Uitspraak
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO
1.de besloten vennootschap EC INVESTMENTS B.V.,
1.[gedaagde] [GEDAAGDE SUB 1],
2. de besloten vennootschap [GEDAAGDE SUB 1] MANAGEMENT SERVICES B.V.,
The management agreement (annex 1) to be entered with the management company of Mr. [gedaagde sub 1], [gedaagde sub 1] Management B.V. (…)
voorschotten op bonussen,aan [gedaagde sub 1] Management overgemaakt (het gaat om bedragen in NAƒ, dus in totaal NAƒ 2.387.500):
creditcardsvan Ennia Holding en van Ennia Investments in gebruik. In de periode 2011-2018 zijn daarmee in elk geval afgeschreven (het gaat om bedragen in NAƒ):
autoovergenomen tegen de toenmalige boekwaarde van NAƒ 97.112.
autovergoedingvoor 2016 NAƒ 40.000 betaald aan [gedaagde sub 1] Management. [gedaagde sub 1] Management heeft aan Ennia Holding voor 2017 en 2018 jaarlijks NAƒ 26.500 (incl. 6% OB) aan autovergoeding gefaktureerd.
medische kostenin totaal NAƒ 25.480 aan [gedaagde sub 1] Management overgemaakt. Het gaat om twee betalingen met de omschrijving “11/18/2015 Mayo Clinic FL Patient AC 12,740”.
huurvergoedingen’, te weten in 2014 NAƒ 331.200, in 2015, 2016 en 2017 telkens NAƒ 87.360 en in 2018 NAƒ 50.960.
securitykostenNAƒ 45.338 aan [gedaagde sub 1] Management overgemaakt met de specificatie:
overige huisvestingskosten’, te weten:
“Alle (geldelijke) transacties met directeuren, senior management, commissarissen of aandeelhouders waaronder ook bonussen en gratificaties met uitzondering van salarissen.”
“Ennia is challenging two aspects in particular:
1. Allowances paid to me. The allowances paid to me concerned a housing allowance, allowance for telephone connection at home, and utility expenses. This allowance was calculated taking into account the allowances of all the other directors.
2. Certain medical expenses for me and my wife. Also with regard to medical expenses, the
3. Over the years until 2014 I received a bonus of at least US$ 300.000 approved by the Chairman of the supervisory board. These bonusses were an integral part of my compensation. The total amount received was in line with your compensation, and the compensation of the other directors. For 2015, 2016 and 2017 due to delay in the audit of the financial statements, no formal decision of the bonusses were made. In consultation with the Chairman of the Supervisory board, the CFO, and yourself I have asked to pay the amount of US$ 300.000 for 2015 — 2017 since this was an integral part of y compensation. Absent these payments my compensation would amount to an amount which would be significantly lower than your compensation, the compensation of the CEO of BDC who reported to me. During a meeting on June 20 2018 at the Renaissance Hotel, in your presence I discussed this situation with the Chairman of the board. He confirmed that these payments were correct.”
“The below email is correct.”
other allowances payable to the directors’’) en voeren aan dat [gedaagde sub 1] op grond daarvan gerechtigd was tot alle toelagen die de overige directeuren van Ennia hadden en dat bedoeling van de bepaling was dat alle bestuurders gelijk beloond werden. [6]
deelvordering 3: NAƒ 140.862 wegens overname Dodge en terugbetaling autovergoedingen
deelvordering 4: terugbetaling van NAƒ 25.480 aan medische kosten
medical plan applicable to the other directors”. Dit suggereert op zijn minst dat er sprake was van een bijzondere voorziening voor de directeuren van Ennia en ondergraaft daarmee de stelling van Ennia c.s. dat uit het renumeratiebesluit volgt dat [gedaagde sub 1] alleen maar recht had op vergoeding van de ziektekostenpremies. [gedaagde sub 1] c.s. hebben ook terecht aangevoerd dat de tekst van het Renumeratiebesluit alleen niet beslissend is, omdat het aankomt op de partijbedoeling. Voor de vraag wat de partijen zijn overeengekomen, is immers bepalend de zin die zij in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs aan elkaars verklaringen en gedragingen mochten toekennen en om wat zij, mede gelet op de maatschappelijke kring waartoe zij behoren en de rechtskennis die van hen kan worden gevergd, te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten [8] . Dat geldt naar het oordeel van het gerecht ook voor de bedoeling van bedoelde passage onder 4c van het renumeratiebesluit.