De vreemdeling, geboren in Colombia, is legaal als toerist toegelaten tot Curaçao op 10 september 2022. Na het verlopen van zijn toeristisch verblijf is hij zonder geldige verblijfstitel op Curaçao gebleven. Op 16 april 2023 is hij bij een verkeerscontrole aangehouden en heeft de minister van Justitie hem als ongewenste vreemdeling bestempeld, met een bevel tot verwijdering en inbewaringstelling.
De vreemdeling heeft beroep ingesteld tegen de inbewaringstelling, stellende dat de minister onvoldoende heeft gemotiveerd waarom niet met een minder ingrijpende maatregel kon worden volstaan. Het Gerecht heeft het verzoek om voorlopige voorziening en het beroep behandeld op 12 juli 2023.
Het Gerecht oordeelt dat het bevel tot inbewaringstelling onvoldoende is gemotiveerd, omdat de minister niet heeft aangetoond dat het ultimum remedium van bewaring noodzakelijk was ter voorkoming van onttrekking aan verwijdering. Gezien de legale inreis, het geldige paspoort en het tijdelijke verblijfadres acht het Gerecht een minder ingrijpende maatregel passend.
Daarom verklaart het Gerecht het beroep gegrond, vernietigt het de beschikking voor zover het de inbewaringstelling betreft, en beveelt dat de vreemdeling zo spoedig mogelijk in vrijheid wordt gesteld. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen. Tevens wordt de minister veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.