Eiser, geboren in Syrië, heeft sinds 2005 met onderbrekingen in Curaçao verbleven op basis van verschillende verblijfsvergunningen. Hoewel hij dertien jaar rechtmatig verblijf had, voldeed hij niet aan de eis van tien jaar onafgebroken verblijf voorafgaand aan zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd.
De Minister van Justitie wees de aanvraag voor een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd af en verleende in plaats daarvan een tijdelijke verblijfsvergunning op humanitaire gronden voor de duur van een jaar, mede vanwege de situatie in Syrië en het feit dat eiser sinds 2003 feitelijk in Curaçao verbleef.
Eiser voerde aan dat de onderbreking onredelijk was en dat humanitaire verblijfsvergunningen niet aan reguliere beleidsregels mogen worden getoetst. Het Gerecht verwierp deze argumenten en oordeelde dat het beleid rechtmatig was toegepast en dat de situatie in Syrië jaarlijks moet worden beoordeeld.
Het beroep werd ongegrond verklaard, waardoor de tijdelijke verblijfsvergunning op humanitaire gronden voor een jaar gehandhaafd blijft. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.