ECLI:NL:OGEAC:2023:303

Gerecht in eerste aanleg van Curaçao

Datum uitspraak
5 oktober 2023
Publicatiedatum
27 november 2023
Zaaknummer
CUR202302049
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • M.E.B. de Haseth
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:227 BWArt. 1:228 BW
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing stiefouderadoptie ondanks ontbreken positief advies Voogdijraad

Verzoeker diende een verzoek in tot adoptie van de minderjarige, geboren uit de relatie tussen de moeder en een overleden biologische vader. Sinds 2019 woont het gezin samen in Curaçao. De Voogdijraad werd benoemd tot bijzondere curator en bracht een rapport uit waarin werd geconcludeerd dat adoptie in het belang van het kind is, maar geen positief advies werd gegeven vanwege het ontbreken van een verklaring omtrent gedrag en psychologische testresultaten van verzoeker.

Tijdens de mondelinge behandeling bevestigde de Voogdijraad dat er sprake is van een stabiele, veilige en liefdevolle omgeving zonder zorgsignalen. Het gerecht oordeelde dat het ontbreken van de genoemde documenten geen reden is om het verzoek af te wijzen, mede gezien de instemming van de moeder met de adoptie.

Het gerecht besloot daarom de adoptie toe te wijzen, waarbij tevens de naamskeuze werd vastgesteld en de inschrijving in de registers van Curaçao werd bevolen.

Uitkomst: Het verzoek tot stiefouderadoptie wordt toegewezen omdat het kennelijk in het belang van de minderjarige is.

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO

Zaaknummer: CUR202302049
Beschikking d.d. 5 oktober 2023
Inzake het verzoek van:
[verzoeker],
hierna te noemen verzoeker,
wonend in Curaçao,
procederend in persoon,
strekkende tot adoptie van de minderjarige [kind 1], geboren op [geboortedatum] [geboortejaar] te Petare, Venezuela (hierna: de minderjarige).

1.1. Het procesverloop

1.1.
Het procesverloop blijkt uit:
- het verzoekschrift, met producties, op 5 juli 2023 ingediend;
- de beschikking van dit gerecht van 26 juli 2023 , waarbij de Voogdijraad tot bijzondere curator is benoemd;
- het door de Voogdijraad op 6 september 2023 uitgebrachte rapport;
- de mondeling behandeling op 21 september 2023, waarbij verzoeker is verschenen, en [moeder], de moeder van de minderjarige, alsmede een medewerker van de Voogdijraad;
- de verklaring van naamskeuze voor de geslachtsnaam [verzoeker en de moeder] door verzoeker en de moeder.
1.2.
De uitspraak is bepaald op heden.

2.De feiten

2.1.
De minderjarige is geboren uit de affectieve relatie tussen de moeder en [naam 1].
2.2.
Verzoeker is op 25 mei 2018 in Venezuela in het huwelijk getreden met de moeder van de minderjarige. Uit dit huwelijk is op 4 juni 2019 in Curaçao geboren [kind 2]. Sinds 2019 wonen verzoeker, de moeder, de minderjarige [kind 1] en [kind 2] in gezinsverband samen in Curaçao.
2.3. [
naam 1] is op 22 september 2020 in Venezuela overleden.

3.De beoordeling van het verzoek

3.1.
Op grond van artikel 1:227, eerste lid, van het Burgerlijke Wetboek (BW) geschiedt adoptie door een uitspraak van het gerecht op verzoek van twee personen tezamen of op verzoek van één persoon alleen. Op grond van het derde lid kan het verzoek alleen worden toegewezen, indien de adoptie in het kennelijk belang is van het kind en vaststaat dat het kind niets meer van zijn ouder te verwachten heeft, en aan de voorwaarden, gesteld door artikel 1:228 BW Pro, wordt voldaan.
3.2.
Het gerecht stelt vast dat aan de voorwaarden, gesteld door artikel 1:228 BW Pro, wordt voldaan. Eveneens staat vast dat de minderjarige niets meer van [naam 1] heeft te verwachten, nu deze is overleden. Beoordeeld dient dan ook te worden of adoptie van de minderjarige door verzoeker in het kennelijk belang is van de minderjarige.
3.3.
In het advies van de Voogdijraad is geconcludeerd dat ‘tot nu toe’ gebleken is dat het in het belang van de minderjarige is dat hij door verzoeker geadopteerd wordt. Daaraan heeft de Voogdijraad ten grondslag gelegd dat de minderjarige bij zijn moeder en verzoeker een stabiele, veilige en geliefde omgeving geniet, waarin hij zich goed kan ontwikkelen, en dat er (nog) geen zorgsignalen zijn geconstateerd. Verder heeft de minderjarige een hechte band met verzoeker, en ziet verzoeker als zijn vader. Niettemin geeft de Voogdijraad thans geen positief advies, omdat daarvoor volgens het beleid van de Voogdijraad vereist is dat verzoeker een verklaring omtrent het gedrag en de resultaten van een psychologische test aan de Voogdijraad doet toekomen, en verzoeker dit nog niet heeft gedaan. Ter zitting is zijdens de Voogdijraad nogmaals benadrukt dat sprake is van een stabiele hechting tussen verzoeker en de minderjarige, een veilige thuissituatie, en dat er geen zorgsignalen zijn geconstateerd.
3.4.
Het gerecht is, gelet op de stukken, het advies van de Voogdijraad en het verhandelde ter zitting van oordeel dat de verzochte adoptie in het kennelijk belang van de minderjarige is. Het volgt daarmee in feite het advies van de Voogdijraad, dat gemotiveerd onderbouwd tot dezelfde conclusie komt, maar vanwege gevoerd beleid ten aanzien van enkele formaliteiten, niet tot een positief advies heeft kunnen komen. Het gerecht begrijpt het belang van de Voogdrijraad om vast te houden aan dit beleid, maar acht in dit geval, gelet op alle specifieke omstandigheden en de herhaalde mededeling zijdens de Voogdijraad dat geen zorgsignalen zijn geconstateerd, het ontbreken van voormelde documenten geen reden om tot de conclusie te komen dat de verzochte adoptie niet kennelijk in het belang is van de minderjarige. Het gerecht hecht in dit verband ook waarde aan de overgelegde verklaring van de moeder, waarmee zij instemt met het verzoek. Het gerecht zal het verzoek tot adoptie dan ook toewijzen.

4.De beslissing

Het Gerecht:
4.1.
spreekt uit de adoptie van de minderjarige [kind 1], geboren op [geboortedatum] [geboortejaar] te Petare, Sucre, Estado Miranda, Venezuela als zoon van [moeder] en wijlen [naam 1], door [verzoeker];
4.2.
verstaat dat door naamskeuze de geadopteerde de geslachtnaam [verzoeker en moeder] zal dragen;
4.3.
verstaat dat deze uitspraak zal worden ter hand gesteld aan de Ambtenaar van de Burgerlijke Stand van Curaçao, teneinde door die ambtenaar in de registers van Curaçao te worden ingeschreven;
4.4.
draagt de griffier op van deze beslissing in het gezagsregister aantekening te doen.
Deze beschikking is gegeven door mr. M.E.B. de Haseth, rechter, en op 5 oktober 2023 uitgesproken ter openbare terechtzitting in aanwezigheid van de griffier.
Bn/