ECLI:NL:OGEAC:2023:283

Gerecht in eerste aanleg van Curaçao

Datum uitspraak
4 oktober 2023
Publicatiedatum
23 november 2023
Zaaknummer
CUR202302701
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Kort geding
Rechters
  • M.E.B. de Haseth
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:251 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot wijziging gezag en omgangsregeling in kort geding

Eiseres en gedaagde, ouders van een minderjarige, zijn betrokken bij een procedure over gezag, omgang en kinderalimentatie. Eerder waren al regelingen getroffen over omgang, gezag en alimentatie. Eiseres verzocht in kort geding om kosteloos procederen, naleving van de omgangsregeling, intrekking van het gezamenlijk gezag ten gunste van eenhoofdig gezag voor haar, en aanpassing van de alimentatie.

Tijdens de mondelinge behandeling trok eiseres haar alimentatievorderingen in. Het gerecht oordeelde dat een verzoek tot wijziging van het gezag niet geschikt is voor een kort geding vanwege de complexiteit en noodzaak van nader onderzoek, en wees dit af. Ook was onduidelijk wat eiseres precies wilde met betrekking tot de omgangsregeling, en ook dit verzoek werd afgewezen omdat het niet passend is voor kort geding.

Eiseres kreeg wel verlof om kosteloos te procederen vanwege haar financiële situatie. De proceskosten werden gecompenseerd, zodat elke partij haar eigen kosten draagt. Het vonnis werd gewezen door rechter M.E.B. de Haseth.

Uitkomst: Het verzoek tot wijziging gezag en omgangsregeling wordt afgewezen, kosteloos procederen wordt verleend.

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO

Zaaknummer: CUR202302701
Vonnis in kort geding van 4 oktober 2023
in de zaak van
[EISERES],wonend in Curaçao,
eiseres,
gemachtigden: mr. G.C.A. Scheperboer-Parris en mr. N.F.C. Themen-Cairo,
tegen
[GEDAAGDE],
gedaagde,
wonend in Curaçao,
procederend in persoon.

1.Het procesverloop

1.1
Het procesverloop blijkt uit:
• het verzoekschrift van 24 augustus 2023,
• de mondelinge behandeling van 19 september 2023, waarbij eiseres, bijgestaan door haar gemachtigden, en gedaagde, in persoon, zijn verschenen,
• de pleitnotities van eiseres.
1.2
Vonnis is bepaald op vandaag.

2.De feiten

2.1
Partijen hebben een relatie gehad. Zij zijn de ouders van [kind 1], geboren op [geboortedatum] [geboortejaar] in Curaçao (hierna: de minderjarige).
2.2
Bij beschikking van 29 september 2022 in zaaknummers CUR202202492, 202202493 en 202202854 heeft het gerecht een omgangsregeling c.q. regeling tussen gedaagde en de minderjarige vastgesteld en bepaald dat gedaagde met ingang van 1 oktober 2022 maandelijks NAf 350,- aan kinderalimentatie zal voldoen.
2.3
Bij beschikking van 6 januari 2023 in zaaknummers CUR202202492, 202202493 en 202202854 heeft het gerecht bepaald dat gedaagde voortaan samen met eiseres belast is met het gezag over de minderjarige, en een omgangs- en zorgregeling tussen gedaagde en de minderjarige vastgesteld.
2.3
Bij beschikking van 19 september 2023 in zaaknummers CUR202202492, CUR202202493 en CUR202202854/CUR2022H00307 heeft het Hof de beschikking van het gerecht van 29 september 2022 bevestigd, met dien verstande dat gedaagde de bijdrage in de kosten van de verzorging en opvoeding van de minderjarige met ingang van heden aan de Voogdijraad dient te betalen.

