Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:OGEAC:2023:344

Gerecht in eerste aanleg van Curaçao

Datum uitspraak
4 december 2023
Publicatiedatum
31 januari 2024
Zaaknummer
CUR202103335
Instantie
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vordering speler op internetcasino wegens saldo bij sluiting toegewezen

De Stichting Belangenbehartiging Gedupeerden Online Kansspelen (SBGOK) vordert namens een speler betaling van het saldo op diens account bij het internetcasino Gaming Services Provider N.V. (GSP) op het moment dat het casino haar activiteiten staakte.

In een tussenvonnis werd GSP verplicht een waarheidsgetrouw overzicht van het accountverloop te overleggen. Partijen zijn het eens over de speelperiode en het feit dat na 15 augustus 2020 geen transacties meer plaatsvonden. De vordering betreft het saldo dat de speler tegoed had bij sluiting, niet slechts de inleg.

De berekeningen van beide partijen verschillen licht, maar komen uit op een bedrag van circa € 8.700 minus opnames en plus stortingen en bonussen, resulterend in een gevorderd bedrag van € 11.194,30. GSP heeft onvoldoende gemotiveerd waarom bepaalde stortingen en bonussen niet mee zouden tellen.

Het Gerecht wijst de vordering toe, inclusief wettelijke rente vanaf 16 september 2021, buitengerechtelijke kosten van NAf 1.500,-- en proceskosten van NAf 4.184,66. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.

Uitkomst: GSP wordt veroordeeld tot betaling van € 11.194,30 plus rente, buitengerechtelijke kosten en proceskosten.

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO

Zaaknummer: CUR202103335
Vonnis van 4 december 2023
in de zaak van
de stichting
STICHTING BELANGENBEHARTIGING GEDUPEERDEN ONLINE KANSSPELEN,
gevestigd in Curaçao,
eiseres,
gemachtigde: mr. R.E.F.A. Bijkerk,
tegen
de naamloze vennootschap
GAMING SERVICES PROVIDER N.V.,
gevestigd in Curaçao,
gedaagde,
gemachtigden: mrs. E. Frins en A.C. van Hoof.
Partijen worden hierna weer SBGOK en GSP genoemd.

1.Het procesverloop

1.1.
Het verdere procesverloop blijkt uit:
  • het tussenvonnis van 20 maart 2023 en de daarin genoemde processtukken,
  • de akte uitlaten van GSP van 15 mei 2023, met producties,
  • de akte uitlating van SBGOK van 12 juni 2023, met producties,
  • de akte uitlaten van GSP van 18 september 2023, met een productie,
  • de akte uitlating van SBGOK van 23 oktober 2023.
1.2.
Vonnis is bepaald op vandaag.

2.De beoordeling

2.1
In het tussenvonnis is de zaak verwezen naar de rol, waar GSP een waarheidsgetrouw overzicht van het verloop van het account van de speler moest overleggen, waaruit het eindsaldo van zijn account bij het casino blijkt. Daarna
kon SBGOK zich daarover uitlaten.
2.2
De vordering bestaat uit het saldo van de speler op het moment dat het casino besloot ermee op te houden. Dat bedrag was het casino de speler toen immers schuldig. De sluiting is een omstandigheid die voor haar rekening en risico komt. Anders dan GSP meent, gaat het er dus niet om wat er was gebeurd als het casino niet was gesloten en de speler had kunnen doorspelen. Het casino en GSP kunnen dan ook niet volstaan met terugbetaling van de inleg.
2.3.
Partijen zijn het erover eens dat de speler voor het eerst heeft gespeeld op 19 oktober 2019 en dat er geen stortingen, opnames of weddenschappen meer zijn geweest na 15 augustus 2020. Zij zijn het er verder over eens dat de totale inzet van de speler moet worden afgetrokken van zijn totale winst. SBGOK komt dan uit op een bedrag van € 8.694,40. Volgens de berekeningen van GSP is het verschil zelfs iets groter: € 8.801,26. Dat betekent dat hier in ieder geval kan worden uitgegaan van
€ 8.694,30.
2.4.
Beide partijen trekken dan twee maal een opname van € 1.000,-- af, waarmee het saldo op € 6.694,30 komt. SBGOK telt daar vervolgens drie maal een ‘deposit’ van € 1.000 bij op, op 19 oktober 2019, op 31 december 2019 en op 19 februari 2020. Verder een ‘welcome bonus’ van 100% van het ‘deposit’ van 19 oktober 2019 (€ 1000) en een 50% ‘reload bonus’ van € 500 op 19 februari 2020. Daarmee komt zij bijna tot op de cent uit bij het gevorderde bedrag van € 11.194,30 dat correspondeert met het saldo op door haar overgelegde screenshots. GSP heeft niet duidelijk gemaakt waarom die laatste bedragen bij deze wijze van schadeberekening niet mee zouden mogen tellen. Het door SBGOK gevorderde bedrag is dan ook toewijsbaar.
2.5.
SBGOK heeft voldoende aangetoond dat daadwerkelijk en in redelijkheid buitengerechtelijke kosten zijn gemaakt. Deze worden toegewezen naar rato van anderhalve punt van het liquidatietarief, dat is NAf 1.500,--.
2.6.
Als in het ongelijk gestelde partij wordt GSP verwezen in de proceskosten aan de zijde van SBGOK. Deze worden tot aan deze uitspraak begroot op:
- exploitkosten NAf 434,66
- griffierecht NAf 750,--
- salaris gemachtigde
NAf 3.000,--(3 punten tarief 4)
Totaal NAf 4.184,66
De wettelijke rente daarover wordt toegewezen vanaf 16 september 2021, tegen welke dag GSP uiterlijk kon betalen, na bij brief van 6 september 2021 aansprakelijk te zijn gesteld.

3.De beslissing

Het gerecht:
3.1.
veroordeelt GSP tot betaling aan SBGOK van € 11.194,30, althans de tegenwaarde daarvan in Antilliaans courant, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 16 september 2021 tot aan de algehele voldoening;
3.2.
veroordeelt GSP tot betaling van NAf 1.500,-- aan buitengerechtelijke kosten;
3.3.
veroordeelt GSP in de proceskosten, begroot op NAf 4.184,66;
3.4.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
3.5.
wijst af het meer of anders gevorderde.
Dit vonnis is gewezen door mr. C.E.M. Nootenboom-Lock, rechter, en in het openbaar uitgesproken op 4 december 2023.