geven geen grond om [gedaagde sub 2 en/of gedaagde sub 3] als bestuurders van WiJo persoonlijk aansprakelijk te achten. Jegens hen zal de vordering dan ook worden afgewezen.
2.9.
In de mate waarin partijen over en weer in het gelijk en het ongelijk zijn gesteld ziet het gerecht aanleiding de kosten in conventie en in reconventie te compenseren.

3.Beslissing

Het gerecht:
in conventie
3.1.
veroordeelt WiJo tot betaling aan [eisers] van NAf 57.031,52, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 30 juli 2020 tot de dag der voldoening;
3.2.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
3.3.
wijst af het meer of anders gevorderde;
in reconventie
3.4.
wijst af het door WiJo gevorderde;
in conventie en in reconventie
3.5.
compenseert de proceskosten in die zin dat partijen de eigen kosten dragen.
Dit vonnis is gewezen door mr. P.E. de Kort, rechter in het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao, en op 27 maart 2023 uitgesproken ter openbare terechtzitting in aanwezigheid van de griffier.