De zaak betreft de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap en de eenvoudige gemeenschap van de woning tussen een vrouw en een man na ontbinding van hun huwelijk. Het gerecht heeft zich gebaseerd op een tussenvonnis van 11 september 2023 en een mondelinge behandeling op 9 november 2023. De vrouw heeft een deel van haar vorderingen ingetrokken. De geschilpunten betreffen onder meer de waarde en toedeling van inboedelgoederen, de auto, pensioenrechten, bankrekeningen en de woning.
De inboedelgoederen worden gewaardeerd op een gemiddelde van de door partijen geschatte bedragen, namelijk NAf 9.310,-. De vrouw wenst geen toedeling van deze goederen, terwijl de man dat wel wil, maar zonder direct geld voor de helft van de waarde. De auto, een Pick-up, wordt gewaardeerd op NAf 2.000,- en zal aan de man worden toegedeeld. Pensioenrechten ten behoeve van de vrouw zijn niet opgebouwd volgens een late productie van de man, die het gerecht toch zal betrekken.
De bankrekeningen bij MCB Bank en Orco Bank worden bij helfte verdeeld, waarbij het saldo van Orco Bank wordt verminderd met de koopsom van de woning. De woning zelf valt niet in de huwelijksgoederengemeenschap maar in een aparte gemeenschap en zal worden verkocht, aangezien de man niet kan financieren om deze te behouden. Beide partijen stemmen in met het inschakelen van een makelaar, voorgesteld door het gerecht. Kosten voor onderhoud en gebruiksvergoeding zullen met de verkoopopbrengst worden verrekend.
De man stelt dat de vrouw bedrog pleegde bij de echtscheiding en vraagt een afwijkende verdeling van de woningwaarde, maar dit wordt door het gerecht afgewezen omdat geen materiële schade is vastgesteld. De zaak wordt aangehouden voor verdere beslissingen en partijen krijgen gelegenheid zich schriftelijk uit te laten over diverse punten.