3.De vordering en de standpunten van partijen

3.1
De vordering van eiseres is in het verzoekschrift als volgt weergegeven.
“Weswege het Uw Gerecht moge behagen – voor zoveel mogelijk – uitvoerbaar bij voorraad te bepalen:
a. dat het de vrouw veroorloofd zal zijn ten dezen kosteloos te mogen procederen.
b. dat de man het hem betreffende gedeelte van de omgangsregeling strikt naleeft zoals bij beschikking dato 29 september 2022 is bepaald;
c. dat de gezagregeling van de man ingetrokken wordt op grond van artikel 1:251 lid Pro BWC en de vrouw belast wordt met het eenhoofdig gezag over het minderjarig kind;
d. dat de man zijn alimentatieplicht nakomt door storting op [bankrekeningnummer eiseres];
e. dat het alimentatiebedrag conform de jaarlijkse indexering 2023-verhoging van 3,4% bepaald wordt op NAf 361,90 per maand;
f. dat de man het alimentatiebedrag telkens op de eerste van de maand stort op de voormelde bankrekening.”
3.2
Eiseres legt aan de vordering ten grondslag dat gedaagde de beschikkingen van 29 september 2022 en 6 januari 2023 dient na te komen. Voorts hebben zich gewijzigde omstandigheden voorgedaan, erin bestaande dat gedaagde misbruik maakt van zijn gezag. Om deze redenen is er een situatie ontstaan die voor eiseres zeer stressvol is, en waarvan zij ook lichamelijke klachten heeft gekregen.
3.3
Gedaagde heeft gemotiveerd verweer gevoerd.

4.De beoordeling

Kinderalimentatie
4.1
Bij gelegenheid van de mondelinge behandeling heeft eiseres de eis gewijzigd, door intrekking van de vordering onder d., e. en f. Op de vorderingen, voor zover het kinderalimentatie betreft, behoeft dan ook niet meer beslist te worden.
Gezag4.2 Voor zover de vordering strekt tot wijziging van het gezamenlijk gezag in eenhoofdig gezag voor eiseres, leent de aard daarvan zich niet voor beoordeling en beslissing in een kortgedingprocedure. Er kan onvoldoende inzicht verkregen worden in de feiten, met name ten aanzien van de minderjarige. Ook een onderzoek door de Voogdijraad is bij een zodanig verzoek aangewezen. Dat zou, zeer uitzonderlijke omstandigheden wellicht daargelaten, slechts in de daartoe bestemde EJ-bodemprocedure kunnen worden gelast en niet in een kortgedingprocedure. Het verzoek wordt in zoverre dan ook afgewezen.
Omgang- en zorgregeling
4.3
Ten aanzien van de vordering onder b. hebben de gemachtigden van eiseres bij de mondelinge behandeling desgevraagd te kennen gegeven dat deze zo moet worden begrepen, dat verzocht wordt een dwangsom te verbinden aan het door gedaagde niet naleven van de door het gerecht in voormelde beschikkingen vastgestelde omgangs- en zorgregeling. Eiseres heeft de vordering met deze strekking gewijzigd, waartegen gedaagde geen bezwaren heeft geuit. Bij het voordragen van de pleitnota heeft de gemachtigde mr. Themen-Cairo voorts geconcludeerd met het verzoek aan het gerecht om de omgangsregeling weer te minimaliseren. Desgevraagd heeft de gemachtigde bevestigd, dat dit niet strookt met het verzoek, zoals weergegeven in het verzoekschrift onder b., zoals enkele momenten eerder nog vermeerderd. De gemachtigde heeft daarop te kennen gegeven het eerdere verzoek te handhaven, en de pleitnota in zoverre te corrigeren. Nadien heeft eiseres nog te kennen gegeven dat zij met het verzoek beoogt dat de omgangs- en zorgregeling zo wordt gewijzigd, dat de minderjarige niet bij gedaagde overnacht. Al met al is het het gerecht niet duidelijk geworden wat eiseres ten aanzien van omgang beoogt te verzoeken. Hierbij laat het gerecht nog na, dat een zodanig verzoek zich naar zijn aard niet leent voor een kortgedingprocedure, om dezelfde redenen als hiervoor ten aanzien van het verzoek met betrekking tot het gezag gegeven. Ook dit deel van het gevorderde wordt afgewezen.
4.4
Gezien het overgelegde bewijs van onvermogen, zal eiseres verlof worden verleend om kosteloos te procederen.
4.5
In de aard van de procedure ziet het gerecht aanleiding om de proceskosten te compenseren, zo dat iedere partij de eigen kosten draagt.

5.De beslissing in kort geding

Het gerecht:
5.1
verleent eiseres verlof om kosteloos te procederen;
5.2
wijst de vordering af;
5.3
compenseert de proceskosten aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.E.B. de Haseth, rechter, en in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.