Uitspraak
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO
BIO CLEANING SUPPPLY B.V.,gevestigd in Curaçao,
eiseres,
gemachtigde: mr. G. Scheperboer-Parris,
HET LAND CURAÇAO,
gedaagde,
gemachtigden: mrs. E.A.M.J. van den Berg en G.N. Hollander.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Bio Cleaning kreeg na aanbesteding de opdracht voor onderhoud van beplanting in regio 2 voor 2023 van Land Curaçao. Bio Cleaning stelde dat meerdere facturen onbetaald zijn gebleven en vorderde betaling plus incassokosten. Land Curaçao verweerde zich met het argument dat Bio Cleaning niet voldeed aan de contractuele rapportageverplichtingen via het GIS-dashboard, waardoor betaling mocht worden opgeschort.
De rechtbank oordeelde dat Bio Cleaning een spoedeisend belang had vanwege haar slechte financiële positie en betalingsverplichtingen. Van de vijf facturen was alleen factuur 583 goedgekeurd door de districtsbeheerder en onbetwist door Land Curaçao. De facturen 586 en 588 waren inmiddels betaald. Voor facturen 584 en 585 was geen goedkeuring gegeven en had Bio Cleaning niet voldaan aan de rapportageverplichting, waardoor betaling werd afgewezen.
De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten werden slechts gedeeltelijk toegewezen conform het Procesreglement 2023. De omzetbelasting over deze kosten werd afgewezen. Land Curaçao werd veroordeeld tot betaling van NAf 69.466,25 voor factuur 583, NAf 2.250,- aan incassokosten, en proceskosten van NAf 2.946,64. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Land Curaçao wordt veroordeeld tot betaling van één factuur en beperkte incassokosten, overige vorderingen worden afgewezen.