Eiseres werkte sinds november 2019 voor FBTT, aanvankelijk als oproepkracht en later op basis van arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd. De werkgever stelde dat de arbeidsovereenkomst per 1 november 2023 van rechtswege eindigde, terwijl eiseres stelde dat zij na meer dan 36 maanden een contract voor onbepaalde tijd had.
Het gerecht beoordeelde dat in de periode februari tot mei 2022 sprake was van een reguliere arbeidsovereenkomst vanwege het aantal gewerkte uren. Hierdoor was de daaropvolgende arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd niet automatisch geëindigd zonder opzegging, wat niet had plaatsgevonden.
De werkgever werd veroordeeld tot voortzetting van het dienstverband vanaf 1 november 2023 en tot betaling van proceskosten. Tevens werd geoordeeld dat de werkgever niet bevoegd was vakantiedagen af te boeken en dat het dienstverband met behoud van vakantiedagen en compensatiedag dient te worden voortgezet.