ECLI:NL:OGEAC:2023:304

Gerecht in eerste aanleg van Curaçao

Datum uitspraak
5 oktober 2023
Publicatiedatum
27 november 2023
Zaaknummer
CUR202301967
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • M.E.B. de Haseth
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:253c BWArt. 1:252 BW
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot eenhoofdig gezag vader over minderjarige in Curaçao

De vader en moeder, beiden woonachtig in Curaçao, hebben een minderjarige uit hun relatie. De vader heeft de minderjarige erkend, terwijl de moeder het gezag alleen uitoefent. Verzoekers vroegen het gerecht om het gezag te wijzigen zodat de vader alleen met het gezag wordt belast. Dit verzoek is ingegeven door praktische overwegingen, omdat de moeder tijdelijk naar Jamaica moet om haar documenten te regelen en de vader gedurende die tijd met het kind in Curaçao zal verblijven.

Het gerecht beoordeelde het verzoek aan de hand van artikel 1:253c lid 1 en 3 BW, waarbij een eenhoofdig gezag aan de vader alleen wordt toegekend als dit in het belang van het kind is. Het gerecht stelde vast dat de ouders een goede verstandhouding en communicatie hebben en samen in gezinsverband leven. De tijdelijke afwezigheid van de moeder vormt geen voldoende reden voor eenhoofdig gezag.

Het gerecht wees erop dat praktische bezwaren kunnen worden opgelost door gezamenlijk gezag en het regelen van benodigde documenten en machtigingen op grond van artikel 1:252 BW Pro. Daarom werd het verzoek afgewezen en het gezag bleef bij de moeder. De beschikking werd op 5 oktober 2023 in het openbaar uitgesproken door rechter M.E.B. de Haseth.

Uitkomst: Het verzoek tot eenhoofdig gezag voor de vader wordt afgewezen omdat dit niet in het belang van het kind is.

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO

Zaaknummer: CUR202301967
Beschikking d.d. 5 oktober 2023
Inzake:
[de vader]
hierna te noemen: de vader,
en
[de moeder],
hierna te noemen: de moeder,
allebei wonend in Curaçao,
verzoekers,
gemachtigde: mr. S.I. Da Costa Gomez,

1.Het procesverloop

1.1.
Het procesverloop blijkt uit:
  • het verzoekschrift met producties dat op 26 juni 2023 is ingediend;
  • de mondelinge behandeling op 21 september 2023, waar de vader en de moeder in persoon zijn verschenen, bijgestaan door hun gemachtigde voornoemd, en tevens aanwezig was een vertegenwoordigster van de Voogdijraad Curaçao.
1.2.
De uitspraak is bepaald op heden.

2.De feiten

2.1.
Uit de affectieve relatie tussen de vader en de moeder is op [geboortedatum] 2018 in Curaçao [kind 1] geboren (hierna te noemen: de minderjarige). De vader heeft de minderjarige erkend. De moeder oefent van rechtswege het gezag over de minderjarige alleen uit.

3.Het verzoek

3.1.
Het verzoek strekt tot wijziging van het gezag, in die zin dat de vader alleen met het gezag over de minderjarige wordt belast. Aan het verzoek hebben verzoekers ten grondslag gelegd dat de moeder tijdelijk naar het land van haar herkomst, Jamaica, moet vertrekken om haar documenten op orde te brengen. Gedurende die tijd zal de vader in Curaçao verblijven. De planning is dat hij op enig moment met de minderjarige naar Nederland zal reizen, met de bedoeling dat het gezin daar herenigd wordt. Het verzoek is ingegeven door praktische overwegingen, aldus verzoekers, zodat de vader op het moment dat hij alleen met de minderjarige is, geen belemmeringen zal ondervinden.

4.De beoordeling

4.1.
Artikel 1:253c lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW), voor zover hier van belang, biedt de tot het gezag bevoegde vader, die nimmer het gezag gezamenlijk met de moeder heeft uitgeoefend, de mogelijkheid om het gerecht te verzoeken hem alleen met het gezag over het kind te belasten. Wanneer de moeder het gezag over het kind uitoefent, wordt het verzoek om de vader alleen met het gezag te belasten slechts ingewilligd, indien de rechter dit in het belang van het kind wenselijk oordeelt (lid 3).
4.2.
Het gerecht acht inwilliging van het verzoek niet wenselijk in het belang van de minderjarige. Verzoekers hebben een affectieve relatie met elkaar, leven in gezinsverband samen en hebben dan ook een goede verstandhouding en communicatie met elkaar. De praktische bezwaren die verzoekers voorzien in de omstandigheid dat de moeder tijdelijk uitlandig zal zijn, zijn geen reden om tot de ingrijpende beslissing van eenhoofdig gezag te komen, zoals door verzoekers verzocht. Verzoekers kunnen deze bezwaren simpel ondervangen door op grond van artikel 1:252 BW Pro van gezamenlijk gezag aantekening in het gezagsregister te doen en vervolgens samen de benodigde documenten en machtigingen ten behoeve van de minderjarige te regelen. Het verzoek wordt dan ook afgewezen.

5.De beslissing

Het Gerecht:
5.1.
wijst het verzoek af.
Deze beschikking is gegeven door mr. M.E.B. de Haseth, rechter, en op 5 oktober 2023 in het openbaar uitgesproken, in aanwezigheid van de griffier.