Uitspraak
1.Het procesverloop
2.De feiten
Kwalificatie
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Eiseres en gedaagde waren betrokken bij een verkeersongeval op 10 oktober 2010 waarbij eiseres letsel opliep. Gedaagde werd strafrechtelijk veroordeeld tot betaling van een voorschot op schadevergoeding. Eiseres stelde in 2019 een schadeclaim op van NAf 193.368,- voor diverse schadeposten en vorderde uiteindelijk NAf 226.769,-.
Gedaagde voerde verjaring aan op grond van artikel 3:310 lid 1 BW Pro. Het gerecht oordeelde dat de vijfjarige verjaringstermijn begon te lopen op 11 oktober 2010, de dag na het ongeval, omdat eiseres toen bekend was met de schade en aansprakelijkheid. De brief uit 2019 had geen stuitende werking omdat de verjaringstermijn toen al was verstreken.
De rechtbank verwierp de stelling van eiseres dat de pensioenleeftijd de peildatum voor opeisbaarheid was en dat het strafrechtelijke vonnis de verjaringstermijn verlengde. De vordering werd daarom afgewezen wegens verjaring. Eiseres werd veroordeeld in de proceskosten van NAf 4.000,-.
Uitkomst: De vordering tot schadevergoeding wordt afgewezen wegens verjaring.